De gevaarlijke mythe dat harde werkers er altijd komen

De gevaarlijke mythe dat harde werkers er altijd komen

‘Als we onszelf konden genezen met discipline, waren we ondertussen al zes keer genezen.’

Fuck ja. Ze heeft gelijk.

L en ik doen een herfstwandeling door het provinciedomein. L worstelt al jaren met fibromyalgie. Ik met CVS. We begrijpen elkaar en kunnen over vanalles en een scheet praten en lachen. Als we over onze week vertellen, hoeven we niet te verbloemen hoe beperkend onze chronische ziekte was als het aankwam op de meest alledaagse dingen. Het is gewoon onze realiteit.

Zonder dat we er de stempel van klagen en zagen op moeten plakken, kunnen we het erover hebben hoe onbekenden, maar ook vrienden en familie onze onzichtbare ziekte niet erkennen of verkeerd inschatten. Omdat we er toch zijn. Omdat we toch lachen en vrolijk lijken. Omdat we er normaal en gezond uitzien. En wat we vooral al veel gehoord hebben, is dat we er wel komen. Als we maar hard genoeg werken.

Hard werken lijkt in de neoliberale maatschappijvisie wel de heilige graal en wonderoplossing voor alle problemen. (Plots ben ik iemand die zo’n zinnen schrijft. Maar blijkbaar is dat wel mijn punt.) Hard werken is de oplossing voor ziekte, armoede en werkloosheid. Want de meeste mensen aan de top, de meeste mensen die het goed hebben, die hebben hard gewerkt om er te komen.

En daaruit moet dan wel geconcludeerd worden dat wie hard werkt, wie echt even hard werkt als diegenen die het goed hebben, er ook komt. En wie in armoede blijft hangen, werkloos blijft, of last blijft hebben van één of andere obscure ziekte, niet hard genoeg werkt.

Maar is dat nu geen rare veronderstelling? Denken dat puur toeval en geluk geen enkele rol spelen in je levensloop, dat je sociale en culturele achtergrond je niet vooruitstuwt of achteruit houdt, en dat er vooral veel mensen zijn die gewoon niet hard genoeg willen. Ja, dat vind ik toch raar. En, eerlijk gezegd, bullshit.

Want als ik mezelf kon genezen met hard werken, dan was ik al zes keer genezen.

Brief aan L

Brief aan L

Waarin ik mezelf erkenning geef voor de moeilijkheden en beperkingen die ik heb overwonnen, L uitleg waarom zijn grappen me soms kwetsen, en hem duidelijk maak waarom ik vind dat iedereen waarde heeft.

*

L,

Stel je eens voor dat je gewoon bent wie je nu bent: maatschappelijk geëngageerd, hoogopgeleid, fit, capabel, bewust, ambitieus, vol plannen en ideeën over wat je zou kunnen en willen in de toekomst. Je denkt graag na over wat je kan betekenen voor de wereld en wat de wereld in petto heeft voor jou.

Je toekomstplannen zijn waarschijnlijk niet glashelder, dat is normaal. Maar wat ik wél zeker weet, is dat geen enkele van je toekomstplannen inhoudt dat je geleidelijk minder en minder werkdruk, huishoudelijke taken, sociale contacten en emotionele belasting aankan, tot je helemaal niet meer kan werken – zelfs niet halftijds, zelfs geen dag per week – tot je niet meer kan sporten en geen uitstapjes meer kan doen. En dat terwijl je niet weet wat er aan de hand is met je – óf er überhaupt wel iets aan de hand is met je, want zit het niet tussen je oren? Stel je jezelf niets voor? Ben je misschien gewoon een zwakkeling met te weinig doorzettingsvermogen?

Stel je voor dat je de volgende drie (DRIE!) jaar last hebt van een verzameling vreemde, onzichtbare, maar loodzware klachten, waar je geen erkenning voor krijgt en die door je familie en vrienden weggeminimaliseerd worden, maar die jij zelf elke dag en elke slapeloze nacht met je moet meesleuren, tot je in elke vezel van je permanent pijnlijk gespannen lijf wenst dat je met iemand anders van lichaam kon wisselen.

Je voelt je nooit meer echt goed, nooit meer echt fit. Je kijkt naar de wereld en jezelf door een wazige wolk, alsof je permanent achter een muur van mat glas gevangen bent. Alles waarop je je vroeger met gemak kon concentreren, is nu aartsmoeilijk. Een afspraak bij de dokter maken of een mailtje sturen is een uitputtingsslag. Je kan je amper herinneren wat je gisteren hebt gedaan en de voorbije week is één grote waas.

Je hebt bijna constant last van hoofdpijn, keelpijn en oorpijn. Darmklachten zijn het nieuwe normaal en escaleren na elke stressprikkel. Je hebt regelmatig spierpijn, die op verschillende plaatsen van je lichaam komt en gaat. Je voelt je permanent ondraaglijk onrustig en gespannen. Zelfs als je dat probeert, kan je je spieren niet ontspannen. Het enige wat je wil, is eens een paar uur kunnen wegzinken in een diepe slaap, maar je weet zelfs niet meer hoe dat voelt en of je ooit nog normaal zal kunnen slapen.

De nachten zijn het ergst, want het is donker en stil, iedereen slaapt, en je voelt je eigen onrust, pijn en die oorverdovende tinnitus extra goed. Vroeger zou je misschien bedacht hebben hoe je je situatie het best zou aanpakken en op welke manieren je jezelf tot rust zou kunnen brengen, maar vroeger kon je frisse, heldere gedachten vasthouden. Die tijd is nu pijnlijk lang geleden, en soms herinner je je zelfs niet dat het ooit anders geweest is. Je weet niet of het ooit nog anders wordt.

*

Toen ik ging studeren, verwachtte ik ook niet dat ik ziek zou worden. Ik was dolenthousiast dat ik eindelijk bevrijd was van een giftige thuissituatie, een disfunctionele gevangenis. Ik zou eindelijk kunnen leven. Ik had veel dromen, meer dan gemiddeld, want een gevoel van vrijheid had ik nooit ervaren. Ik zou er alles uithalen.

En ik leefde. Een beetje. Want na anderhalf jaar begonnen de klachten. Op en neer ging ik, maar ik bleef doorploeteren, tot ik een jaar later dan voorzien mijn diploma haalde en na een waanzinnige sollicitatieronde aan het werk ging. En ik zag nog niets, want ik dacht dat iedereen ploeterde, en daarbij, ploeteren was ik toch al mijn hele leven gewoon. Ik kreeg zo vaak te horen dat het leven zwaar was voor iedereen, en dat de sterken er komen, dus ik gaf alles en meer, want ik wou de sterkste zijn.

Anderhalf jaar bleef ik aan het werk, tot ik tijdens een doktersbezoek een briefje kreeg. Drie weken thuisblijven. Oef, wat lang! Drie weken! Ik schaamde me. Ik had het beter moeten doen. De dokter had met opzet ‘maar’ drie weken op het briefje geschreven, want ze wilde me niet te hard laten schrikken met een langere ziekteperiode. Maar drie weken werden meer dan twee maanden. Het woord burn-out viel. Wat ook uit de lucht vielen, waren ongeloof en verontwaardiging. Uit sommige hoeken kreeg ik begrip, maar uit nog meer hoeken oordeel. Hoe kan je op die leeftijd nu al een burn-out hebben, dat is toch overdreven? Na zo’n korte carrière? Het is toch lastig voor iedereen? De jeugd loopt toch echt direct naar de dokter bij het minste ongemak.

In mijn familie en vriendenkring kreeg ik te horen dat het wel snel weer goed zou komen. Want ik was nog zo jong, ik zou er zo weer bovenop zijn. En of ik nu veel op bezoek zou komen bij de familie? Of ik zin had om met vrienden af te spreken? Ik had toch veel tijd. Zo lekker thuis. Wat zou ik daar anders zitten doen?

Ik had geen idee waar ik nog extra kracht vandaan kon halen, maar ik wilde me bewijzen. Ik wilde uitschreeuwen dat ik mijn best deed, want dat deed ik, ik deed mijn best en dan perste ik er nog wat extra uit. Ik wilde bekenden en onbekenden smeken te geloven dat ik het allemaal ZO. HARD. WILDE. Werken. Leven. Carrière maken. Vrienden zien. Sportlessen volgen. De wereld redden.

Ondanks de constante spanning en overbelasting ging ik terug aan het werk. Halftijds, dat wel. Die vermindering naar 50% voelde vernederend, maar het moest wel, want meer kon ik gewoon niet, hoe duivels gedreven ik ook was. Terwijl de voltijdse carrière of tweede studie van verschillende vrienden als een raket de hemel in schoot, ging ik halftijds werken. Maar ik ging toch terug naar het werk, want het was zo lastig voor de collega’s die mijn taken overnamen. En ik was ten slotte al bijna drie maanden thuis, een eeuwigheid, die ruim genoeg geweest moest zijn om te herstellen van alle kwaaltjes die er eventueel zouden geweest zijn, volgens bijna iedereen die ik sprak. Want je moet zo snel mogelijk terug aan het werk, na een burn-out. Dat wisten ze allemaal. En trouwens, wat zit je daar anders de hele dag te doen?

Maar of ik me beter voelde? Ik voelde eigenlijk geen verschil. Ik vroeg me regelmatig af of dit misschien gewoon was hoe alle mensen zich altijd voelden. Misschien was ik gewoon een zeur? En op de dagen dat ik me een halve procent beter voelde, maakte ik mezelf wijs dat het herstel was ingezet. Ik zou goed voor mezelf zorgen en verder herstellen terwijl ik aan het werk was. Daar was die halftijdse job toch voor?

Uiteindelijk hield ik ook die halftijdse job maar enkele weken vol, en toen kwam de echte hel. Mijn contract liep af. Ik had geen idee wanneer ik terug aan het werk zou kunnen, en waar. Volgende maand, hield ik mezelf elke maand voor. Na enkele cycli van ‘volgende maand’ begon ik in grotere blokken te denken. Over twee maanden, of drie. Over zes maanden. Volgend jaar ben ik vast weer aan het werk. Zéker weten.

Volgend jaar kwam. Het was afschuwelijk. De toekomst was helemaal onbekend en zwart. Ik weet niet meer wat zwaarder was: de periode waarin ik niet wist wat er aan de hand was en wanneer ik weer beter zou zijn, of de periode waarin ik inzag dat ik al mijn dromen, plannen en verwachtingen zou moeten opgeven en ruimte maken voor een ander, ondenkbaar beperkt toekomstbeeld. Want een toekomst van normaal functioneren opgeven is hard, dat gaat niet vanzelf.

Ik ben blij dat ik nu zelf kan opschrijven en erkennen hoe zwaar ik het gehad heb, want erkenning was er nauwelijks. Naar de buitenwereld zette ik altijd een grote glimlach op, want wat moest ik anders doen? Tijdens mijn jeugd was ik goed getraind in acteren en doen alsof alles helemaal prima is. Op de vraag ‘hoe gaat het met je?’ heb ik vaak genoeg ‘goed’ of ‘çava’ geantwoord, want ik had geen idee waar ik anders moest beginnen.

Maar die vraag kwam er minder en minder, ik raakte geïsoleerd. Ik had geen werk, geen energie voor hobby’s, mijn familie heeft nooit vragen gesteld over mijn ziekte en zocht me nooit op, en mijn vrienden raakte ik geleidelijk kwijt omdat ik nooit meer het initiatief nam. Energie om iets met vrienden te doen, was er niet, en als ik dat toch deed, was ik daarna soms maanden ziek, dus veel pogingen ondernam ik niet meer. Toen heb ik geleerd dat echte vrienden, die je ook oké vinden als je niet de grote entertainer van de groep uithangt, schaars zijn. Vrienden die durven doorvragen hoe het écht gaat met je en dat serieus nemen.

Die periode van rock bottom en dieper was er één van totale wanhoop, eenzaamheid, frustratie, depressie en een oneindige cyclus van opbloeiende en weer verbrijzelde hoop. En tegelijk was het een periode van spectaculaire transformatie en sterke emotionele groei. Als ik het cliché van de feniks ergens zou mogen ingooien, zou het hier zijn.

Want ik was vroeger echt nog niet de persoon die ik nu ben. Ik ben opgegroeid en geconditioneerd in een disfunctioneel gezin en een op zijn zachtst gezegd emotioneel geconstipeerde familie. Mijn zus en ik zijn emotioneel mishandeld en hebben daarmee leren copen door alles te slikken, weg te duwen en te acteren dat alles reuze uitstekend ging – een act die we pijnlijk overtuigend brachten ook.

*

Maar zo’n enorme lichamelijke klachten en emotionele pijn kon ik niet meer wegduwen. Daarmee maakte ik de uitputting alleen maar groter. Dus ben ik op een lange zoektocht naar mezelf geweest, om er nog een cliché in te gooien. Oude, ongezonde patronen – de enige patronen die ik kende – kwamen bloot te liggen. Ik ontmaskerde mezelf, ontmaskerde alle vuile copingmechanismen die me als kind redden, maar waarmee ik mezelf nu alleen zieker maakte. Dat waren soms schokkende inzichten en ik wou ze eruit, ik wou veranderen. Ik besteedde honderden, misschien wel duizenden euro’s aan therapie, waar ik die oude mechanismen blootlegde en van me afwierp. Maar wat overbleef, was een grote leegte.

Ik wist niet meer wie ik was, of ik nog wel iets was, of ik nog wel iemand was. Ik voelde me minder dan kak. Mijn topprestaties waar ik me mijn hele leven mee geïdentificeerd had, waren uit het zicht en misschien wel voorgoed uit mijn bereik verdwenen. Had ik nog waarde? Kon ik niet evengoed van de aardbol verdwijnen? Was ik niet gewoon een last voor mijn partner, mijn familie en alle werkende mensen die bijdragen aan de sociale zekerheid?

Jezelf in vraag stellen is pijnlijk. Ik ben er trots op dat ik de moed heb gehad om door die periode te werken, om mezelf compleet te ontmantelen, naakt en kwetsbaar, niet wetend of ik nog wel iets anders zou kunnen worden en of de pijn van het zoeken ooit voorbij zou gaan. En ik ben er trots op dat ik nu in staat ben om trots te zijn op die prestatie, ook al is ze niet zo conventioneel indrukwekkend als een huis kopen, een marathon lopen of een doctoraat halen.

*

Ondertussen weet ik wel goed wie ik ben. In de eerste plaats hooggevoelig, introvert en kwetsbaar, makkelijk overspoeld en diep geraakt door emoties en indrukken, maar dat is oké. In de tweede plaats beperkt door een ingewikkelde ontregeling van mijn zenuwstelsel en stressresponssysteem. En verder nog een heleboel dingen, natuurlijk, zoals creatief, gedreven, optimistisch en zachtaardig.

Ik ben nu dan wel zelfbewust en zelfverzekerd, en zelfs tijdens de meeste lastige dagen lukt het me om licht, luchtig en hoopvol naar de wereld te kijken, maar ik heb het nog steeds niet gemakkelijk. Ik lach, maar ik voel regelmatig de pijn en frustratie van mijn beperking, die er nog steeds is, al heb ik ermee leren functioneren. Ziek zijn word je niet gewoon. Afspraken afzeggen en fijne belevenissen missen worden niet easy peasy. Het pijnlijke besef dat bijna niemand ziet hoe alomvattend mijn beperking is, slijt niet.

Ik accepteer mijn beperking, want dat slorpt veel minder energie dan vechten tegen wat ik toch niet kan veranderen, maar dat betekent niet dat ik mijn situatie niet zou veranderen als ik plots de magische krachten zou hebben om dat te doen. Ik zou mezelf in een halve seconde weer gezond en fit toveren.

Ik denk niet dat je weet dat die pijn, die frustratie en dat verlangen naar meer betere dagen mijn compagnons zijn. Dat is oké voor mij, negatieve ervaringen horen bij het leven en deze bad ass bitch kan doorheen moerassen van lastige gewaarwordingen navigeren als een queen. Deze bad ass bitch weet ook dat ze waarde heeft, en talenten, net als iedereen.

Maar sommige grapjes kunnen deze bad ass bitch toch bijzonder hard kwetsen. Zeker als die grapjes gaan over dingen moeten missen, een zogenaamd inferieure taak opnemen, of minder waard zijn dan iemand anders. Niet alleen als die grapjes over mezelf gaan, maar ook als iemand anders het onderwerp ervan is.

De maatschappij bulkt van de veronderstellingen over wie waardevol is, wie minder, en wie helemaal niet. Jammer genoeg kom ik nu pas in opstand tegen die denkbeelden, nu ik zelf weet hoeveel pijn en schade die veronderstellingen veroorzaken. Ik vind het echt problematisch om de waarde van mensen te koppelen aan hun prestaties, hun maatschappelijke inspanningen, hun relevantie, of de veranderingen die ze in gang kunnen of willen zetten.

Mensen die grote maatschappelijke veranderingen in gang zetten, zijn heel waardevol. Maar vuilnisophalers zijn even waardevol. En mensen die alleen maar werken om zo veel mogelijk geld te verdienen, zijn ook waardevol. De persoon aan de top heeft waarde, maar het groepje dat de post rondbrengt is ook cruciaal. Extraverten, die met plezier en vol energie groepen mensen weten te boeien en van de ene meeting naar de andere huppelen, zijn waardevol. Maar introverten, die zich alleen en in stilte achter de schermen bezighouden met introspectie en creatieve oplossingen, zijn precies even belangrijk. Maar zelfs die gedachtegang vind ik nog te beperkt, want ze koppelt waarde aan uitgevoerde taken of prestaties. Ook mensen die keihard inzetten op individuele acties zijn waardevol. Ook mensen die geen reet geven om het klimaat zijn waardevol. Ook mensen die slechte dingen doen, hebben waarde.

Als ik ooit carrière zou kunnen maken, een stiekeme droom en ambitie die ik niet kan uitdoven, zou dat de visie zijn die ik met passie uitdraag. Iedereen heeft per definitie waarde. Mensen aan de zogenaamde top. Mensen in het midden. Mensen onderaan. Werklozen. Zieken. Enthousiastelingen. Onzekere zieltjes. Iedereen.

*

Ik heb geprobeerd helemaal mezelf te zijn met deze brief. Hoewel ik over het algemeen behoorlijk veel kan incasseren en zelfs geniet van een goeie burn onder vrienden, hebben sommige van je grapjes over mijn rol in het team of mijn beperking me geraakt. Ik kon ze niet gemakkelijk van me afschudden. Tegelijk weet ik dat je gewoon goede bedoelingen hebt, net als bijna iedereen. En ik weet dat ik je een fijne vriend vind. Daarom wou ik eens proberen om je helemaal in mijn eigen stijl te vertellen wat ik eigenlijk elke dag met me meedraag. Ik hoop dat dit niet ongemakkelijk was voor je, dat dit niet te intens was. En ik hoop dat we erover kunnen praten.

*

Ondertussen las L mijn brief. Hij was open en begripvol, en we hadden een deugddoend gesprek over zijn grapjes die me soms kwetsten. In de toekomst houdt hij er rekening mee dat ik, hoewel ik goed met mijn ziekte omga, het toch nog pijnlijk vind om met alle klachten en beperkingen te leven. Uit die ervaring heb ik geleerd dat het de moeite kan zijn me kwetsbaar op te stellen bij personen die ik waardevol vind om in mijn leven te houden.

Note to self 9

Note to self 9

Lieve beer,

Telkens je iets wil doen en je zo angstig voelt dat je ermee wilt ophouden, maar je doet het toch, weet dan dat je iets dappers aan het doen bent. Je bent moedig.

Misschien zeg je jezelf dat anderen het niet spannend zouden vinden, wat jij nu doet. Misschien heb je het vroeger al gedaan. Misschien gaat het maar over iets kleins.

Maar je bent bang, je voelt je angst, erkent die, en zet toch door met wat je wilt doen. Dat is moed. Je angst overwinnen is dapper.

Je bent een held.

Mijn menstruatie in beeld

Mijn menstruatie in beeld

Praten over menstruatie is nog steeds een beetje taboe. Dat is jammer, want door open met elkaar te praten over natuurlijke lichaamsprocessen kunnen vrouwen er bijvoorbeeld sneller achter komen als er ergens iets niet helemaal goed zit, daarmee een dokter opzoeken, en op tijd ingrijpen. En als we onder elkaar in alle openheid durven praten over wat ons lichaam doet, hoe dat voelt en hoe het eruit ziet, zijn we ook beter getraind om alle details met dokters en andere hulpverleners te delen. Want dan is het no big deal meer. Durven praten over menstruatie kan mensenlevens transformeren.

Daarnaast vind ik het eigenlijk ook gewoon veel aangenamer om zo’n fundamenteel deel van mijn vrouwelijkheid niet te moeten verstoppen. Het mannenlichaam moet niet de standaard van de maatschappij zijn. Wat omgaat in een vrouwenlijf is óók standaard en normaal.

De laatste tijd zag ik op social media regelmatig de opmerking voorbijkomen dat het zicht van bloed in actiefilms en gewelddadige videospelletjes heel normaal is. De spetters druipen van het scherm. Maar menstruatiebloed, dat helemaal vreedzaam en natuurlijk uit vrouwenlijven drupt, wordt nog altijd krampachtig verstopt. En jeetje zeg, inderdaad!

Reclamespotjes voor tampons en maandverbanden zijn gelukkig niet meer zo eufemistisch als in de jaren 50, maar het menstruatiebloed dat zou moeten opgevangen worden, wordt toch maar nog steeds vervangen door een cleane, blauwe vloeistof. Is dat niet bizar? Het is nochtans niet dat onze tere oogjes het zicht van een paar druppels op bloed lijkende vloeistof niet kunnen verdragen, want Quentin-Tarantinofilms gaan er anders vlot genoeg in. Het is gewoon dat het menstruatiebloed is. Op Instagram worden beelden van doorgelekte bloedvlekken zelfs gecensureerd! Want o zo schokkend.

Ik durf in het bijzijn van mijn partner mijn menstruatiecup legen of mijn maandverband vervangen. Niet dat hij dat moet zien, maar als hij passeert en mijn bloody mess te zien krijgt dan kijken we daar allebei niet van op. Oké, heel misschien heb ik hem wel al eens geroepen om te laten zien hoe spectaculair veel bloed er op korte tijd in mijn menstruatiecup was verzameld. Maar dat zal wel niet voor iedereen zijn.

Schokkender vind ik het dan nog dat ik af en toe van een grown ass volwassen man die al verschillende relaties met vrouwen heeft gehad, te horen krijg dat hij nog nooit menstruatiebloed heeft gezien. NOG NOOIT. Of dat mannen bijvoorbeeld denken dat je toch niet door een jeansbroek kan bloeden, want dat is toch superdikke stof? Of dat een man keiverbaasd opkijkt bij de mededeling dat vrouwen vaak subtiel vragen elkaars poep even te checken om te zien of ze niet doorgelekt zijn – wauw, wat een fenomeen!

Bij deze vond ik het dus nodig om alle registers open te trekken en te tonen: zo ziet een menstruatie eruit. De mijne toch, want alle vrouwen zijn verschillend.

Omdat ik zo’n ecowarrior ben, gebruik ik wasbare maandverbanden en een menstruatiecup. Met veel plezier, want wasbare maandverbanden zijn keizacht en comfortabel. Ik heb een super heavy flow dus gebruik ik meestal een cup in combinatie met een maandverbandje. Dit was een maandverbandje op een lichte dag – licht voor mij toch.

Tijdens mijn zwaarste dagen zit mijn menstruatiecup ongeveer drie of vier keer per 24 uur vol. Ik vind het legen ervan best wel bevredigend. Wauw, zo veel bloed, helemaal zelf gedaan! Dan was de pijn toch niet voor niets, zogezegd.

Een paar uur geslapen en net op tijd wakker geworden, want veel kon hier niet meer bij. Tijdens mijn menstruatie slaap ik echt niet lekker. Ten eerste heb ik zo. veel. pijn. en ten tweede ben onrustig omdat ik het bloed voel druppen en nogal krampachtig in een houding probeer te liggen met de minste kans op bloedvlekken in de lakens.

Bloedvlek in onderbroek. Geen nieuws.

Bloedvlekken op de lakens, aaargh, en dan hopen dat het niet ook nog door de matrasbeschermer is.

De wasmachine halverwege mijn menstruatie. Het bloedvlekkenmuseum.

Is dit herkenbaar voor je? Schokkend? Vreemd? Overbodig? Of net fijn om te zien dat jij helemaal normaal bent?

10 dingen waar ik vandaag dankbaar voor ben

10 dingen waar ik vandaag dankbaar voor ben

❤ 1 ❤
de heerlijke rozenbottelthee uit de tuin van een vriendin

❤ 2 ❤
een spontane woordenwisseling met een man voor de deur van de bib

❤ 3 ❤
het warme, zachte wollen truitje dat ik heb gekregen van iemand die het niet meer droeg

❤ 4 ❤
en mijn coole geruite plooirokje dat ik ook heb gekregen van iemand die het niet meer droeg

❤ 5 ❤
J die zomaar achter me kwam staan om mijn haar te strelen

❤ 6 ❤
de soepstengels die voorbij de houdbaarheidsdatum waren en die ik dan maar gratis meekreeg in de winkel

❤ 7 ❤
het enthousiasme van mijn collega’s tijdens de brainstorm over onze kerst-teamdag

❤ 8 ❤
de geur van wierook

❤ 9 ❤
hoe lief mijn vriendin M, de moeder van mijn metekindje, is

❤ 10 ❤
dat ik in een veilige stad in een veilig land woon

10 gelukjes die stuk voor stuk niet te koop zijn.

Note to self 8

Note to self 8

Bewegen doet deugd.

Zeker als je je gespannen, depressief of angstig voelt. Ga even naar buiten voor een rustige wandeling, ook al ben je bang en razen de gedachten door je hoofd. En ga zeker naar buiten als je je compleet overrompeld voelt en de gedachte hebt dat je zo veel moet doen, dat je niet eens weet waar je moet beginnen en dan maar helemaal blokkeert en niets doet.

Vele kleine blokjes beweging zijn even goed of beter dan een grote, intense blok. Twee dagen na elkaar een half uur wandelen is beter dan één van die twee dagen een half uur sporten en de andere dag niet bewegen. Als je je te moe voelt voor een wandeling van een half uur, is een blokje om ook prima, echt waar. Of tien minuutjes in de voormiddag en tien minuutjes in de namiddag. Want de intensiteit is niet zo belangrijk. Ga voor het plezier van je lichaam voelen bewegen. Wandel jezelf tot rust.

Je bent geen topsportster die altijd op de top van haar kunnen moet zijn. Je bent geen topmodel dat geld verdient met een zo strak of gespierd mogelijk lichaam. Je hebt een beperking. Je hoeft niemand te evenaren als het aankomt op sport.

Maar eigenlijk doe je het al keigoed. Kijk maar naar al je succeservaringen. In het verleden heb je het gekund, nu kan je het ook. Jij CVS-heldin.

Note to self 7

Note to self 7

Het is helemaal oké dat je je werk vandaag en morgen hebt afgezegd. Het is helemaal oké dat je voor jezelf zorgt door je grenzen te bewaken. En het is meer dan oké dat je ingrijpt voor je er volledig onderdoor gaat. Je mag er zelfs trots op zijn.

Je bent geen martelaar. Je hoeft je motivatie niet te bewijzen door de hele dag paraat te gaan staan en mottig doorheen alle klachten te pushen.

Ja, vandaag en morgen zijn belangrijke dagen. Een groot project. En ja, je inbreng in de dag zou groter dan normaal zijn. Je zag het als een kans om te bewijzen dat je méér kon.

Maar je eigen gezondheid en herstel zijn belangrijker dan dit project. Er komen meer kansen in de toekomst. Net door dit project te laten schieten, laat je zien dat je klaar bent voor de toekomst, dat je klaar bent voor een leven van grenzen stellen, jezelf bewaken en op die manier op de been blijven.

En nog iets: je kan niet consequent je eigen grenzen bewaken zonder anderen af en toe een gevoel van ongemak te geven. Ja, L zal misschien balen dat hij nu niemand heeft om verslag te doen van de sessies. En ja, K zal misschien in de stress zitten omdat er nu geen fotograaf op het event is. Misschien, of misschien ook niet. Het zou ook kunnen dat dit maar een klein putje op hun weg is, want hun veerkracht is veel groter dan die van jou. Ze overleven het wel.

Zorg nu maar goed voor jezelf, vandaag en morgen. Je mag leuke dingen doen. Dat mag! Jezelf straffen omdat je niet gaat werken, is voor niemand helpend. Ga naar buiten, lees een boek in de zon, doe een wandelingetje, ga eens naar de cinema, of naar dat gezellige theehuisje.

Je verdient het, want je bent waardevol. Zoals je altijd waardevol bent.

Waarom ik vandaag zo verdrietig ben

Waarom ik vandaag zo verdrietig ben

Wat ik wil:

een betekenisvolle, creatieve job die de klimaattransitie ondersteunt
een netwerk uitbouwen en carrière maken
diepe verbinding voelen met mijn vrienden
avontuurlijke seks met interessante mensen
uitgaan en dansen
onverwachte plannen kunnen maken

Wat ik kan:

drie halve dagen per week vrijwillig, gratis werken
een sollicitatiebrief indienen voor een halftijdse job en daar een hele week uitgeput van zijn
af en toe vrienden zien, maar niet ’s avonds, en dan toch nog kapot zijn van die afspraak
twee of drie keer per maand seks met de enige partner die ik ooit gehad heb
vijf minuten dansen in de keuken
sporadisch iets plannen en de helft weer moeten afzeggen omdat ik te moe ben

ondersteund door een loeistrakke zelfzorgroutine om het net net nét te kunnen volhouden

Op het tandvlees

Op het tandvlees

Ik vind het zo, zo jammer hoe ongelooflijk veel mensen op hun tandvlees zitten op het werk. Plichtsbewust ploegen en ploeteren ze maar door. Ze doen hun best en blijven zichzelf voorhouden dat er nog wel wat werk bij kan. Extra projectje hier, extra taak daar. En er zijn zo veel mensen aan het ploeteren, dat ploeteren bijna het nieuwe normaal is. Wie niet ploetert, heeft werk te weinig, zeggen ze.

‘Zeg, die J, die loopt er altijd zo vrolijk en ontspannen bij. Zouden we hem niet een beetje meer werk moeten geven?’ hoorde ik de voorbije maand op de werkvloer. Dat raakte me recht in mijn hart en mijn brein. Hoezo is het niet meer normaal dat je ontspannen kan zijn op je werk?

Ik was vroeger ook een deel van het ploeterleger. In mijn eerste job, waar mijn lichaam het compleet begaf, en die achteraf gezien extreem uitdagend was voor één enkele persoon, hoorde ik constant collega’s klagen hoeveel werk ze hadden. Dus ik ging ervan uit dat het normaal was om van ’s ochtends tot ’s avonds niets anders te doen dan hyperalert achter je scherm op topmodus full speed te zitten presteren. En dat elke dag overuren draaien compleet normaal was. En dat je op je werk bleef tot het werk gedaan was. Ik heb me zo hard kapotgeploeterd, dat ik het nu Niet. Meer. Wil. En die vastberadenheid houdt me recht in de tornado van stress die me nu af en toe komt voorbijwaaien.

Maar ik zie dat veel mensen die absolute vastberadenheid om hun eigen gezondheid met hand en tand te bewaken niet hebben. Of nog niet. Want die krijg je meestal pas als het al eens te laat geweest is. Als je draagkracht niet meer is wat ze eens geweest is. Als je al extra kwetsbaar bent geworden na de crash.

Dus, alstublieft: zorg voor jezelf. Zorg verdorie goed voor jezelf. Alsof jij je allerbeste vriend of vriendin in de hele wereld bent. Want zonder jou kan je leven niet verder. Zonder je gezonde lijf, geen job. Zonder een gezond hoofd, geen werk.

Het is bijna magisch hoeveel opgeslagen kracht je lichaam kan vrijmaken in tijden van stress. Het is wonderlijk dat we voorraden kunnen uitputten waarvan we niet eens wisten dat we ze hadden. Je zou er bijna overmoedig van worden. Zo van: ja, blijkbaar kan ik dit allemaal aan, blijkbaar kan ik blijven gaan!

Maar op een dag, als de allerlaatste druppel energie uit de allerlaatste schuilplaats van je lichaam is geperst, heb je plots niets meer. Niets. Geen extra duwtje. Niets. Heel, heel lang n.i.e.t.s meer.

Dat punt lijkt zomaar ineens te komen, maar toch is het dat niet. Want telkens je voelt dat je rust nodig hebt en je neemt ze niet, negeer je een kleine waarschuwing. Je bijna altijd opgefokt voelen op je werk, niet meer rustig en diep kunnen ademen, je werk niet kunnen loslaten als je thuiskomt, slecht of woelig slapen, altijd prikkelbaar zijn of jezelf niet meer herkennen, rusteloze benen, constant hoofdpijn: het zijn allemaal signalen van je lieve lijf dat je vertelt dat je beter even rust neemt.

Neem regelmatig micropauzes. Sta elk half uur eens recht. Ga naar de wc. Stretch. Haal elk uur een lekker drankje bij de automaat. Wandel naar die collega, in plaats van te mailen. Kijk een paar minuten uit het raam. Verzorg de kantoorplant. Dat zijn kleine momenten van zelfzorg, die betekenisvoller zijn dan je denkt. Ze geven je lichaam het signaal dat het even in herstelmodus mag. Ze maken je hoofd weer helder.

En maak ook plaats voor grote rustmomenten. Je hebt het recht om elke week een dag of een halve dag vrij te maken. Geen activiteiten, geen familiefeesten, geen vrienden. Rust, lummelen, wandelingetjes, creatieve, maar ‘nutteloze’ activiteiten. Cocoonen met je gezin. Als je heel plichtsbewust bent, en het gaat om de grote rust, dan is de regel waarschijnlijk: neem de rust waarvan je vindt dat je ze nodig hebt. En dan nog wat extra.

En als je niet meer tot rust komt van dat dutje of die dag vrijaf, maar je voelt je juist nog beroerder; dan heb je nóg meer rust nodig. Want dat betekent dat je zenuwstelsel niet meer op tijd in recuperatiemodus komt en dat je stressniveau niet meer genoeg daalt tussen de pieken.

Ik hou zo hard van jullie. Mensen. Honderden, duizenden, miljoenen prachtexemplaren zijn er op de wereld. En ik wou dat ik jullie dit allemaal kon duidelijk maken: het is niet je eigen schuld. Als je je werk niet gedaan krijgt, is er te veel werk. Jij doet het goed genoeg. Je bent goed genoeg. Dus zorg voor die goeie zelf.

Gelezen: World Wide Wet .come

Gelezen: World Wide Wet .come

Goedele Liekens en Griet Vanhaevre verzamelden in een groot onderzoek zo veel mogelijk seksuele fantasieën van vrouwen wereldwijd. Uiteindelijk werden er meer dan 10.000 ingezonden. En in dit boek staat een interessante selectie uitgelicht. Van cliché en soft tot verrassend kinky en gevarieerd.

Over Goedele Liekens wordt soms een beetje lacherig gedaan. Haar werk wordt nogal vaak schamper omschreven, vind ik. En ik moet toegeven dat ik haar vorige seksboeken ook héél erg populariserend vond. Maar tegelijk heeft ze wel het speelveld serieus geëffend voor meer serieuze en diepe conversaties over seks, en dat moeten we haar toch nageven.

Ondanks de populariserende toon zit er wel echt wetenschappelijk onderzoek achter Goedeles werk. En dat is dan weer helemaal mijn ding! Dus de inleiding van haar nieuwste boek vond ik best wel boeiend. Blijkt dat er nog helemaal niet veel onderzoek gedaan was dat vrouwelijke seksuele fantasieën onder de loep nam, dus bij deze is de aanzet gedaan.

In films, boeken en andere media worden vrouwen nogal eens afgeschilderd als brave, oerromantische wezens. Wegsmelten in de armen van een knappe hunk, zachte seks bij kaarslicht, passioneel kussen na een diep gesprek – niet dat ik dat zou haten, maar in vergelijking met die scenario’s lijken mijn eigen voorkeuren bijna abnormaal kinky. Een halve vent zogezegd.

Daarom vond ik de fantasieën in dit boek ook zo interessant. Van zacht en cliché tot hard en wild, van seksuele onderwerping tot femdom, van voyeurisme tot exibitionisme, en van orgieën tot extreem specifieke voorkeuren. Eindelijk: vrouwen wereldwijd zijn ook kinky en wild. Of ze denken in elk geval zo.

Interessant boek, zo tussendoor. En inspirerend. Misschien wel een reden om de hand aan jezelf te slaan. Kan gebeuren hé.

Het boek is te leen in de bibliotheek van Leuven, voor wie in de buurt woont. Check eerst je lokale bib voor je een boek koopt, lenen is duurzamer dan kopen, baby. En voor de rest: je bent goed bezig, hou van jezelf, want je bent het waard!

Sisterhood

Sisterhood

In de apotheek // ik heb al een paar dagen last van een vreselijke vaginale infectie, hoewel ik mezelf nochtans goed verzorg en zelfs vaginale probiotica gebruik om het evenwicht te bewaren // dus ik heb schimmeldodende crème nodig.

“Mannen weten echt niet wat dat is. Een schimmelinfectie is om gek van te worden,” zegt de vrouwelijke apotheker me. “En we moeten daar zeker geen taboe van maken.”

Yes, sister. Inderdaad.

Vrouwen weten het: een vagina is echt niet zo’n makkelijk orgaan. Schimmelinfecties liggen op de loer, en bacteriën die je blaasontstekingen bezorgen. En zoveel meningen over wel of geen schaamhaar, of een beetje, en in welke vorm dan. En de onzekerheid over alle velletjes en flappen.

Maar gelukkig verstaan we elkaar. Vrouwen onder elkaar. En dat deed eens deugd.

Menstrueren is normaal!

Menstrueren is normaal!

Ik ben verliefd op dit artikel van Tineke Van Iseghem dat gisteren op VRT NWS kwam. Menstruatie moeten we normaliseren!

De helft van de mensen op deze wereld krijgt in haar – of in sommige gevallen zijn – leven te maken met menstruatie. Maar toch is het veel meer sociaal geaccepteerd om op familiefeesten of bedrijfsevents over zeldzame medische aandoeningen te spreken dan over menstruatie. Hoezo?! Is het niet vreemd dat we een doodnormaal onderdeel van onze vrouwelijkheid zo geheimzinnig moeten verstoppen?

Ook ik ben zo opgevoed hoor. Mijn openheid op dat vlak komt niet zomaar uit de lucht gevallen; ik heb mezelf heropgevoed. Ik vond het helemaal normaal om stiekem een tampon of maandverband uit mijn tas te moeten vissen en daarmee naar de wc te sluipen, of om dat maandverband zo stil mogelijk open te trekken, zodat niemand zou horen dat ik ongesteld was. De snijdende pijn verbijten en vooral met niemand delen, ook dat hoorde er toch bij? Stel je voor dat ik zomaar zou uitroepen dat ik last had van menstruatiepijn, hoe marginaal!

Ons deel van de wereld is eeuwenlang door mannen geleid. Mannen bepaalden de loop van de wetenschap en de politiek, mannen maakten de regels en wetten, mannen bepaalden wat sociaal wenselijk was en wat niet. Het patriarchaat wordt dat genoemd. Dat is gelukkig wat aan het kantelen, nu vrouwen *in theorie* ook toegelaten worden tot posities in de wetenschap, de politiek en het bedrijfsleven.

(In onze contreien dan toch – laten we alstublieft niet vergeten dat vrouwen in veel andere landen amper iets te zeggen hebben over hun eigen lot.)

Een groot deel van ons gedachtegoed vloeit nog rechtstreeks voort uit de tijd dat mannen de absolute standaard waren. Toen vrouwen nog werden aanzien als zwak, klagerig, teer en ongeschikt voor enige verantwoordelijkheid. Toen pijn en ongemak van vrouwen nog werd weggezet als ‘ingebeeld’ of ‘overgevoeligheid’. Toen er alleen wetenschappelijk onderzoek werd uitgevoerd op mannen, omdat vrouwelijke hormonen de onderzoeksresultaten toch maar in de war stuurden. (Wat tot héél recent dus nog de standaard manier van werken was hé!)

Damn, mensen, soms vind ik het zo jammer dat we onze aangeleerde manier van denken blijkbaar zo moeilijk in vraag kunnen stellen! Want uiteindelijk zijn het maar gedachten.

Mannen moeten er toch echt mee leren dealen dat vrouwen ongesteld worden, vind ik. We moeten onze dochters geen absolute menstruatiediscretie aanleren, maar onze zonen leren wat er daar gebeurt in die vrouwenlijven. Draai die rollen om, alstublieft, in het voordeel van iedereen!

Ik zou willen dat ik gewoon overal zonder oordeel open kon zijn over waarom ik dringend dat toiletbezoek nodig heb. Dat ik zo moe ben omdat ik de hele nacht niet kon slapen door alle menstruatieklachten. Ik wou dat mannen niet meer zouden walgen bij het idee van een beetje menstruatiebloed. Dat ze zonder gêne een doosje tampons voor hun vrouw in hun winkelkarretje konden gooien. Dat leraars eindelijk in hun hoofd krijgen dat pubermeisjes op sommige dagen amper kunnen functioneren van de menstruatiepijn, en niet van de luiheid.

Menstueren is normaal! Laten we het zo behandelen.

Mijn anti-bucketlist

Mijn anti-bucketlist

Fuck bucketlists. Het leven is al moeilijk genoeg. Ik hoef geen extra druk. En ik ben zo wel goed genoeg. Hier is een lijst van 20 dingen die ik niet wil gedaan hebben in mijn leven:

  1. bungeejumpen
  2. skydiven
  3. een wijncursus volgen
  4. Beyoncé ontmoeten
  5. op alle continenten van de wereld geweest zijn
  6. trouwen en kinderen krijgen
  7. de Mount Everest beklimmen
  8. meedoen aan een talentenjacht
  9. de belangrijkste musea van Europa bezoeken
  10. lid worden van de mile high club (dat betekent seks hebben in een vliegtuig, voor de babyboomers en ouder, en ik zie niet in hoe dat de rest van mijn leven zo veel aangenamer zou maken, alleen dat ik op elk feestje zou hopen dat iemand me vraagt of ik dat al gedaan heb want anders was het voor niets)
  11. stinkend rijk worden
  12. op safari gaan in Afrika
  13. een ballonvaart doen
  14. salsalessen volgen
  15. een moto kopen
  16. op mijn eentje met de rugzak door Zuid-Amerika trekken
  17. zwemmen met haaien
  18. alle grote filosofen lezen
  19. een marathon lopen
  20. mijn eigen bed & breakfast beginnen

Fuck. That. Shit.

Rondpoepen (7/7)

Rondpoepen (7/7)

Lees hier deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5 en deel 6 van mijn rondpoepen-reeks.

Mijn relatie met J benoem ik niet openlijk als open relatie. Zelfs voor mij heeft die term nog een beetje de connotatie van ongebreideld rondpoepen, in bed duiken met Jan en alleman, een relatie waarin je uiteindelijk niet tevreden genoeg bent met je partner. Waar ik niet aan zou denken bij de term open relatie, is iemand die al meer dan negen jaar een beresterke relatie heeft met dezelfde partner, nog nooit iemand anders in bed heeft gehad, en voorzichtig op zoek is naar een andere seksuele ervaring. Hoewel ik zo’n fan ben van openheid, beeld ik me in dat meer conservatieve mensen mij meteen zouden afschrijven en in een losbandig hokje plaatsen omwille van die open relatie.

Ik weet eigenlijk helemaal niet zo goed hoe ik eraan moet beginnen. Misschien maakt het feit dat iedereen mij kent als ‘die met haar ijzersterke vaste relatie’ het ook wel moeilijker.

En ook mijn game is niet meer fris. De laatste persoon die ik probeerde te versieren, was J. Met glans dus, dat wel. Alle andere contacten met aantrekkelijke mensen die ik de voorbije tien jaar had, hield ik netjes op een gepaste afstand, want: J.

Gewoon flirten is al spannend genoeg, maar flirten terwijl je in een vaste relatie zit en duidelijk wil meegeven dat je alleen op zoek bent naar seks, maar wel op een respectvolle manier, en liefst niet ’s avonds want dan ben je te moe want je bent chronisch ziek maar dat is zeker niet besmettelijk: moeilijk.

Ik hoop een beetje op een fuckbuddy op langere termijn dan één keer. Een persoon die zelf ook geen zin heeft in een vaste relatie, maar wel in seks af en toe. Iemand die graag experimenteert. Iemand die grenzen respecteert en het concept van consent goed snapt. Iemand die gewoon zegt waar hij of zij zin in heeft en ook vraagt wat ik wil.

Een nieuw avontuur begint.

Rondpoepen (6/7)

Rondpoepen (6/7)

Lees hier deel 1, deel 2, deel 3, deel 4 en deel 5 van mijn rondpoepen-reeks.

Mijn zoektocht naar casual seks met vrouwen moest ik opzij zetten om plaats te maken voor recuperatie en zelfzorg. En toen kwam De Crisis. Een heel verhaal, voor een andere keer misschien.

J en ik zijn heelhuids en zelfs sterker uit onze Crisis gekomen. We zijn nog steeds buddies, beste vrienden, levensgezellen. Maar wat heel duidelijk werd, was dat ik reuzegefrustreerd was door het minimale aantal seksuele partners in mijn leven en mijn nog steeds heel levendige experimenteerdrang die ik niet meer kon volgen.

J zag mijn struggle en ging ermee akkoord dat ik zou kunnen experimenteren. Hij wist gewoon dat hij al meer dan negen jaar mijn nummer één was, dat ik zo trouw als een hond was, en dat ik hem altijd méér dan gerespecteerd had, zelfs geneigd was om zijn behoeften boven de mijne te zetten. Hij wist ook dat ik altijd voor hem zou blijven kiezen. Zelfs doorheen onze Crisis. Dat ik lust en liefde zou kunnen scheiden als het nodig was.

Nu hebben we dus een open relatie. Halfopen eigenlijk, want J heeft zelf niet de intentie om seks met iemand anders op te zoeken. Maar ik kan nu wel mijn diepe drang volgen om een verloren puberteit en studententijd in te halen, om de wereld en de mensen daarop seksueel te ontdekken.

Rondpoepen (5/7)

Rondpoepen (5/7)

Lees hier deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4 van mijn rondpoepen-reeks.

Hoewel ik me altijd het meest aangetrokken voelde tot mannen, begon de deur naar de mogelijkheid van meer experimenten met vrouwen een tijdje geleden open te gaan. In mijn fantasie leek het me wel wat, iemand die je lichaam kent als het hare.

Ik ging op Tinder, wat ik ervoer als stresserend, objectiverend en overprikkelend, helemaal niet als dat chille swipen waar veel mensen het over hebben. Ik had een grensoverschrijdende ervaring met een Tindermatch die vooral geïnteresseerd was in naaktfoto’s. En ik ging op een Tinderdate met T, die op niets uitdraaide omdat T het toch vreemd vond om casual seks te hebben buiten de context van een feestje waar iedereen wat aangeschoten is. Terwijl ik ‘niet aangeschoten’ net de beste toestand vind om seks te hebben. Nu ja.

Ik wou het écht. Maar ik ben ook beperkt. ’s Avonds ben ik gewoon te uitgeput om nog met iemand op date te gaan. Late feestjes zijn al helemaal onmogelijk. En Tinder was gewoon te overprikkelend. Na een zoektocht van een maand was ik zo uitgeput, dat ik mijn verlangen even moest laten schieten.

Ook vond ik op zoek gaan naar casual seks met een vrouw vermoeiend omdat ik het helemaal niet gewoon was te flirten met vrouwen. Het was een volledig nieuwe wereld voor mij. Mannen vind ik vrij doorzichtig, die kan ik lezen, maar ik had geen idee hoe ik kon uitvissen of een vrouw vrouwen aantrekkelijk vond en of ze dan ook geïnteresseerd was in mij. Zo’n nieuwe en verborgen wereld. Veel respect voor gay vrouwen, die altijd moeten navigeren tussen die zeeën van hetero’s.