Helemaal tot aan je grenzen

Helemaal tot aan je grenzen

Iets in mij is moe. Het is uitgeput. Het heeft rust nodig, en stabiliteit, en routine. Lieve mensen eromheen. Zachtheid. Niets moeten. Alles kunnen. Diep en vrij ademhalen.

En dat iets heeft het nodig om te horen: ‘Wat ben jij goed bezig. Wat sta jij sterk in je schoenen. Weet je wel wat je hebt meegemaakt de laatste twee jaar? Diepe relatiecrisis. Vechten voor elkaar. Houden van, maar ook veel pijn. En beslissen dat die persoon, waarmee je je hele leven had willen doorbrengen, toch maar beter een andere rol zou krijgen in je leven. Een grondverschuiving: elf jaar aan verwachtingen en vanzelfsprekendheden schuiven onder je voeten vandaan. Nieuwe vragen, die je nu helemaal alleen moet oplossen. Alleen ook, met het besef dat je niet alleen afscheid neemt van iemand waar je zielsveel van houdt, maar ook van mogelijkheden. Deuren slaan dicht. Paden verdwijnen.’

‘En tegelijk blijven zoeken naar wat jij nodig hebt. Het is te veel voor je, alles tegelijk. Aan de ene kant vult het een leemte, aan de andere kant slaat het een nieuw gat. Weet je wel wat je hier aan het navigeren bent?’

‘Ja, het duurt lang, de regelingen bij de banken. Ja, dat had je eigenlijk op twee weken kunnen doen, in de plaats van twee maanden. Ik zie dat je gefrustreerd bent. En kwaad op jezelf. Als je had geweten wat je nu weet, had je het anders gedaan. Maar dat wist je niet. Lieverd: Je Wist Het Niet.’

‘Ik hou van je. Van je hele jou. Helemaal tot aan je grenzen. Ik hou van je verlangens. Ik hou van je gevoelens. Ik hou van je gedachten. Ik hou van je verleden. En ik hou van je toekomst.’

Brief aan L

Brief aan L

L,

Ik zou zo graag met je bevriend blijven. Ik zou je zo graag beter leren kennen. Je doorgronden. Ik vind je interessant. Ik wil weten wie je bent, wat je drijft, hoe jij de wereld ziet en waar je gelukkig van wordt. Ik wil weten wanneer je een traantje laat, wat je razend maakt en of je bang bent in het donker.

In de plaats daarvan voel ik verdriet. Verdriet, omdat ik mezelf moet beschermen. Het ligt als een laagje om mijn borst heen. Ik voel dat het beter voor me is om afscheid te nemen van wat er tussen ons is. Van wat zou kunnen zijn. Dat voel ik al een tijdje.

Hier zijn geen schuldigen. Het is niet zo dat jij niet goed genoeg bent. Je bent goed genoeg zoals je bent. En het is niet zo dat ik te veeleisend ben. Ik voel gewoon wat ik nodig heb en daar vraag ik om. Aan jou om te beslissen of je daarop ingaat of niet. Dat is het. Geen wijzende vingers.

Er is alleen een dynamiek die niet werkt en mij ongelukkig maakt. Ik heb duidelijke, klare taal nodig. Hier, klets boem: dit heb ik nodig van jou. En, klets boem: dit zijn mijn grenzen. Geef jij ook even duidelijk aan wat jij van mij nodig hebt en waar jouw grenzen liggen, alsjeblieft?

Maar dat kan je niet. Ik denk niet dat jij voelt en weet wat je nodig hebt. Je vindt het wel fijn als anderen daar in jouw plaats een gooi naar doen. Dat laat je toe om kwaad te zijn op anderen als het niet lekker loopt, denk ik. En ik heb al gemerkt dat je het woord ‘grenzen’ erg eng vindt. ‘Zeg dat niet zo,’ zeg je dan. ‘Dat woord is zo beladen.’

Zo ben je gewoon. Ik kan daar zoveel termen en analyses op kleven als ik wil – zo ben je gewoon. En dat moet ik nemen of laten. Ik heb het twee jaar genomen, maar nu moet ik het even laten. Misschien tijdelijk. Misschien voor altijd.

Altijd, dat woord doet pijn. Ik vind het moeilijk.

L, ik wil je graag bedanken voor wat je in mijn leven tot nu toe betekend hebt. Je ongemakkelijke, grappige zelf. Je intellect. Je tiramisu. De lange gesprekken op café. De vleugjes seksuele spanning – ja, dat voelde ik. De memes. De onderdrukte lachbuien op kantoor.

Ik wens je het allerbeste. Echt waar: liefde, vriendschap, bevredigende intellectuele ontdekkingen, ontplooiing in je job, en de momenten van diep, spannend voelen waar je zo naar verlangt. Ik wens het je allemaal. Met heel mijn hart.

O.

Niets meer

Niets meer

Niets meer
Heb ik je vandaag nog te geven
Mijn longen zijn leeg
Mijn hart is leeg
Geen cadeautjes in mijn mouw
Geen lieve woordjes achter de hand
Laad mij op
Of verdwijn
Anders doe je me pijn

*

Dit gedicht heb ik een paar dagen geleden snel geschreven op een moment waarop ik niet meer wist of ik het nog kon uithouden met mijn partner J. We leggen samen een intense weg af. De laatste maanden is duidelijk geworden dat zijn depressieve periodes en rotsvast geblokkeerde dagen, die de laatste twee jaar steeds intenser zijn geworden, gelinkt kunnen worden aan trauma uit zijn verleden.

J is opgevoed door een sadistische, gewelddadige, verslaafde vader. We dachten allebei dat hij die periode achter zich had gelaten, maar het trauma heeft zich toch schijnbaar onmerkbaar in zijn lichaam genesteld. Door zelf jaren in therapie te gaan en gezondere intermenselijke relaties te ontwikkelen, ben ik de laatste jaren mijn grenzen steviger beginnen stellen en mijn emoties allemaal beginnen toelaten. Die evolutie was triggerend voor het trauma van J, die zelf geen ervaring heeft met gezonde grenzen.

Nu zitten we op een heel, heel hevige weg. We weten allebei dat we eigenlijk niet uit elkaar willen. Dat dit een fijne band is, die uniek aanvoelt. Dat we samen plezier kunnen maken als geen ander. Maar de traumaresponsen zijn hevig. De lichamen gillen het uit, van vecht! vlucht! bevries! En de troepen die de brandjes in ons lichaam zouden moeten blussen, die zijn uitgeput.

Dus we lezen samen over trauma. We verbinden op de momenten dat verbinding mogelijk is. We hopen. We huilen. J gaat dieper in therapie, voor het eerst bij een EMDR-therapeut. We hopen op een plaatsje bij een relatietherapeut en traumaspecialist, die ons hopelijk houvast kan bieden tijdens de intense, verloren momenten waarop gezien of gehoord worden zo hard nodig is, maar tegelijk het moeilijkste op de wereld. We weten niet of dat voldoende zal zijn en hoe onze toekomst eruitziet. Maar dat weet uiteindelijk niemand. Dus voor mij is dat voorlopig oké. Ademhaling per ademhaling glijd ik het volgende moment in.

10 dingen waar ik vandaag dankbaar voor ben

10 dingen waar ik vandaag dankbaar voor ben

Vandaag heb ik me gefrustreerd gevoeld, en moe, depressief, ongelukkig. Maar ik weet dat zo’n dagen er ook mogen zijn. Ik wil mezelf eraan herinneren dat niet alles zwart is, door met een knalherdere spot van dankbaarheid te schijnen op tien heel specifieke dingen die me goed deden.

  1. Ik ben dankbaar voor de duizenden yogafilmpjes op YouTube. Elke dag volg ik er minstens één. Meestal voel ik me daarna beter. Het is niet vanzelfsprekend dat honderden en honderden yogaleraars hun kennis en tijd gratis online met me delen. Ik waardeer dat.
  2. Ik ben dankbaar voor mijn yogamat, die me ondersteunt en met de aarde verbindt. Ik kocht een yogamat uit kurk en ik vind dat symbolisch: kurk is een natuurproduct, de schors van een boom. Als ik op mijn mat lig, voel ik me vanuit mijn huisje in de stad toch verbonden met de natuur die zoveel voor ons doet.
  3. Ik ben dankbaar voor mijn yogablokken. Die heb ik nog maar een aantal weken, want ik zag ze lang als een luxe of iets extra. Maar dat zijn ze niet: ik gebruik ze elke dag. Tijdens mijn yogamoment, maar ook gewoon onder mijn poep tijdens het thuiswerken. Leve de verschillende houdingen, leve de yogablokken.
  4. Ik ben dankbaar voor mijn laptop. Het is ondertussen een oud ding, dat al vele jaren mijn robuuste sidekick is. Ik ben eraan gehecht geraakt. Elektronica lijkt meestal zo evident dat ik weleens vergeet dat de helft van mijn leven eraan ophangt. Voor de mogelijkheden die mijn laptop me geeft, ben ik dankbaar.
  5. Ik ben dankbaar voor het lekkere Indische eten dat aan mijn deur geleverd kan worden. Dat die mogelijkheid bestaat, is een life saver op lastige dagen. Mijn dankbaarheid gaat uit naar de koks die altijd paraat staan.
  6. Ik ben dankbaar voor mijn zachte, warme pyjamatrui die ik in de kringloopwinkel vond. Het is een trui die door tientallen handen is gegaan voor ze hier aan mijn lijf in de zetel is terechtgekomen: textielarbeiders, havenarbeiders, douaniers, winkelpersoneel, de vorige eigenaar… Ik vind het een fijne gedachte dat ik deel van die keten mag uitmaken.
  7. Ik ben dankbaar voor mijn nachtbeugel, die mijn tanden beschermt tegen het genadeloze knarsgeweld van mijn kaak als ik slaap. Als mijn gebit over twintig jaar nog niet tot stompjes van een paar millimeter is gereduceerd, is het dankzij dat stukje strak passend plastic en metaal.
  8. Ik ben dankbaar voor de pollepel in de keuken. Ja, haha, ik ben nu misschien grappig diep aan het gaan over zoiets alledaags, maar een pollepel is echt megahandig. Het zou kak zijn om soep over kommen of borden te moeten verdelen zonder een pollepel. Dus het is een ideaal gevormd stuk keukengereedschap dat ik apprecieer.
  9. Ik ben dankbaar voor de samenwerking met mijn collega S. Ondanks de afstand en de schermen en het digitale contact ben ik blij dat ik met zo’n open collega mag samenwerken, iemand die heerlijk recht voor de raap en menselijk en competent is.
  10. Ik ben dankbaar voor pijnstillers. Voor het grootste deel van mijn leven is dat zo evident: kan de pijn niet meer aan, hup, pijnstiller naar binnen. Maar Jezus, boeddha en het vliegend spaghettimonster, zo’n klein pilletje heeft me al zoveel keren door de dag geholpen. Pijnstillers geven mijn mottige worsteldagen een laagje vernis van welzijn en verlichting. Daar voel ik dankbaarheid voor.
Brief aan mijn lichaam

Brief aan mijn lichaam

Lieve lichaam,

Ik besef dat ik je regelmatig confronteer met mijn frustraties over je gebreken, maar vandaag wil ik je bedanken voor alles wat je wel voor mij doet. Vandaag wil ik vieren wat er allemaal goed gaat en wat je mij allemaal geeft.

Bedankt benen en voeten, om mij overal heen te dragen. Te voet, met de fiets, met de step of met de go cart. Ik ben blij dat ik jullie heb. En dankzij jullie, voeten, kan ik mijn fancy glitterschoenen rocken. Multifunctionele kanjers of wat?

Bedankt handen. Ik weet bijna niet waar te beginnen. Jullie typen, schrijven, strelen, krabben, grijpen, knijpen, zwaaien en aaien. Jullie tikken, bonken, gebaren, onderstrepen, scheppen, meppen en groeten. Jullie zijn mijn helden.

Bedankt, huid, om mij bijeen te houden. Ja, zonder jou viel ik gewoon uit elkaar. Dat wil niemand. En dankzij jou kan ik voelen. Hoe heerlijk de zonnestralen voelen, of de zachte vacht van een kat, of deskundig masserende handen. Maar ook dat ik mijn hand zo snel mogelijk van die vlam moet terugtrekken. Je beschermt mij en krijgt daar amper waardering voor, maar je gaat gewoon door en door: knap.

Bedankt, hart, om op de achtergrond te blijven kloppen. Om mijn bloed te vervoeren. Je hebt het nog nooit opgegeven en daar ben ik je heel dankbaar voor.

Bedankt, longen. Het indrukwekkende proces dat jullie elke seconde uitvoeren, is magnifiek. Zuurstof binnenlaten, koolstofdioxide buitenlaten, en voor de rest vooral zorgen dat al het andere dat rondzweeft in die vuile buitenwereld dit lichaam niet binnenkomt: mooi werk.

Bedankt, knieën, voor jullie flexibiliteit. Buigen en strekken, de hele dag door. Jullie krijgen nogal een beetje gewicht en druk te verwerken. Bedankt voor het volhouden. En voor jullie schattige plopjes en krakjes.

Bedankt, ogen, voor jullie aanpassingsvermogen. Kijken in het donker, kijken in het licht, damn, we doen het allemaal. Het voelt bijna belachelijk jullie voor dat aanpassingsvermogen te bedanken, zo vanzelfsprekend vind ik jullie prestatie – maar dat is het niet. Ik ben heel dankbaar dat jullie elke dag en nacht voor mij werken.

Bedankt, lichaam, en tot de volgende keer!

O.

Hartverwarmend / complimentenwoestijn

Hartverwarmend / complimentenwoestijn

Ik vind het belangrijk mijn eigen capaciteiten te vertrouwen en me bewust te zijn van mijn sterktes, maar toch vind ik het fijn als anderen je af en toe meegeven wat ze leuk vinden aan je. Daarvan genieten vind ik helemaal oké, zeker als ik niet al mijn bevestiging uit complimenten van anderen moet halen. Op elkaar vertrouwen voor steun en motivatie is zeker niet verkeerd, denk ik. We zijn uiteindelijk allemaal met elkaar verbonden. We kunnen niet zonder elkaar. De wereld zou zo leuk zijn als we durfden benoemen wat we aan elkaar appreciëren.

En dat deed M daarnet, tijdens ons skypegesprek. Zo hartverwarmend. Omdat mijn partner J door zijn eigen struggles al een lange tijd meestal niet in staat is zijn appreciatie voor mij uit te drukken, ben ik al lang afhankelijk van mijn eigen interne validatie. Dat lukt me meestal aardig, maar tegelijk voelt het soms alsof ik in een complimentenwoestijn leef. En daarnet begon het even te regenen in de woestijn.

Weet je wat M zei?

Dat ik misschien minder energie heb dan gemiddeld, maar dat ik daardoor bewuster nadenk over wat ik doe en dat dat bewustzijn me in het moment doet leven. Dat ik daardoor iemand ben die goed en oprecht kan luisteren en meeleven. Dat ik misschien minder energie heb dan gemiddeld, maar dat ik toch veel geef en veel energie uitstraal naar de buitenwereld.

Oeh, als dat niet gelukkig maakt. Ik moest het gewoon even neerschrijven, voor mezelf. Voilà, nu is het onsterfelijk.

10 dingen waar ik vandaag dankbaar voor ben

10 dingen waar ik vandaag dankbaar voor ben

Ik vind leven niet altijd zo gemakkelijk. Ik voel me best wel vaak een beetje kut. Soms vind ik mezelf zielig. Dan zie ik alle dingen die me niet lukken en denk ik alleen aan de dingen die mijn lichaam niet kan. Maar dat helpt me natuurlijk niet vooruit. Wat wel helpt? Dankbaarheid. Ik wil mezelf vooruit helpen, dus dankbaarheid is the way to go voor vandaag. Om mijn dag dankbaar af te sluiten zijn hier tien specifieke dingen waar ik vandaag dankbaar voor ben.

  1. Het moment waarop J de keiharde, pijnlijke bulten spanning in mijn kuitspieren losser kneedde
  2. Mijn gezellige geurkaars
  3. Het bezoekje van M, die ik al vele maanden niet meer één op één had gesproken
  4. De reservesleutel van mijn fietsslot
  5. De geur van lavendelolie
  6. Dat ik een veilig huisje in de stad heb
  7. Hoe warm en zacht mijn gezellige onesie voelt
  8. Dat H zo dichtbij woont
  9. Diepvriesframbozen in de winter
  10. Deze yogavideo:
Wat ik wil doen in de Kerstvakantie

Wat ik wil doen in de Kerstvakantie

In de Kerstvakantie neem ik de volle twee weken vrijaf. Yes. Ik werk graag, maar het voelt ook goed om eens afstand te kunnen nemen. Ik heb de laatste maanden meestal het gevoel dat het werk zo veel van me vraagt dat ik constant op het randje zit – wat die pandemie met ons doet, zeg – dus het is in alle opzichten misschien niet slecht de pauzeknop in te drukken.

Omdat ik in het verleden vaak de indruk had dat een vrije dag of een vakantie niet echt voelde als de pauzeknop indrukken, maar gevuld was met allerlei ‘moetens’, wil ik nu eens bewust denken over wat ik eigenlijk wil van mijn twee weken Kerstvakantie. De dagen die overblijven, die mogen dan eens een ‘moetje’ hebben, of iets dat matig tot leuk is, maar ik wil bewust aan de energiegevers gaan.

Wat ik wil doen in de Kerstvakantie:

Yoga. Ik wil elke ochtend tijd maken voor een uitgebreidere yogasessie. Ik wil zo graag mijn spieren weer eens goed voelen werken en stretchen, zonder de angst om te ver te gaan en misschien al te veel energie te gebruiken om de werkdag nog te kunnen doorkomen. Ja, yoga zie ik helemaal zitten.

Schrijven. Ik wil elke dag een half uur schrijven. Met een pen in mijn boekje, of hier op de blog, of op de andere blog. Gewoon schrijven, ook als ik geen inspiratie heb, want het voelt goed om de tekst uit mijn vingers te zien vloeien.

Mijn zus zien. Twee chronisch zieke zussen, die begrijpen elkaar goed, maar geraken niet gemakkelijk tot bij elkaar. Ik wil dus deze vakantie een keer tot bij mijn zus treinen en gewoon lekker babbelen, zonder een scherm of telefoon ertussen.

Gaan wandelen met de vrienden waar ik me het allerbest bij voel. Ik zou B graag zien, want zij is zo empathisch en geïnteresseerd. Ik zou H graag zien, want we delen onze gevoeligheid en onze rare humor. En ik zou E graag zien, omdat zij geestig en creatief is.

Skypen met leuke, verre mensen. Ik vind skypen eigenlijk heel vermoeiend, maar het is toch fijn om nog eens de banden gezellig aan te halen met mensen die momenteel niet gemakkelijk bereikbaar zijn. M woont in Berlijn. B woont in Brussel. Een gezellige babbel zou fijn zijn.

Een paar dagen laten komen wat er komt. Niets inplannen, ik vind dat soms moeilijk. Niet alleen om mijn agenda leeg te laten, maar ook om om te gaan met die leegte. Soms voel ik me op zo’n dag eerst depressief, maar als ik dan in mijn creatieve groove kom, vliegt de dag voorbij en heb ik er spijt van dat ik het niet vaker doe. Dus dat cadeau wil ik mezelf doen: laten komen wat er komt. En ervan genieten.

De feestdagen: dubbele gevoelens

De feestdagen: dubbele gevoelens

Ik heb zo’n vreemde gevoelens bij de feestdagen dit jaar. De tijd lijkt al vele maanden onopvallend voorbij te gaan, zonder speciale mijlpalen, zonder terugkerende patronen. Elke week lijkt op de vorige. Als het donkerder wordt, begin ik normaal uit te kijken naar kerstigheid: kerstmuziek, een creatief versierde boom, kaartjes krijgen en kaartjes terugschrijven… Maar dit jaar voel ik niet veel in die richting. Mijn gevoel is sowieso al meer afgevlakt dan anders, door het ontbreken van energiegevers en menselijkheid rondom mij, maar toch: geen kerstverlangen. Er lijken behoorlijk veel inzichten op te komen ook, vooral rond het thema familie.

Toen ik nog een kind was, dacht ik op de Hollywood/family-is-the-most-important-thing-there-is-manier over mijn gezin en familie en de feestperiode. Ik voelde me in mijn familie niet gehoord en gezien, ik wrong me in allerlei bochten om goed in de groep te vallen, maar ik dacht dat dat normaal was. Zo was het toch overal? Dat zeiden mijn ouders toch. Wij waren normaal. Anyway, je hoorde overal dat familie héél belangrijk was, en dat de feestdagen zó bijzonder zijn, en dat mensen het leuk vinden om Kerstmis door te brengen met familie, dus zo moest het zijn, toch?

Als perfectionistisch, hard werkend en altijd lachend kind viel ik ook gewoon goed in de groep. Ik heb dan ook best goeie herinneringen aan het kerstfeest bij mijn familie, vooral de toxische familie van mijn papa. Veel cadeaus, veel harde lachbuien en veel felicitaties op dat fantastische schoolrapport. De feesten bij de familie van mijn mama, die ironisch genoeg veel gezonder, gevoeliger en minder toxisch is, vond ik toch maar wat saai.

Toen ik met J ging samenwonen, wou ik dat kerstgevoel vasthouden. J had zelf helemaal niets met kerst: zijn mama vond dat allemaal te veel werk, denk ik, en is niet actief gericht op welzijn en gezelligheid. Haar persoonlijkheid is heel passief. Als het niet vanzelf haar kant uitkomt, hoeft het niet. Dat maakte dat J amper verwachtingen had bij de feestdagen. Voor hem zijn dat gewoon maar dagen. Lekker eten en een boom? Prima wel. Maar helemaal niets van feestelijkheden? Ook prima. Dat was wel even een shocker hoor, voor mij. Hoe kan je nu kerst voorbij laten gaan zonder boom, zonder ballen, slingers en lichtjes? Zonder kaartjes en zonder wensen?

Zo kwam het dat ik tien jaar de kerstsfeer helemaal zelf heb getrokken. Met slingers en ballen op ons gemeenschappelijke studentenkot, met een kerstboom en een krans in ons huis. Met een kerstmenu en een kerstfilm. Met kaartjes naar mijn familie én kaartjes naar zijn familie. Met cadeautjes voor mijn kant én zijn kant.

Tegelijk brokkelde mijn aangename kerstgevoel jaar na jaar af. Toen ik mijn eigen waarden begon te ontdekken en mijn hoofd boven het maaiveld van mijn familie uitstak, door bijvoorbeeld geen vlees meer te eten en bewust kinderloos te blijven, vond mijn familie mij plots niet meer zo gezellig. Nee, ik was niet meer één van hen. Ik was vreemd en gevaarlijk. Hoewel we nog precies dezelfde mensen waren, hoewel we nog steeds openstonden voor grappen en gekkigheid en gezelligheid en verbinding en een goed gesprek, kon mijn familie er niet goed mee om dat we een beetje anders waren.

Of misschien vul ik dat te veel in voor hen en besefte ik plots welke dynamieken er speelden. Dat kan ook. In elk geval raakte mijn kerstervaring stukje bij beetje gevuld met een ander, vervelend gevoel, naast die oude gezelligheid. Het gevoel van: we móeten daar gaan zitten, maar we gaan er gewoon maar even door. Als ik mijn mond niet te veel opentrek en de pijnlijke opmerkingen van me laat afkaatsen, is het zo voorbij. Als ik me maar goed voorbereid, me schrap zet en een extra sessie bij de psycholoog inlas, zal ik hopelijk niet te gebroken zijn na de familiefeesten. Niet goed hé?

2020 is zo anders en zo beperkt, maar dat doet me beseffen dat er nog maar een klein stukje kerstverlangen overblijft. En als ik dat kleine stukje kerstverlangen uitpak, vraag ik me af of het nog wel iets betekent. Mijn familie zien? Eigenlijk doe ik dat vooral uit schuldgevoel. Omdat het moet. Omdat ik ze toch iets verschuldigd ben, of niet? Omdat ze mij een centje in een enveloppe willen geven en ik in ruil daarvoor een dag moet doen alsof ik iemand ben die ik niet ben. Omdat ze vroeger goed voor mij hebben gezorgd.

Dat geeft gemengde gevoelens dit jaar. Het is zo vreemd: rationeel gezien zou ik heel blij kunnen zijn dat het dit jaar allemaal niet hoeft. Dat ik mijn Kerstmis mag vormgeven zoals ik zelf wil. Aan de andere kant voel ik me gigantisch schuldig dat ik mijn familie niet kan zien. En dat zegt misschien al veel: ik mis ze niet. Ik voel me alleen schuldig. Alsof ik ze mijn toneeltje verschuldigd ben. Het schuldgevoel zit echt in mijn lijf en op mijn adem. Na al die jaren voelt het dus nog steeds alsof ik ze het zogenaamde allerbeste van mezelf moet geven, met een grote blinkende strik errond. Het schuldgevoel is zo groot en vermoeiend dat ik zelfs geen ruimte meer heb om zelf een goed gevoel te maken bij de feestdagen. Dus hier staat geen boom dit jaar. Geen lichtjes en geen krans. Vreemd, maar ook oké. Het lijkt me fijn om een opgelucht gevoel te kunnen ervaren, maar dat is er dus voorlopig niet.

Misschien hoef ik hier voorlopig niets mee. Misschien mogen die verwarrende, gemengde gevoelens er gewoon even zijn dit jaar. Ik neem ze mee. Ze worden gezien en gehoord, maar ze zitten niet aan het stuur. Dat is precies wat zij én ik nodig hebben. Uiteindelijk moeten we helemaal niets met kerst. Ik blijf dicht bij mezelf en ik zie wel wat de volgende jaren me brengen.

Mijn 10 energievreters en 10 energiegevers van dit moment

Mijn 10 energievreters en 10 energiegevers van dit moment

Mijn energievreters:

  1. Piekeren over hoe ik mijn familie kan samenbrengen tijdens de feestdagen, terwijl de kans heel klein is dat ik daarvoor erkenning of een fijn gevoel in de plaats zal krijgen
  2. Eindeloze scrollsessies op Instagram
  3. De was
  4. Perfecte resultaten willen afleveren op mijn werk, zowel op het vlak van kwantiteit, als op het vlak van kwaliteit
  5. Piekeren over mijn relatie
  6. Overdreven veel to-do-lijstjes maken, die me dan stress geven
  7. Sociale angst
  8. Me ergeren over hoe vuil het huis is
  9. Mijn mailbox met een te grote dosis perfectionisme willen benaderen
  10. In mijn hoofd imaginaire, defensieve gesprekken voeren met mensen die het niet eens zijn met mijn normen en waarden

Mijn energiegevers:

  1. Wandelingetjes met vertrouwde vrienden
  2. Binnenkomen bij B
  3. Mezelf toelaten te genieten van een wekelijkse portie trash tv op vtm (Free Love Paradise!)
  4. Tijdens de werkuren informeel videobellen met een collega om een beetje bij te praten
  5. Zo mindful mogelijk door de dag gaan
  6. Rustig in de zetel hangen met J en filosoferen over wat ons bezighoudt
  7. Mild zijn voor mezelf
  8. Mezelf elke dag een vrij half uur geven om te schrijven over wat er maar in me opkomt
  9. Zonder verwachtingen en vol enthousiasme een praatje beginnen met een vage bekende
  10. Rondsnuffelen in de kringloopwinkel

Wat fijn om deze oefening eens te maken. Ik vreesde ervoor dat ik veel negativiteit zou voelen bij het opsommen van mijn energievreters, maar het is net een eye opener. Nu besef ik dat ik mezelf op verschillende niveaus onbewust tegenwerk en kan ik er de komende week extra op letten die momenten om te buigen tot iets dat me wel vooruit helpt. Leve de introspectie!

Brief aan K

Brief aan K

Lieve K,

Ik hoop dat ik met deze brief mijn boekje niet te buiten ga, maar ik voelde de nood om je deze boodschap toch eens mee te geven.

We willen met zijn allen meer inzetten op feedback geven en ontvangen. Op leren van elkaar. En terecht. Maar omdat jij de baas bent, hebben de meeste collega’s een beetje de poepers om jou feedback te geven. Er is nochtans heel veel goeie feedback te geven. Maar de schrik leeft om als een slijmerd gezien te worden als je positieve feedback geeft aan de baas. Anyway. Here we go.

Ik heb in het verleden gemerkt dat je meestal uit de lucht lijkt te vallen als ik jouw sterktes probeer uit te spreken. Toen ik je liet weten dat jij zo ongelooflijk vlot en natuurlijk kan omgaan met de meest uiteenlopende soorten mensen – maar écht K, dat valt op, wat een gave – leek het alsof je dit talent bij jezelf nog nooit opgemerkt had.

Dus daarom vind ik het extra belangrijk je te laten weten dat je een fantastische leider bent. Je geeft het team het volste vertrouwen en dat is geen evidentie. Je luistert oprecht naar nieuwe ideeënpistes. Je neemt onze zorgen serieus. Je inspireert de halve stad met je gedrevenheid. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die jou geen fijne persoon vindt. Niet dat het nodig is dat iedereen je leuk zou vinden, maar toch: hoe zot is dat!!

Tegelijk merk ik dat de veranderingen van de laatste maanden je een beetje aan het wankelen brengen. Heel menselijk natuurlijk, want wat een traject is dit! Jij die het altijd zo intuïtief aanpakte (met succes!) komt nu ineens tegenover een reeks mannen te staan die het ‘professioneler’ willen. Kwantificeerbaarder. In grote woorden te vatten. Dat aanvoelen? Dat is niet kwantificeerbaar, niet benoembaar, dus dat nemen we niet mee.

Maar weet je, jouw zachte en heel accurate instinct heeft ons unieke team gemaakt tot wat het is. We delen dezelfde ingesteldheid, dezelfde normen en waarden en hetzelfde respect voor elkaar. Dat haal je niet uit een lijstje met technische vereisten. Dat leid je af uit face-to-face gesprekken die viben of net niet viben. Ooit wordt de accuraatheid van dat voelen nog wel eens aangetoond door de wetenschap. Als de wetenschap een beetje meer feminiseert misschien.

Ik merk bij mezelf dat ik schrik heb dat die mannen met hun grote woorden je zullen platwalsen en zo je fantastische eigenheid en instinct eruit zullen persen. Dat instinct van jou vind ik net heel nuttig. Het heeft ons ver gebracht. Uiteraard mag je helemaal zelf kiezen hoe je wil reageren, maar weet dat ik achter jou en je gevoel sta. Ook ik vind dat je beslissingen over samenwerkingen óók op je gevoel mag baseren.

Veel sterkte tijdens het proces. Of nee, net veel zachtheid. Dat wens ik je toe. Dat je vol vertrouwen in je eigen kunnen, ervaring en instinct tegenover die mannen kan gaan staan, als het niet goed voelt, en dat je kan zeggen: ook mijn gevoel telt mee.

Liefs,

O

Ik heb er gigantisch veel nood aan deze vijf dingen eindelijk nog eens te horen

Ik heb er gigantisch veel nood aan deze vijf dingen eindelijk nog eens te horen

Dus ik schrijf ze voor mezelf.

Eén:

Ik zie jou.

Twee:

Jouw noden doen ertoe.

Drie:

Bedankt voor je liefde, je mildheid en je aanhoudende geduld. Bedankt dat je er nog steeds bent voor mij. Bedankt dat je ondanks al je pijn blijft proberen. Bedankt om ruimte te maken voor mijn pad. Ik weet dat het veel van je vraagt, maar ik ben dankbaar dat je er nog steeds bent.

Vier:

Jij verdient liefde, aandacht en intimiteit.

Vijf:

Het is verdomd zwaar voor jou. Ik zie dat. Je draagt het ongelooflijk goed.

Met veel liefde,

Je partner J

Fragment uit een brief aan mijn depressieve partner

Fragment uit een brief aan mijn depressieve partner

Mijn partner J stak dit briefje onder de deur van de kamer waar ik zat:

Ik kan voorlopig niet meer met je praten. Ik ben heel bang van jou. Ik wil wel antwoorden op je vragen, maar ik durf dat niet meer in een echte conversatie, want bij ieder antwoord dat ik geef zou je boos kunnen worden.

Voor de duidelijkheid: ik ben niet overdreven boos, of gewelddadig, of gemeen. Natuurlijk ben ik om de zoveel tijd eens boos, wanneer ik het gevoel heb dat ik niet gerespecteerd word, en dat is maar goed ook. Maar ik heb een milde, warme en geduldige persoonlijkheid en ik probeer zo veel mogelijk begrip op te brengen voor het perspectief voor de ander. Het is vooral J die nu met EXTREME angst kampt. Verlammende angst, waardoor hij zelfs niet meer verbaal kan zijn bij mij. Volgens mij is dat een traumarespons uit zijn verleden met een gewelddadige en onvoorspelbare vader. Hier is een stuk uit de brief die ik hem terugschreef:

J,

Ik weet dat je nu zo weinig mogelijk wil/kan communiceren met mij, maar ik geef wel om jou en zolang we in een relatie zijn, ben ik ook bezorgd om jouw welzijn. Ik zou graag hebben dat je goed met mij blijft communiceren waar je bent, wanneer je weg bent en wanneer je terugkomt. […] Dat mag ook met een sms, een mail of een briefje. Oké? […]

Mijn tweede vraag: ik zou graag hebben dat je voorlopig genoeg sessies inboekt bij je therapeut voor de komende weken. […] Tenminste, als jij daar zelf geen bezwaar tegen hebt. Ik heb geen idee hoe stormachtig of stil het nu is in jouw binnenste, en ik heb geen idee hoeveel inzicht je hebt in jouw eigen situatie, maar van buitenaf kan ik je vertellen: het ziet eruit alsof het verdomd slecht gaat. Vanuit die positie kan ik je alleen maar zeggen dat je een ondersteunende therapeut nu echt goed kan gebruiken. Die wens ik jou ook toe en ik zou je graag een duwtje geven in die richting.

Als je een tip nodig hebt om de volgende sessie mee te beginnen: de angst om met mij te communiceren omdat er mogelijks een boze reactie zou kunnen volgen. En hoe dat onze relatie negatief beïnvloedt.

Bedankt voor je blaadje onder de deur. Ik neem eruit mee dat je issues nu zo erg zijn dat je zelfs niet meer durft praten met de persoon die het dichtst bij je staat, het beste met je voor heeft en de volste verbinding met jou wil voelen. Dat is voor mij heel pijnlijk, want ik krijg mee dat jij mij niet meer kan vertrouwen, hoeveel warme zorg en betrokkenheid ik jou in het verleden ook heb gegeven. Ik wil dat je dat weet.

En ja, deze situatie maakt mij heel verdrietig – en boos. Ik respecteer mezelf en mijn behoeftes, dus ik ben niet van plan mijn kwaadheid weg te drukken als ik die in de toekomst voel. Kwaadheid is een menselijke emotie, waar ik recht op heb. Wat ik zou willen? Dat jij leert vertrouwen dat we een team zijn, ook al zijn we af en toe kwaad op elkaar. En dat we ruimte kunnen maken voor kwaadheid, op een respectvolle manier. Want dat kan. Ik hoop dat je therapeut je daarbij kan helpen.

Schrijf mij gerust regelmatig een briefje, een mail of een sms. Dat zijn voor mij lichtpuntjes in de stormachtige duisternis. En ik heb ze nodig.

O

Hoe het nu met mij gaat

Hoe het nu met mij gaat

Mijn gezondheid

Ik ben een stuk sterker geworden. Drie jaar geleden wist ik niet of ik ooit beter zou worden. Of ik ooit zonder pijn zou leven. Of ik me ooit rustig en ontspannen zou kunnen voelen. En kijk nu eens. Dankzij mijn robuuste dagschema en uitgebreide zelfzorgroutine – zo goed als een halftijdse job voor mij – kan ik me nu bij momenten weer de oude voelen. Die oude, vrolijke, energieke, optimistische en gedreven O.

Natuurlijk gaat het nog op en af. Natuurlijk heb ik het nog regelmatig lastig. Mijn klachten zijn niet weg, ze zijn alleen minder overweldigend. Als ik mezelf vergelijk met mensen die nooit chronisch ziek zijn geweest en hun dag gedachteloos doorlopen zonder meerdere keren gedwongen te worden te rusten, voel ik het soms steken. Ik kan niet zomer even een dagje doordoen, een avondje afspreken of zelfs een paar uur aan een stuk iets onverwachts doen zonder daar een gigantische weerslag van te voelen.

Maar al bij al zit ik aan de kant van de dankbaarheid. Ik ben sterk genoeg om elke dag een beetje yoga te doen – ja, ook de staande poses tegenwoordig. Ik ben sterk genoeg om elke week één of zelfs meerdere keren vrienden te zien. Ik ben weer sterk genoeg om onverwachte tegenslagen op te vangen zonder compleet te crashen. Mijn veerkracht is gegroeid. Ik ben trots.

Op het werk

Negen maanden geleden ging ik na vele jaren ziekte opnieuw betaald aan het werk. Voor 30%. De opstart was zwaar, heel zwaar. Nadat de feestelijke start was afgezwakt, waren de eerste drie maanden een grote beproeving. Jammer genoeg heb ik daar chronische hyperventilatie opgedaan, wat nog steeds voelbaar is. Maar na een half jaar begon ik me beter te voelen. Het was alsof er weer wat ruimte kwam om te ademen, om te genieten zelfs. En nu, negen maanden later, voel ik zelfs de ruimte om op te bouwen.

Vanaf eergisteren werk ik 35%. Die extra 5%, dat zou voor de oude O en vele andere mensen helemaal niets geweest zijn. Maar voor mij nu is dat opnieuw een overwinning en een schouderklopje voor mezelf. Als dit goed loopt, ga ik vanaf januari voor 40% aan de slag. 40%, dat zijn vier halve dagen: maandag-, dinsdag-, donderdag- en vrijdagvoormiddag. Voor de eerste keer in jaren zal ik weer twee dagen na elkaar werken zonder me daar absoluut gebroken door te voelen.

En natuurlijk telt niet alleen het cijfer van mijn percentage. Ik heb ook geleerd mijn hoogsensitiviteit meer te omarmen. Ja, ik werk trager dan veel van mijn minder gevoelige collega’s. Ik zie bovengemiddeld af in het landschapskantoor. Alle prikkels vang ik op. Maar ik werk nauwgezet. Ik zie details. Ik leg verbindingen. Ik denk out of the box. En ik zorg voor de lijm in het team, door mijn empathie en expliciete aandacht voor het welzijn van alle collega’s. Dat mag ik ook als een kwaliteit zien.

Mijn relatie

Terwijl ik mijn veerkracht voel groeien, stormt het in de relatie. Misschien is storm niet het juiste woord voor wat er speelt, maar in mijn hoofd stormt het wel. Eigenlijk is er op de relatiezee geen enkel golfje te bekennen, geen zuchtje wind. Mijn partner J ging een jaar geleden al door een depressieve periode. Toen stormde het ook in mijn hoofd. Nadat ik erop aandrong, ging hij een therapeut opzoeken. Daarbij is hij drie keer geweest. Na de sessies voelde hij zich ook echt even beter, dus na de derde keer was zijn uitleg: ik heb het niet meer nodig.

Zijn beslissing natuurlijk. Maar ondertussen moeten we onder ogen zien dat die drie sessies maar een plakkertje op een gigantische wonde waren. Die apathie, de complete onverschilligheid, het niets voelen: dat is er de laatste maanden weer heel duidelijk ingeslopen.

In het begin merkte ik dat niet goed. Ik voelde alleen heel vaag dat er iets niet helemaal goed zat. Maar plots spoelde het over me heen: daar is het weer. Als J zich zo apathisch voelt, dan trekt hij zich helemaal terug in zichzelf. Geen communicatie meer. En daar kan ik me heel kwaad bij voelen. Ik merk dat ik er heel goed mee kan omgaan als de mensen die ik graag zie zich verdrietig voelen, of kwaad, of bang. Maar als ze me buitensluiten? Dat komt hard aan.

Dankzij de aanmoedigingen van mijn lieve therapeut E kon ik J er toch van overtuigen terug met therapie te beginnen bij iemand anders. Want de ene aanpak is de andere niet, de ene therapeut is de andere niet. Volgende week gaat hij voor de eerste keer. Ik denk dat hij heel veel schrik heeft. Maar ik ben wel heel blij dat hij die stap zet. Hoe het verder zal lopen? Geen idee. Dit is voor mij een grote oefening in geduld en vertrouwen.

Rondpoepen

Ik vind het heel belangrijk dat ik het openen van de relatie van mijn kant nooit zal zien als een manier om aan lastige situaties te ontsnappen of om emotionele behoeftes te bevredigen die afgebrokkeld zijn in de relatie. Daarom ben ik nu meer afwachtend als het aankomt op mijn voornemen om de wereld te verkennen. De relatie op zich vraagt al veel energie op dit moment.

Tegelijk wil ik mezelf niet helemaal leeggeven in het zorgen voor J. Als er iets is dat ik heb geleerd uit jaren ziek zijn en daarbij gebukt gaan onder depressieve gevoelens, is dat ik mijn eigen behoeftes niet mag vergeten. Ik wil blijven voelen wat ik zelf nodig heb, en mezelf dat in de mate van het mogelijk gunnen.

Dus: ik zit opnieuw op Tinder. Het is dubbel hoor, want ik vind dat een hele slopende app. Maar ik heb mezelf de voorbije maand wel een beetje spanning gegund: ik ben op één date geweest met een Tindermatch die me heel fijn leek. Achteraf leek het vooral op papier – of in de chat – goed geklikt te hebben met haar en ontbrak in het echt de vonk. Intimiteit of seks kwam er dus niet en daar ziet het ook niet naar uit. Maar dat is oké. Ik heb toch weer een avontuur beleefd.

De angst om stil te vallen

De angst om stil te vallen

Deze week was ik extreem moe. Ik voelde me honderd kilo zwaarder. Mijn armen, benen en oogleden leken wel van lood. Af en toe vroeg ik me af of de zwaartekracht van de aarde plots verdubbeld was. Maar er was gelukkig niets mis met de zwaartekracht.

Het begon maandag. Op maandagvoormiddag had ik gewerkt. Daarvan was ik heel moe. Maar mijn partner J zou even op bezoek gaan bij de ouders van mijn metekindje, en die mensen en hun kindje zijn zo leuk, dat ik mezelf er ook heen gesleept heb.

Onderweg voelde ik al dat het niet pluis was. Ik kreeg de ene voet bijna niet meer voor de andere gezet. Als ik een paar treetjes over moest, was ik buiten adem. Die superdeluxe extreme uitputting – niet meer kunnen – wordt piekuitputting genoemd. Echte piekuitputting overkomt me niet veel meer, maar deze keer wel.

De piekuitputting negeren en tóch nog doorgaan: daar is de extreme vermoeidheid begonnen. Ik zou mezelf achteraf vanalles kunnen verwijten, maar dat verandert het verleden niet, en eerlijk gezegd: soms wil ik ook gewoon eens iets doen als een ‘normaal’ mens. Soms heb ik ergens zó veel zin in, dat het alternatief (thuis ontspanningsoefeningen doen, rusten en stretchen) me gewoon niets lijkt. En dat is ook oké. Ik moet het gewoon harder bekopen dan gezonde mensen.

De weerslag kreeg ik dus zeker en vast op mijn bord. En daarin zat deze week de grote uitdaging waar ik nog regelmatig mee worstel: de angst om stil te vallen. Ik ben soms bang voor de gevolgen van echt stilvallen en diepe rust.

Als ik in het rood ben gegaan – net als maandag – dan kost het me een paar dagen tot soms een paar weken om weer in het groen te komen. In de tussentijd staat mijn leven (gelukkig) niet stil: ik ga werken, maar ik probeer ook nog te koken, de was te doen, af en toe een beetje te poetsen, en elke week een beetje sociaal contact op te doen – extra belangrijk in afgezonderde coronatijden.

Maar tot ik weer in het groen ben, ga ik met al die activiteiten in principe over mijn draagkracht. Over de grens. Dat kan gewoon even niet anders. Met micropauzes en goed doseren kan ik dat draaglijk houden, maar mijn lichaam durft goed protesteren: met pijn, tinnitus, rusteloze benen, depressieve of angstige gedachten, you name it.

Ironisch genoeg kom ik tijdens zo’n overbelaste periodes ook véél makkelijker in een adrenalineroes. Als ik een halve dag moet werken, bijvoorbeeld. Of als ik vrienden opzoek. Dan voelt de opstart hels, maar na een tijdje haalt mijn lijf de stresshormonen boven die me een duwtje geven en de uren door helpen.

What goes up, must go down, dus daarna komt de knal, natuurlijk. Als de adrenalineroes stilvalt, komen alle ongemakkelijke gevoelens, die een paar uur onder de radar verdwenen waren, terug. Maar dan extra hard. Extra lang. Extra intens.

Dat is extreem onaangenaam en daar komst mijn angst om stil te vallen vandaan. Want stilvallen, dat betekent vaak: eerst extra veel klachten voelen, voor ze kunnen wegebben. Stilvallen is terug voelen. Stilvallen is ondergedompeld worden in wat er echt speelt.

Ontspannen heb ik al altijd moeilijk gevonden. In mijn thuissituatie had ik niet bepaald gezonde voorbeelden van ontspannen, doseren en voor jezelf zorgen. Als jong kind is de gedachte ‘je moet productief zijn’ er snel ingeslopen. Daar werk nu al jaren aan, op een milde manier, maar het feit dat ontspannen voor mij niet meteen aangenaam is en me niet meteen een goed gevoel geeft, maakt het uitdagend. Gelukkig zijn je grootste uitdagingen ook meteen je grootste leermeesters.

Wat ik vooral geleerd heb? Hoe meer ik denk dat ik móet doorgaan, dat er nog zo veel moet gebeuren, en dat er geen tijd en ruimte is voor ontspanning, hoe meer het nodig is om te ontspannen. Als ik zo opgejaagd ben dat ik de gedachte heb dat ontspanning later wel kan (morgen, volgende week…), dan voel ik mijn lijf niet meer goed aan. Dan is er tijd nodig om mijn aandacht terug op mezelf te richten en opnieuw de juiste prioriteiten te stellen.

En een tweede signaal? De angst te ontspannen. Hoe angstiger ik me voel om stil te vallen, hoe harder die rust nodig is. De angst waarschuwt me voor de onaangename sensaties die het stilvallen zal geven. En hoe groter de angst, hoe duidelijker ik weet dat het onaangenaam zal zijn… Maar ik moet er sowieso door. Van stressmodus in ontspanmodus schieten en de spanning laten ontladen: dat is niet gemakkelijk. Maar hoe langer ik wacht, hoe meer spanning er opbouwt.

Dus ontspannen gaat voor mij om moed. Gezonde mensen met een gezond stresssysteem krijgen zin om stoom af te laten en doen dat dan gewoon. Ze voelen wat ze nodig hebben en komen vanzelf in evenwicht door te ontspannen. Maar voor mij vraagt ontspanning moed. De moed om de confrontatie met de onaangename ontlading aan te gaan. De moed om te voelen. De moed om het over me heen te laten komen en er niet in meegesleept te worden.

Omdat het me deze week minder goed gelukt is om die moed aan te boren, is dat mijn voornemen voor volgende week: de moed zoeken om mezelf elke dag op de eerste plaats te zetten. De moed zoeken om elke dag een paar uur te ontspannen. De moed zoeken om te genezen.

Gelezen: Feminist Fataal (Dorien van Linge)

Gelezen: Feminist Fataal (Dorien van Linge)

Ik ga niet rond de pot draaien: dit boek is retecool. Een echte aanrader.

Feminist fataal

Dit boek vind ik een prachtig startpunt voor iedereen die op zoek is naar een educatief en plezierig leesmoment over intersectioneel feminisme. Intersectioneel feminisme wil zeggen: je ervaringen, voordelen en belemmeringen worden niet alleen gekleurd door je gender, maar ook door je huidskleur, opleidingsniveau, fysieke en mentale gezondheid, sociale achtergrond, gewicht en andere factoren. We mogen er dus niet zomaar van uitgaan dat een zwarte, kansarme vrouw met een beperking te maken krijgt met dezelfde soorten discriminatie als een witte, hoogopgeleide vrouw die het glazen plafond probeert te doorbreken. Feminisme moet ook rekening houden met de vele verschillen tussen vrouwen onderling en tussen mannen onderling. Mij persoonlijk lijkt het gewoon echt heel basis dat we actief rekening houden met die ongelooflijk gevarieerde realiteit. Goed dus dat we de term intersectionaliteit in het Nederlands ook vaker en vaker horen voorbijkomen!

De info in dit boek was niet per se nieuw voor mij. Ik heb tijdens mijn opleiding zo veel mogelijk keuzevakken gender- en diversiteitsstudies in mijn rooster gepropt en je vindt mij sowieso met mijn neus in allerlei feministische boeken en Instagramfeeds. Extra cool dus hoe Dorien van Linge mij toch bleef boeien met haar boek. Ik denk dat het lag aan de anekdotes en persoonlijke verhalen. Daar hou ik wel van, het moet niet te droog zijn. Dorien is zelf biseksueel en dat is ook heel interessant, omdat ze vanuit haar eigen perspectief kan vertellen over bijvoorbeeld de seksualisering van biseksuele en lesbische vrouwen. En ook wel een beetje omdat ik zelf twijfel en zoek of dat label bij mij zou passen. Zo’n badass rolmodel helpt wel bij dat proces.

Cool cool cool dus. En waar gaat het nog allemaal over? Wel, er zijn onder andere hoofdstukken over de geschiedenis van het feminisme in Nederland (helaas niet in België, kleine bummer), gender, mannelijkheid, lichaam, eetstoornissen, dik zijn, lichaamshaar, huidskleur, racisme, make-up, seks, masturberen, slutshaming, anticonceptie en consent (joehoe!). En nog cooler: Dorien van Linge schrijft ook een hoofdstuk over beperkingen. Zo leuk dat ze dit ook meeneemt, want een beperking is ook gewoon keihard doorslaggevend in de kansen die je krijgt in je leven. Ik kan ervan meespreken. Heel erg fijn dus om dat hoofdstuk te lezen.

Wat ik nog leuk vond: op het einde van elk hoofdstuk staat een lijst met andere boeken, documentaires en podcasts over het besproken thema, en de schrijfster tipt ook gigantisch veel interessante Instagramaccounts van mensen die daarmee bezig zijn. Ik vond het zo leuk om mijn Instagrambubbel dankzij dit boek te doorbreken!

Hier zijn nog een paar quotes die bij mij zijn blijven hangen:

Over de vrijheid om zo veel of zo weinig make-up te dragen als je zelf wil:
Vrouwen afrekenen of beoordelen op hun kleding of make-upkeuzes is een manier om ze onder de duim te houden. Door feministen af te schilderen als lelijke wijven in tuinbroeken verleg je de aandacht: je hoeft je niet meer te focussen op wat ze te zeggen hebben, want ze zijn onaantrekkelijk, dus het maakt toch niet uit. Aan de andere kant worden vrouwen die veel aandacht besteden aan hun uiterlijk weggezet als oppervlakkige tutjes die niks te melden hebben.

Over de proportioneel kleine aandacht voor vrouwelijk genot (die we nu gelukkig aan het inhalen zijn!):
Pas sinds 1998 weten we hoe de gehele clitoris eruitziet. […] De mens was al op de maan geland, vloog in Concordes over de oceaan twee keer sneller dan het geluid en verkende met de Hubble-telescoop de ruimte vóór iemand de moeite nam te bekijken hoe het vrouwelijk geslachtsorgaan precies in elkaar stak.

Over het semi-darwinistische cliché dat in onze populaire cultuur als een harde wetenschappelijke waarheid wordt gepresenteerd: dat mannen rondpoepende jagers zijn en vrouwen passief op hun droomprins wachten:
Het zou logisch zijn dat [mannen] mogen rondsletten en vrouwen niet. Mannen zijn jagers, het is een oerbehoefte. […] Vaak wordt daar dan de evolutietheorie bij betrokken (mensen die over seksuele oerbehoeftes beginnen blijken vrijwel altijd opeens héél veel verstand van Darwin te hebben). […] Mannen zijn instinctief aangetrokken tot schoonheid en jeugdigheid, terwijl vrouwen op zoek zijn naar een stabiele relatie en status. Daarnaast hebben mannen de behoefte om (anoniem) hun genen zoveel mogelijk te verspreiden, terwijl vrouwen met één partner een kind willen opvoeden. […] Er zijn zoveel driften die ook uit de oertijd komen die we wel weten te beheersen en daar zijn we trots op. […] Het idee van mannen als actieve, en vrouwen als passieve wezens is een simplificatie en kwam grotendeel voort uit de vooroordelen van mannelijke wetenschappers, in plaats van uit daadwerkelijk bewijs. Sinds de jaren negentig is er namelijk steeds meer onderzoek dat aantoont dat het helemaal niet zo werkt.

Over de echte betekenis van consent:
Wij mogen kiezen wat we dragen: of dat nou van top tot teen bedekt is of slechts een diamanten string. Dit geldt trouwens net zo goed voor mannen. Iemands lichaam is niet beschikbaar tenzij er duidelijk ‘ja’ wordt gezegd. Instemming is niet de afwezigheid van een ‘nee’, het is de aanwezigheid van een actieve ‘ja’.

Bam, knal, pats! Dorien van Linge, vrouw van mijn hart. Goed gedaan!

Wat ik als kind had moeten horen

Wat ik als kind had moeten horen

Je hebt gelijk dat je je rot voelt. Want dit is fucked up. Dit is fout. Jij bent normaal. Ieder kind zou zich hierbij slecht voelen. Ieder kind zou het lastig hebben.

Wat je hierover voelt, is juist. Jouw instinct is juist. De volwassenen praten het goed, minimaliseren het, ontkennen het. Maar wat jij voelt en weet is juist.

Jouw gevoelens mogen er zijn. Jouw signalen mogen gehoord worden, moeten gehoord worden. Jij bent belangrijk.

Ik zie jou. Ik bescherm jou. Ik hou van jou, wat je ook voelt, wat je ook doet. Samen komen we hier uit.

19 dingen die ik kan doen als ik moe ben en niet naar een scherm wil kijken

19 dingen die ik kan doen als ik moe ben en niet naar een scherm wil kijken

Slapen is niet altijd zo gemakkelijk voor mij. Als ik overdag te veel over mijn grenzen ga, kan ik niet meer tot rust komen. Dan blijven mijn spieren gespannen en heb ik last van rusteloze benen. Soms val ik wel in slaap, maar blijft de slaap oppervlakkig en onrustig. Het kan gebeuren dat ik me ’s nachts angstig voel en de nachtmerries elkaar opvolgen. De nacht is ook het moment bij uitstek waarop piekergedachten bovenkomen en alle kleine problemen onoverkomelijk lijken.

Maar als de uitdagingen en de rustmomenten overdag goed met elkaar in evenwicht zijn, en als alles meezit, dan doet de nacht net zo’n deugd. Het is heerlijk als mijn dag kan beginnen met minder pijn en spanning dan op het einde van de vorige dag.

Omdat mijn slaap zo’n belangrijke basis is, probeer ik ze goed te bewaken. Ik heb al een vast avondritueel, dat heel goed werkt, maar ik probeer de laatste tijd nog actiever te experimenteren met het vermijden van schermen. Want het blauw licht dat van je laptop of smartphone afstraalt kan stevig klooien met de productie van de hormonen die ervoor nodig zijn om tot rust te komen en in slaap te vallen, en die hormonen kan ik goed gebruiken.

Daarom maakte ik een lijstje van de activiteiten die ik ’s avonds nog kan doen zonder schermen. Ik moest even goed denken, want ’s avonds kan ik behoorlijk moe zijn. Soms ben ik amper nog in staat om recht te zitten, dus ik vroeg me af wat ik dan nog zou kunnen doen in de plaats. Ik heb toch dingen kunnen vinden, van Z (een beetje moe) tot ZZZ (heel moe).

Z… (een beetje moe)

  1. een boek lezen
  2. een tijdschrift uit de krantenwinkel halen om te lezen
  3. restorative yoga doen
  4. vrienden opbellen
  5. mijn nagels verzorgen
  6. een gezichtsmasker opdoen
  7. breien
  8. rustig bewegen op muziek

ZZ… (moe)

  1. in bad gaan
  2. schilderen
  3. schrijven in mijn zelfzorgboekje
  4. een kort verhaaltje schrijven
  5. een gedicht verzinnen
  6. een mindmap maken
  7. random leuke lijstjes maken

ZZZ… (heel moe)

  1. naar muziek luisteren
  2. luisteren naar een podcast
  3. een ASMR-video beluisteren
  4. fantaseren over aangename of grappige dingen

Soms heb ik helemaal geen zin in de dingen hierboven. Dan ben ik gefrustreerd, omdat ik interessante dingen wil doen, ontdekken, creëren, bewegen, mensen zien en mijn stempel op de wereld drukken, maar het voelt alsof ik me moet beperken tot saaie, rustige dingen. Ik probeer mezelf voor te houden dat de rustige activiteiten uit het lijstje hierboven geen straf zijn. Ik mag ze doen, maar het moet niet.

En ik probeer vooral te onthouden dat leuke, creatieve en speelse activiteiten niet helemaal onmogelijk zijn als ik doodmoe ben. Ik moet niet bang zijn: ik kan gerust alles nog proberen, maar dan op een veel lager tempo. Uitputting hoeft geen gevangenis te zijn, vertragen hoeft geen straf te zijn.