Deze week was ik extreem moe. Ik voelde me honderd kilo zwaarder. Mijn armen, benen en oogleden leken wel van lood. Af en toe vroeg ik me af of de zwaartekracht van de aarde plots verdubbeld was. Maar er was gelukkig niets mis met de zwaartekracht.
Het begon maandag. Op maandagvoormiddag had ik gewerkt. Daarvan was ik heel moe. Maar mijn partner J zou even op bezoek gaan bij de ouders van mijn metekindje, en die mensen en hun kindje zijn zo leuk, dat ik mezelf er ook heen gesleept heb.
Onderweg voelde ik al dat het niet pluis was. Ik kreeg de ene voet bijna niet meer voor de andere gezet. Als ik een paar treetjes over moest, was ik buiten adem. Die superdeluxe extreme uitputting – niet meer kunnen – wordt piekuitputting genoemd. Echte piekuitputting overkomt me niet veel meer, maar deze keer wel.
De piekuitputting negeren en tóch nog doorgaan: daar is de extreme vermoeidheid begonnen. Ik zou mezelf achteraf vanalles kunnen verwijten, maar dat verandert het verleden niet, en eerlijk gezegd: soms wil ik ook gewoon eens iets doen als een ‘normaal’ mens. Soms heb ik ergens zó veel zin in, dat het alternatief (thuis ontspanningsoefeningen doen, rusten en stretchen) me gewoon niets lijkt. En dat is ook oké. Ik moet het gewoon harder bekopen dan gezonde mensen.
De weerslag kreeg ik dus zeker en vast op mijn bord. En daarin zat deze week de grote uitdaging waar ik nog regelmatig mee worstel: de angst om stil te vallen. Ik ben soms bang voor de gevolgen van echt stilvallen en diepe rust.
Als ik in het rood ben gegaan – net als maandag – dan kost het me een paar dagen tot soms een paar weken om weer in het groen te komen. In de tussentijd staat mijn leven (gelukkig) niet stil: ik ga werken, maar ik probeer ook nog te koken, de was te doen, af en toe een beetje te poetsen, en elke week een beetje sociaal contact op te doen – extra belangrijk in afgezonderde coronatijden.
Maar tot ik weer in het groen ben, ga ik met al die activiteiten in principe over mijn draagkracht. Over de grens. Dat kan gewoon even niet anders. Met micropauzes en goed doseren kan ik dat draaglijk houden, maar mijn lichaam durft goed protesteren: met pijn, tinnitus, rusteloze benen, depressieve of angstige gedachten, you name it.
Ironisch genoeg kom ik tijdens zo’n overbelaste periodes ook véél makkelijker in een adrenalineroes. Als ik een halve dag moet werken, bijvoorbeeld. Of als ik vrienden opzoek. Dan voelt de opstart hels, maar na een tijdje haalt mijn lijf de stresshormonen boven die me een duwtje geven en de uren door helpen.
What goes up, must go down, dus daarna komt de knal, natuurlijk. Als de adrenalineroes stilvalt, komen alle ongemakkelijke gevoelens, die een paar uur onder de radar verdwenen waren, terug. Maar dan extra hard. Extra lang. Extra intens.
Dat is extreem onaangenaam en daar komst mijn angst om stil te vallen vandaan. Want stilvallen, dat betekent vaak: eerst extra veel klachten voelen, voor ze kunnen wegebben. Stilvallen is terug voelen. Stilvallen is ondergedompeld worden in wat er echt speelt.
Ontspannen heb ik al altijd moeilijk gevonden. In mijn thuissituatie had ik niet bepaald gezonde voorbeelden van ontspannen, doseren en voor jezelf zorgen. Als jong kind is de gedachte ‘je moet productief zijn’ er snel ingeslopen. Daar werk nu al jaren aan, op een milde manier, maar het feit dat ontspannen voor mij niet meteen aangenaam is en me niet meteen een goed gevoel geeft, maakt het uitdagend. Gelukkig zijn je grootste uitdagingen ook meteen je grootste leermeesters.
Wat ik vooral geleerd heb? Hoe meer ik denk dat ik móet doorgaan, dat er nog zo veel moet gebeuren, en dat er geen tijd en ruimte is voor ontspanning, hoe meer het nodig is om te ontspannen. Als ik zo opgejaagd ben dat ik de gedachte heb dat ontspanning later wel kan (morgen, volgende week…), dan voel ik mijn lijf niet meer goed aan. Dan is er tijd nodig om mijn aandacht terug op mezelf te richten en opnieuw de juiste prioriteiten te stellen.
En een tweede signaal? De angst te ontspannen. Hoe angstiger ik me voel om stil te vallen, hoe harder die rust nodig is. De angst waarschuwt me voor de onaangename sensaties die het stilvallen zal geven. En hoe groter de angst, hoe duidelijker ik weet dat het onaangenaam zal zijn… Maar ik moet er sowieso door. Van stressmodus in ontspanmodus schieten en de spanning laten ontladen: dat is niet gemakkelijk. Maar hoe langer ik wacht, hoe meer spanning er opbouwt.
Dus ontspannen gaat voor mij om moed. Gezonde mensen met een gezond stresssysteem krijgen zin om stoom af te laten en doen dat dan gewoon. Ze voelen wat ze nodig hebben en komen vanzelf in evenwicht door te ontspannen. Maar voor mij vraagt ontspanning moed. De moed om de confrontatie met de onaangename ontlading aan te gaan. De moed om te voelen. De moed om het over me heen te laten komen en er niet in meegesleept te worden.
Omdat het me deze week minder goed gelukt is om die moed aan te boren, is dat mijn voornemen voor volgende week: de moed zoeken om mezelf elke dag op de eerste plaats te zetten. De moed zoeken om elke dag een paar uur te ontspannen. De moed zoeken om te genezen.