Over de donkere mist in mijn huis, en heel kwaad en intens verdrietig zijn

Over de donkere mist in mijn huis, en heel kwaad en intens verdrietig zijn

Deze avond voel ik me intens miserabel. Hartverscheurend verdrietig. En ook kwaad, echt kwaad. Ik zou graag het servies in een miljoen stukken kapot gooien, de kussens in flarden rijten met mijn blote handen. Het is echt intens.

Sinds een aantal maanden is J met periodes heel apathisch, compleet onverschillig en volledig willoos. Het lijkt dan alsof hij mij niet meer ziet, de wereld niet meer ziet, en het plezier niet meer ziet. Hij leeft achter een glazen muur en reageert op mij door compleet toe te klappen. Zijn standaard antwoord is ‘weet ik niet’. Hij gaat nog wel naar zijn werk, maar kan de energie niet meer opbrengen om naar alle lessen te gaan van de studie die hij daarnaast volgt. Vroeger had hij te veel ideeën om in een leven te kunnen neerschrijven, maar nu blijven zijn creatieve opdrachten liggen, want hij heeft geen inspiratie. Het lukt hem niet meer om te gaan sporten. Seks wijst hij bijna altijd af, en als we seks hebben, komt hij futloos en ongepassioneerd over.

Voor een depressieveteraan als ik was het snel duidelijk dat J een ellenlange lijst symptomen van depressie heeft. Hoewel het belangrijk is het stellen van diagnoses aan een professional over te laten, zou ik zelf zeggen dat hij afglijdt in een echte depressie. Met af en toe goeie dagen, goeie weken soms. Maar dat had ik tijdens mijn depressies ook. Daarna wordt het weer even somber.

Ik voel mij een beetje schuldig om dit te zeggen, want depressief zijn is natuurlijk eerst en vooral erg voor de depressieve zelf, maar dit weegt af en toe op mij alsof er een olifant op mijn schouders rust. De laatste weken is het me weer eens duidelijk geworden wat hooggevoelig zijn kan inhouden: intens en automatisch aanvoelen wat de ander voelt. De sfeer als een spons in je opnemen. De depressieve gedachten en gevoelens als een dikke mist in het huis voelen hangen. Ik kan er niets aan doen: ik voel zijn somberheid en het vreet ook van mijn energie.

Maar daarbovenop ben ik regelmatig heel kwaad. Ik vind depressief zijn of gewoonweg negatieve emoties ervaren helemaal oké. Dat hoort bij een rijk mensenleven. Positieve emoties kan je niet ervaren als er daarnaast geen plaats is voor de negatieve emoties. Maar waar ik blijkbaar echt niet tegen kan, is het ontkennen van emoties, er geen plaats voor maken, en ze niet erkennen. J zegt soms dat hij oké is, dat het allemaal normaal is, dat een gebrek aan energie en lust en ideeën hoort bij het ouder worden (hij is 28!) en dat alles wel snel weer overwaait.

Nee, fokking nee! Als hij dat zegt, word ik zo kwaad. Ik wil gewoon dat mijn partner, die vroeger altijd bovenmenselijk veel bereikte in een dag en de emotionele stabiliteit van een zenmeester had, toegeeft dat hij een probleem heeft. Ik wil dat hij zijn probleem wilt oplossen. Ik wil dat hij mij betrekt, mij vertelt wat er scheelt, mij vraagt om hem te helpen, en mij zegt wat hij nodig heeft. Ik wil zijn donkere cocon openbreken en hem dwingen de hulp te zoeken die hij nodig heeft en verdient.

Achter die kwaadheid van mij zit een groot verdriet. Want ik kan natuurlijk niet kiezen wat J voelt, zegt of doet. Ik kan hem niet dwingen te erkennen dat hij depressief is. Ik kan hem niet dwingen hulp te vragen. En ik kan hem niet dwingen mij in vertrouwen te nemen. Ik voel me vooral heel erg machteloos. Ik ben zo’n helper, zo’n zorger, die nu niet kan helpen of zorgen. Ik kan alleen machteloos toekijken, tegen J praten en geen antwoord krijgen, enthousiaste anekdotes vertellen en ze op hem zien afkaatsen.

En heel af en toe, dan kan ik door de donkere mist breken en hem doen opleven. Dan krijg ik hoop, denk ik dat alles weer goedkomt, dan voel ik onze unieke band in elke cel van mijn lijf, maar daarna klapt alles opnieuw dicht en vraag ik me weer af wat ik in dit huis met deze persoon doe.

Dus ik denk dat ik extra hard voor mezelf moet zorgen nu. Eens goed uitvogelen wat ik zelf nodig heb. Mijn grenzen bewaken. Leuke dingen doen met leuke mensen. Opletten dat ik niet constant in zorgmodus schiet. Gewoon mezelf bemoederen. Mijn hooggevoeligheid kan ik niet afschakelen, dus ik zal moeten accepteren dat de komende periode er één is van veel verwerking van intense emoties. Maar dat is oké. Ik hoop dat dit een periode wordt van meer inzicht. Als problemen inderdaad je grootste leermeesters zijn, dan ga ik nu naar de universiteit.

Onderzoek (3)

Onderzoek (3)

Dit onderzoek schreef ik in de zomer en wil ik nu met jullie delen.

[Ik ga in gesprek met Hermelien]

Ik ben verdorie WEL GOED GENOEG. Ik doe KEIHARD mijn best. Ik ben gemotiveerd, gefocust, bewust, en fucking hard bezig met wat ik wil bereiken en hoe ik daar kan komen, ondanks mijn beperkingen.

[Ik ben echt kwaad, goed zo.]

En zelfs dat moet niet. Ik moet niet eens altijd zo keihard mijn best doen. Ik moet geen toonbeeld zijn van ‘kijk eens hoe HARD die werkt, daar gaan we een film van maken’. Ik moet niet het onderste uit de kan halen, al mijn fysieke en mentale energie gebruiken om er te komen (wáár te komen dan??), ik moet NIETS.

Ik heb mezelf meer dan twintig jaar kapot ‘mijn best gedaan’. Nu is het genoeg.

Nu is het tijd voor mezelf, tijd voor geluk.

Want ik ben niet meer afhankelijk van mijn familie of mijn leraars voor mijn welzijn en mijn overleven. Ik heb mezelf. Ik heb vrienden, die ik zelf kan kiezen. En ik heb J.

En wat ik nu wil bereiken, is geen goedkeuring en lof meer, maar geluk en voldoening. Gezellige, memorabele momenten. Een gezond lijf. De longen uit mijn lijf lachen. Iets betekenisvol bijdragen aan de wereld.

Mezelf uitputten, dat moet niet meer, dat is voorbij.

Hermelien heeft zo, zo hard gewerkt. Nu mag ze rusten. Dat is niet gemakkelijk, zeker niet voor haar. Ik weet het. Ze komt vast nog wel een aantal keren uit haar hol geschoten. Maar dan ga ik weer in gesprek en ontdek ik weer: dit is niet meer de strategie voor mij.

Onderzoek (2)

Onderzoek (2)

Dit onderzoek schreef ik in de zomer en wil ik nu met jullie delen.

[Ik geef het deeltje van mezelf dat zegt dat zegt dat mijn leven niet veel voorstelt en dat ik niet hard genoeg mijn best doe, een naam]

Ik noem ze mijn Hermelien. Het oude deel van mezelf, dat mij vroeger doorheen het moeras heeft gesleurd, me heeft gered en me zo goed mogelijk heeft doen opgroeien. Het oude deel van mezelf, dat nu niet meer nodig is, maar heel actief blijft, omdat ze het goed bedoelt. Het oude deel van mezelf, dat nu op pensioen mag en plaats zou mogen maken voor meer kwetsbaarheid en authenticiteit.

[Ik erken Hermelien en waar ze vandaan komt]

Hermelien was mijn copingmechanisme als kind. Zo hard mogelijk werken was altijd de oplossing. Zo kreeg ik erkenning. Alleen zo kreeg ik positieve aandacht. Hermelien is gegroeid vanuit noodzaak. Dankzij Hermelien kon ik soms gelukkig zijn. Dus: mijn Hermelien is niet alleen maar vervelend en slecht.

Onderzoek (1)

Onderzoek (1)

Dit onderzoek schreef ik in de zomer en wil ik nu met jullie delen.

Hier komt mijn stream of consciousness.

*

[Ik benoem mijn gevoel zo concreet mogelijk.]

Ik voel me onrustig en neerslachtig. Dat voel ik in mijn lichaam, dat niet stil kan zitten of tot rust kan komen, maar tegelijk heel zwaar is. Mijn hoofd is zwaar en het is moeilijk heldere, stabiele gedachten te houden. Mijn hart lijkt pijnlijk compact.

Even verder onderzoeken.

[Ik benoem mijn gedachten zo concreet mogelijk.]

Wat zijn mijn gedachten? Ik heb de gedachte dat mijn leven niet veel voorstelt. De gedachte dat ik niet gedaan kan krijgen wat ik zou willen, maar dat anderen dat wel kunnen. En ik ben nochtans zo gemotiveerd. Ik zit bovengemiddeld vol met plannen, dromen en doelen.

Oké. Ik heb dus de gedachte dat mijn leven niet veel voorstelt in vergelijking met dat van anderen. Een jaloerse gedachte ook een beetje. Misschien getriggerd door mijn nieuwe werkomgeving, die voor mij best wel zwaar is. Niet tussen de andere vrijwilligers met een hoek af, maar tussen de ‘echte’ werknemers die voltijds werken én een gezinsleven hebben én vrienden én hobby’s. En ik werk ‘maar’ 11 uur per week en voor mij is dat al fokking zwaar, ik hou maar net het hoofd boven water.

Ook L is duidelijk een trigger. Zo’n fijne persoon heb ik al jaren niet meer ontmoet, iemand waar ik me zó goed bij voel. Met een indrukwekkende culturele bagage (zo leuk om mee te praten), met een voltijdse job, een druk sociaal én familieleven, een eigen leesclub (waaaat) en een jonge, verse relatie met veel seks. Hij geeft me een heel dubbel gevoel. Maar dat is misschien iets om op een andere keer beter uit te zoeken – een zijspoor, denk ik.

[Ik onderzoek de betekenis van mijn gedachten.]

Want: wat betekent dat voor mij, die gedachte dat mijn leven niet veel voorstelt? Kan ik dieper graven? Als mijn leven niet veel voorstelt, dan…

  • zal ik op het einde van mijn leven ongelukkig zijn omdat ik zo weinig bereikt heb.
  • zullen mensen van mij denken dat ik mijn best niet doe, dat ik lui ben, dat ik niet hard genoeg probeer, dat ik profiteer, dat ik x en y had moeten doen… Mensen zullen over mij roddelen, ik zal achter de ruggen om de pispaal zijn.

HOLY. SHIT.

Nu komen we hier weer uit. Ik ben echt, oprecht geschokt – kippenvel en tranen. Dit weer. DIT weer. ALTIJD DIT. Altijd weer dat ‘niet hard genoeg proberen’.