3 muziekfilms die ik de voorbije weken zag, gerangschikt van goed naar minder

3 muziekfilms die ik de voorbije weken zag, gerangschikt van goed naar minder

  1. Rocketman
Taron Egerton in Rocketman (2019)

Ah, Taron Egerton. Love him! Wat een acteur. Ik was een grote fan van de heerlijk flauwe en toch sterke Kingsman-films, waarin ik hem voor het eerst zag acteren. Maar die Taron kan nogal wat rollen aan, zeg! In Rocketman is hij een hele overtuigende Elton John, zo aangrijpend.

Eerlijk gezegd, ik was vóór ik de film zag niet de grootste Elton-John-kenner. Er passeerden een paar liedjes waarvan ik dacht ‘ah, dat is blijkbaar van Elton John!’ Maar nu ben ik helemaal mee op de Elton-trein. En ook: de muziek zit zo mooi verwerkt in het verhaal, visueel en auditief echt goed gedaan.

Rocketman: would recommend. 100%.

*

2. Bohemian Rhapsody

Movie Bohemian Rhapsody - Cineman

Oké, Rami Malek is ook een steengoeie acteur, net als Taron Egerton. Maar op de een of andere manier zie ik hem iets minder graag spelen. Er hangt altijd zo’n randje passiviteit aan hem, een beetje een lege blik. Anyway, wel een indrukwekkende prestatie van hem om Freddie Mercury tot in de puntjes te belichamen. Alle bandleden van Queen waren trouwens fantastisch realistisch: kostuum, haar, kleding, spreekstijl, alles.

Een grote Queen-fan was ik vóór deze film ook niet. Er passeerden dus ook hier nogal wat liedjes waarvan ik dacht ‘tiens, dit is dus een liedje van Queen!’ Ik ben nogal into de hedendaagse popcultuur, topqueen Lizzo en zo. Oudere pop- en rockmuziek leek me zo passé, irrelevant en braafjes. Maar het kan verkeren, zoals ze zeggen. Want nu ben ik wel fan. Wat een geniaal gewaagde zet was het inderdaad om een gevaarte als Bohemian Rhapsody als single te durven uitbrengen. Maar de knaller van de eeuw werd het dus wel.

Bohemian Rhapsody: goeie film, maar geen life changer.

*

3. Yesterday

Yesterday DVD Release Date September 24, 2019

Ik wou Yesterday zo graag zien! De trailer zag er fantastisch uit. En grappig. En joehoe, alle liedjes van The Beatles in één film, leukleukleuk. Maar de film zelf vond ik eerlijk gezegd nogal slapjes. Niet rotslecht, maar in vergelijking met de knallers Rocketman en Bohemian Rhapsody echt wel slapjes.

Zoek je een film om op te zetten tijdens je Netflix and chill-moment, zo van, we starten de film, maar het is vooral een excuus om te beginnen foefelen en tegen het einde van de film zijn we hopelijk verstrengeld in een passionele coïtus, neem deze dan maar. Niet zo erg als je een stukje mist.

Yesterday: gemiddeld. Zeer gemiddeld.

*

En nog even dit: kijk naar die kaaklijn. De Taron. Oh my god. Messcherp. Als hij zo naar mij zou lachen, zouden mijn kleren vanzelf afvallen. Even mijn vibrator uit de kast halen.

Taron Egerton by Gage Skidmore 2.jpg
Eng

Eng

Jezelf laten zien, je echte zelf, is zo eng. Maar het is het waard.

Ik had met Z afgesproken om een interessante documentaire te gaan kijken in Cinema ZED. De film was afgelast, dus gingen we gezellig een warm drankje drinken in de plaats. Ik ken Z al een paar jaar. Ze is heerlijk excentriek en doet lekker haar eigen ding. Dat doe ik ook een beetje, denk ik, dus daarom klikt het zo mooi. Ah, wat kunnen we goed zeveren, zonder filter, en wat kunnen we goed serieus de diepte in duiken, ook zonder filter.

Ik voel me goed bij Z, ik voel vriendschap, warmte en acceptatie. Zoveel van mezelf heb ik in het verleden nooit durven tonen: miserie en dwaze zottigheid, onzekerheden en onpopulaire meningen. Dus besloot ik haar in een opwelling de link naar deze blog te vertellen.

Big deal voor mij.

Alleen mijn beste maatje voor altijd, J, kent de link hiernaartoe. Mijn andere lezers ken ik niet rechtstreeks. Ik heb nog een andere blog, maar met deze ben ik gestart vanuit het verlangen naar een nieuwe start, waar mijn conservatieve familie niet meeleest en waar de nieuwe ik contact kan leggen met fijne, nieuwe lezers. Mensen die openstaan voor kwetsbaarheid en imperfectie. Anoniem schrijven leek me logisch en nam de druk weg om dingen te moeten verbloemen of wegdrukken.

Maar nu kan Z meelezen. Big, big deal.

Op weg naar huis na mijn afspraak met Z voelde ik een golf blinde paniek over me heen spoelen. Wat heb ik gedaan? Dit kan ik niet terugnemen. Iemand die mijn ongecensureerde gedachten en de kern van mijn echte zelf zomaar kan zien: wat eng.

Maar toen ik thuiskwam, voelde ik berusting, en geluk. En trots. Ik, die in mijn disfunctionele gezin de kunst van het jezelf wegstoppen geperfectioneerd had, durfde mijn kwetsbare kern te laten zien aan één van mijn allerbeste vrienden. Wat een stap. Wat een prestatie. En natuurlijk vond ik dat eng! Een stap in het onbekende is altijd eng.

Kan ik gekwetst worden door Z, nu ze meeleest doorheen mijn crazy goeie en abominabel slechte dagen? Ja. Kan ze mijn vertrouwen misbruiken? Ja. Maar het is niet omdat mijn ouders mijn vertrouwen hebben misbruikt tot er zelfs in de duisterste hoeken geen greintje meer van overbleef, dat iedereen dat zal doen. En het is niet omdat een diepe band aangaan eng is en heel misschien fout kan lopen, dat het niet meer de moeite is om te proberen.

Want de mooiste verhalen worden op kwetsbaarheid gebouwd.

Songtrack van mijn dag

Songtrack van mijn dag

Ugh, die thumbnail met sigaret. Nee, nee, nee. Maar voor de rest: wat een topdame, met een topstem, met een topsound. Ah, Nina.

En de versie van Michael Bublé. Ik hou wel van Michael Bublé. Hij wordt vaak uitgelachen of weggezet als soft, generisch en populair, maar blijkbaar bevalt mij dat wel, die softe, generische en populaire sound. En dat heerlijk kitscherig spionnensfeertje van de clip, yeah baby.

Welke versie vind jij beter?

De gevaarlijke mythe dat harde werkers er altijd komen

De gevaarlijke mythe dat harde werkers er altijd komen

‘Als we onszelf konden genezen met discipline, waren we ondertussen al zes keer genezen.’

Fuck ja. Ze heeft gelijk.

L en ik doen een herfstwandeling door het provinciedomein. L worstelt al jaren met fibromyalgie. Ik met CVS. We begrijpen elkaar en kunnen over vanalles en een scheet praten en lachen. Als we over onze week vertellen, hoeven we niet te verbloemen hoe beperkend onze chronische ziekte was als het aankwam op de meest alledaagse dingen. Het is gewoon onze realiteit.

Zonder dat we er de stempel van klagen en zagen op moeten plakken, kunnen we het erover hebben hoe onbekenden, maar ook vrienden en familie onze onzichtbare ziekte niet erkennen of verkeerd inschatten. Omdat we er toch zijn. Omdat we toch lachen en vrolijk lijken. Omdat we er normaal en gezond uitzien. En wat we vooral al veel gehoord hebben, is dat we er wel komen. Als we maar hard genoeg werken.

Hard werken lijkt in de neoliberale maatschappijvisie wel de heilige graal en wonderoplossing voor alle problemen. (Plots ben ik iemand die zo’n zinnen schrijft. Maar blijkbaar is dat wel mijn punt.) Hard werken is de oplossing voor ziekte, armoede en werkloosheid. Want de meeste mensen aan de top, de meeste mensen die het goed hebben, die hebben hard gewerkt om er te komen.

En daaruit moet dan wel geconcludeerd worden dat wie hard werkt, wie echt even hard werkt als diegenen die het goed hebben, er ook komt. En wie in armoede blijft hangen, werkloos blijft, of last blijft hebben van één of andere obscure ziekte, niet hard genoeg werkt.

Maar is dat nu geen rare veronderstelling? Denken dat puur toeval en geluk geen enkele rol spelen in je levensloop, dat je sociale en culturele achtergrond je niet vooruitstuwt of achteruit houdt, en dat er vooral veel mensen zijn die gewoon niet hard genoeg willen. Ja, dat vind ik toch raar. En, eerlijk gezegd, bullshit.

Want als ik mezelf kon genezen met hard werken, dan was ik al zes keer genezen.

Brief aan L

Brief aan L

Waarin ik mezelf erkenning geef voor de moeilijkheden en beperkingen die ik heb overwonnen, L uitleg waarom zijn grappen me soms kwetsen, en hem duidelijk maak waarom ik vind dat iedereen waarde heeft.

*

L,

Stel je eens voor dat je gewoon bent wie je nu bent: maatschappelijk geëngageerd, hoogopgeleid, fit, capabel, bewust, ambitieus, vol plannen en ideeën over wat je zou kunnen en willen in de toekomst. Je denkt graag na over wat je kan betekenen voor de wereld en wat de wereld in petto heeft voor jou.

Je toekomstplannen zijn waarschijnlijk niet glashelder, dat is normaal. Maar wat ik wél zeker weet, is dat geen enkele van je toekomstplannen inhoudt dat je geleidelijk minder en minder werkdruk, huishoudelijke taken, sociale contacten en emotionele belasting aankan, tot je helemaal niet meer kan werken – zelfs niet halftijds, zelfs geen dag per week – tot je niet meer kan sporten en geen uitstapjes meer kan doen. En dat terwijl je niet weet wat er aan de hand is met je – óf er überhaupt wel iets aan de hand is met je, want zit het niet tussen je oren? Stel je jezelf niets voor? Ben je misschien gewoon een zwakkeling met te weinig doorzettingsvermogen?

Stel je voor dat je de volgende drie (DRIE!) jaar last hebt van een verzameling vreemde, onzichtbare, maar loodzware klachten, waar je geen erkenning voor krijgt en die door je familie en vrienden weggeminimaliseerd worden, maar die jij zelf elke dag en elke slapeloze nacht met je moet meesleuren, tot je in elke vezel van je permanent pijnlijk gespannen lijf wenst dat je met iemand anders van lichaam kon wisselen.

Je voelt je nooit meer echt goed, nooit meer echt fit. Je kijkt naar de wereld en jezelf door een wazige wolk, alsof je permanent achter een muur van mat glas gevangen bent. Alles waarop je je vroeger met gemak kon concentreren, is nu aartsmoeilijk. Een afspraak bij de dokter maken of een mailtje sturen is een uitputtingsslag. Je kan je amper herinneren wat je gisteren hebt gedaan en de voorbije week is één grote waas.

Je hebt bijna constant last van hoofdpijn, keelpijn en oorpijn. Darmklachten zijn het nieuwe normaal en escaleren na elke stressprikkel. Je hebt regelmatig spierpijn, die op verschillende plaatsen van je lichaam komt en gaat. Je voelt je permanent ondraaglijk onrustig en gespannen. Zelfs als je dat probeert, kan je je spieren niet ontspannen. Het enige wat je wil, is eens een paar uur kunnen wegzinken in een diepe slaap, maar je weet zelfs niet meer hoe dat voelt en of je ooit nog normaal zal kunnen slapen.

De nachten zijn het ergst, want het is donker en stil, iedereen slaapt, en je voelt je eigen onrust, pijn en die oorverdovende tinnitus extra goed. Vroeger zou je misschien bedacht hebben hoe je je situatie het best zou aanpakken en op welke manieren je jezelf tot rust zou kunnen brengen, maar vroeger kon je frisse, heldere gedachten vasthouden. Die tijd is nu pijnlijk lang geleden, en soms herinner je je zelfs niet dat het ooit anders geweest is. Je weet niet of het ooit nog anders wordt.

*

Toen ik ging studeren, verwachtte ik ook niet dat ik ziek zou worden. Ik was dolenthousiast dat ik eindelijk bevrijd was van een giftige thuissituatie, een disfunctionele gevangenis. Ik zou eindelijk kunnen leven. Ik had veel dromen, meer dan gemiddeld, want een gevoel van vrijheid had ik nooit ervaren. Ik zou er alles uithalen.

En ik leefde. Een beetje. Want na anderhalf jaar begonnen de klachten. Op en neer ging ik, maar ik bleef doorploeteren, tot ik een jaar later dan voorzien mijn diploma haalde en na een waanzinnige sollicitatieronde aan het werk ging. En ik zag nog niets, want ik dacht dat iedereen ploeterde, en daarbij, ploeteren was ik toch al mijn hele leven gewoon. Ik kreeg zo vaak te horen dat het leven zwaar was voor iedereen, en dat de sterken er komen, dus ik gaf alles en meer, want ik wou de sterkste zijn.

Anderhalf jaar bleef ik aan het werk, tot ik tijdens een doktersbezoek een briefje kreeg. Drie weken thuisblijven. Oef, wat lang! Drie weken! Ik schaamde me. Ik had het beter moeten doen. De dokter had met opzet ‘maar’ drie weken op het briefje geschreven, want ze wilde me niet te hard laten schrikken met een langere ziekteperiode. Maar drie weken werden meer dan twee maanden. Het woord burn-out viel. Wat ook uit de lucht vielen, waren ongeloof en verontwaardiging. Uit sommige hoeken kreeg ik begrip, maar uit nog meer hoeken oordeel. Hoe kan je op die leeftijd nu al een burn-out hebben, dat is toch overdreven? Na zo’n korte carrière? Het is toch lastig voor iedereen? De jeugd loopt toch echt direct naar de dokter bij het minste ongemak.

In mijn familie en vriendenkring kreeg ik te horen dat het wel snel weer goed zou komen. Want ik was nog zo jong, ik zou er zo weer bovenop zijn. En of ik nu veel op bezoek zou komen bij de familie? Of ik zin had om met vrienden af te spreken? Ik had toch veel tijd. Zo lekker thuis. Wat zou ik daar anders zitten doen?

Ik had geen idee waar ik nog extra kracht vandaan kon halen, maar ik wilde me bewijzen. Ik wilde uitschreeuwen dat ik mijn best deed, want dat deed ik, ik deed mijn best en dan perste ik er nog wat extra uit. Ik wilde bekenden en onbekenden smeken te geloven dat ik het allemaal ZO. HARD. WILDE. Werken. Leven. Carrière maken. Vrienden zien. Sportlessen volgen. De wereld redden.

Ondanks de constante spanning en overbelasting ging ik terug aan het werk. Halftijds, dat wel. Die vermindering naar 50% voelde vernederend, maar het moest wel, want meer kon ik gewoon niet, hoe duivels gedreven ik ook was. Terwijl de voltijdse carrière of tweede studie van verschillende vrienden als een raket de hemel in schoot, ging ik halftijds werken. Maar ik ging toch terug naar het werk, want het was zo lastig voor de collega’s die mijn taken overnamen. En ik was ten slotte al bijna drie maanden thuis, een eeuwigheid, die ruim genoeg geweest moest zijn om te herstellen van alle kwaaltjes die er eventueel zouden geweest zijn, volgens bijna iedereen die ik sprak. Want je moet zo snel mogelijk terug aan het werk, na een burn-out. Dat wisten ze allemaal. En trouwens, wat zit je daar anders de hele dag te doen?

Maar of ik me beter voelde? Ik voelde eigenlijk geen verschil. Ik vroeg me regelmatig af of dit misschien gewoon was hoe alle mensen zich altijd voelden. Misschien was ik gewoon een zeur? En op de dagen dat ik me een halve procent beter voelde, maakte ik mezelf wijs dat het herstel was ingezet. Ik zou goed voor mezelf zorgen en verder herstellen terwijl ik aan het werk was. Daar was die halftijdse job toch voor?

Uiteindelijk hield ik ook die halftijdse job maar enkele weken vol, en toen kwam de echte hel. Mijn contract liep af. Ik had geen idee wanneer ik terug aan het werk zou kunnen, en waar. Volgende maand, hield ik mezelf elke maand voor. Na enkele cycli van ‘volgende maand’ begon ik in grotere blokken te denken. Over twee maanden, of drie. Over zes maanden. Volgend jaar ben ik vast weer aan het werk. Zéker weten.

Volgend jaar kwam. Het was afschuwelijk. De toekomst was helemaal onbekend en zwart. Ik weet niet meer wat zwaarder was: de periode waarin ik niet wist wat er aan de hand was en wanneer ik weer beter zou zijn, of de periode waarin ik inzag dat ik al mijn dromen, plannen en verwachtingen zou moeten opgeven en ruimte maken voor een ander, ondenkbaar beperkt toekomstbeeld. Want een toekomst van normaal functioneren opgeven is hard, dat gaat niet vanzelf.

Ik ben blij dat ik nu zelf kan opschrijven en erkennen hoe zwaar ik het gehad heb, want erkenning was er nauwelijks. Naar de buitenwereld zette ik altijd een grote glimlach op, want wat moest ik anders doen? Tijdens mijn jeugd was ik goed getraind in acteren en doen alsof alles helemaal prima is. Op de vraag ‘hoe gaat het met je?’ heb ik vaak genoeg ‘goed’ of ‘çava’ geantwoord, want ik had geen idee waar ik anders moest beginnen.

Maar die vraag kwam er minder en minder, ik raakte geïsoleerd. Ik had geen werk, geen energie voor hobby’s, mijn familie heeft nooit vragen gesteld over mijn ziekte en zocht me nooit op, en mijn vrienden raakte ik geleidelijk kwijt omdat ik nooit meer het initiatief nam. Energie om iets met vrienden te doen, was er niet, en als ik dat toch deed, was ik daarna soms maanden ziek, dus veel pogingen ondernam ik niet meer. Toen heb ik geleerd dat echte vrienden, die je ook oké vinden als je niet de grote entertainer van de groep uithangt, schaars zijn. Vrienden die durven doorvragen hoe het écht gaat met je en dat serieus nemen.

Die periode van rock bottom en dieper was er één van totale wanhoop, eenzaamheid, frustratie, depressie en een oneindige cyclus van opbloeiende en weer verbrijzelde hoop. En tegelijk was het een periode van spectaculaire transformatie en sterke emotionele groei. Als ik het cliché van de feniks ergens zou mogen ingooien, zou het hier zijn.

Want ik was vroeger echt nog niet de persoon die ik nu ben. Ik ben opgegroeid en geconditioneerd in een disfunctioneel gezin en een op zijn zachtst gezegd emotioneel geconstipeerde familie. Mijn zus en ik zijn emotioneel mishandeld en hebben daarmee leren copen door alles te slikken, weg te duwen en te acteren dat alles reuze uitstekend ging – een act die we pijnlijk overtuigend brachten ook.

*

Maar zo’n enorme lichamelijke klachten en emotionele pijn kon ik niet meer wegduwen. Daarmee maakte ik de uitputting alleen maar groter. Dus ben ik op een lange zoektocht naar mezelf geweest, om er nog een cliché in te gooien. Oude, ongezonde patronen – de enige patronen die ik kende – kwamen bloot te liggen. Ik ontmaskerde mezelf, ontmaskerde alle vuile copingmechanismen die me als kind redden, maar waarmee ik mezelf nu alleen zieker maakte. Dat waren soms schokkende inzichten en ik wou ze eruit, ik wou veranderen. Ik besteedde honderden, misschien wel duizenden euro’s aan therapie, waar ik die oude mechanismen blootlegde en van me afwierp. Maar wat overbleef, was een grote leegte.

Ik wist niet meer wie ik was, of ik nog wel iets was, of ik nog wel iemand was. Ik voelde me minder dan kak. Mijn topprestaties waar ik me mijn hele leven mee geïdentificeerd had, waren uit het zicht en misschien wel voorgoed uit mijn bereik verdwenen. Had ik nog waarde? Kon ik niet evengoed van de aardbol verdwijnen? Was ik niet gewoon een last voor mijn partner, mijn familie en alle werkende mensen die bijdragen aan de sociale zekerheid?

Jezelf in vraag stellen is pijnlijk. Ik ben er trots op dat ik de moed heb gehad om door die periode te werken, om mezelf compleet te ontmantelen, naakt en kwetsbaar, niet wetend of ik nog wel iets anders zou kunnen worden en of de pijn van het zoeken ooit voorbij zou gaan. En ik ben er trots op dat ik nu in staat ben om trots te zijn op die prestatie, ook al is ze niet zo conventioneel indrukwekkend als een huis kopen, een marathon lopen of een doctoraat halen.

*

Ondertussen weet ik wel goed wie ik ben. In de eerste plaats hooggevoelig, introvert en kwetsbaar, makkelijk overspoeld en diep geraakt door emoties en indrukken, maar dat is oké. In de tweede plaats beperkt door een ingewikkelde ontregeling van mijn zenuwstelsel en stressresponssysteem. En verder nog een heleboel dingen, natuurlijk, zoals creatief, gedreven, optimistisch en zachtaardig.

Ik ben nu dan wel zelfbewust en zelfverzekerd, en zelfs tijdens de meeste lastige dagen lukt het me om licht, luchtig en hoopvol naar de wereld te kijken, maar ik heb het nog steeds niet gemakkelijk. Ik lach, maar ik voel regelmatig de pijn en frustratie van mijn beperking, die er nog steeds is, al heb ik ermee leren functioneren. Ziek zijn word je niet gewoon. Afspraken afzeggen en fijne belevenissen missen worden niet easy peasy. Het pijnlijke besef dat bijna niemand ziet hoe alomvattend mijn beperking is, slijt niet.

Ik accepteer mijn beperking, want dat slorpt veel minder energie dan vechten tegen wat ik toch niet kan veranderen, maar dat betekent niet dat ik mijn situatie niet zou veranderen als ik plots de magische krachten zou hebben om dat te doen. Ik zou mezelf in een halve seconde weer gezond en fit toveren.

Ik denk niet dat je weet dat die pijn, die frustratie en dat verlangen naar meer betere dagen mijn compagnons zijn. Dat is oké voor mij, negatieve ervaringen horen bij het leven en deze bad ass bitch kan doorheen moerassen van lastige gewaarwordingen navigeren als een queen. Deze bad ass bitch weet ook dat ze waarde heeft, en talenten, net als iedereen.

Maar sommige grapjes kunnen deze bad ass bitch toch bijzonder hard kwetsen. Zeker als die grapjes gaan over dingen moeten missen, een zogenaamd inferieure taak opnemen, of minder waard zijn dan iemand anders. Niet alleen als die grapjes over mezelf gaan, maar ook als iemand anders het onderwerp ervan is.

De maatschappij bulkt van de veronderstellingen over wie waardevol is, wie minder, en wie helemaal niet. Jammer genoeg kom ik nu pas in opstand tegen die denkbeelden, nu ik zelf weet hoeveel pijn en schade die veronderstellingen veroorzaken. Ik vind het echt problematisch om de waarde van mensen te koppelen aan hun prestaties, hun maatschappelijke inspanningen, hun relevantie, of de veranderingen die ze in gang kunnen of willen zetten.

Mensen die grote maatschappelijke veranderingen in gang zetten, zijn heel waardevol. Maar vuilnisophalers zijn even waardevol. En mensen die alleen maar werken om zo veel mogelijk geld te verdienen, zijn ook waardevol. De persoon aan de top heeft waarde, maar het groepje dat de post rondbrengt is ook cruciaal. Extraverten, die met plezier en vol energie groepen mensen weten te boeien en van de ene meeting naar de andere huppelen, zijn waardevol. Maar introverten, die zich alleen en in stilte achter de schermen bezighouden met introspectie en creatieve oplossingen, zijn precies even belangrijk. Maar zelfs die gedachtegang vind ik nog te beperkt, want ze koppelt waarde aan uitgevoerde taken of prestaties. Ook mensen die keihard inzetten op individuele acties zijn waardevol. Ook mensen die geen reet geven om het klimaat zijn waardevol. Ook mensen die slechte dingen doen, hebben waarde.

Als ik ooit carrière zou kunnen maken, een stiekeme droom en ambitie die ik niet kan uitdoven, zou dat de visie zijn die ik met passie uitdraag. Iedereen heeft per definitie waarde. Mensen aan de zogenaamde top. Mensen in het midden. Mensen onderaan. Werklozen. Zieken. Enthousiastelingen. Onzekere zieltjes. Iedereen.

*

Ik heb geprobeerd helemaal mezelf te zijn met deze brief. Hoewel ik over het algemeen behoorlijk veel kan incasseren en zelfs geniet van een goeie burn onder vrienden, hebben sommige van je grapjes over mijn rol in het team of mijn beperking me geraakt. Ik kon ze niet gemakkelijk van me afschudden. Tegelijk weet ik dat je gewoon goede bedoelingen hebt, net als bijna iedereen. En ik weet dat ik je een fijne vriend vind. Daarom wou ik eens proberen om je helemaal in mijn eigen stijl te vertellen wat ik eigenlijk elke dag met me meedraag. Ik hoop dat dit niet ongemakkelijk was voor je, dat dit niet te intens was. En ik hoop dat we erover kunnen praten.

*

Ondertussen las L mijn brief. Hij was open en begripvol, en we hadden een deugddoend gesprek over zijn grapjes die me soms kwetsten. In de toekomst houdt hij er rekening mee dat ik, hoewel ik goed met mijn ziekte omga, het toch nog pijnlijk vind om met alle klachten en beperkingen te leven. Uit die ervaring heb ik geleerd dat het de moeite kan zijn me kwetsbaar op te stellen bij personen die ik waardevol vind om in mijn leven te houden.

Note to self 9

Note to self 9

Lieve beer,

Telkens je iets wil doen en je zo angstig voelt dat je ermee wilt ophouden, maar je doet het toch, weet dan dat je iets dappers aan het doen bent. Je bent moedig.

Misschien zeg je jezelf dat anderen het niet spannend zouden vinden, wat jij nu doet. Misschien heb je het vroeger al gedaan. Misschien gaat het maar over iets kleins.

Maar je bent bang, je voelt je angst, erkent die, en zet toch door met wat je wilt doen. Dat is moed. Je angst overwinnen is dapper.

Je bent een held.

Mijn menstruatie in beeld

Mijn menstruatie in beeld

Praten over menstruatie is nog steeds een beetje taboe. Dat is jammer, want door open met elkaar te praten over natuurlijke lichaamsprocessen kunnen vrouwen er bijvoorbeeld sneller achter komen als er ergens iets niet helemaal goed zit, daarmee een dokter opzoeken, en op tijd ingrijpen. En als we onder elkaar in alle openheid durven praten over wat ons lichaam doet, hoe dat voelt en hoe het eruit ziet, zijn we ook beter getraind om alle details met dokters en andere hulpverleners te delen. Want dan is het no big deal meer. Durven praten over menstruatie kan mensenlevens transformeren.

Daarnaast vind ik het eigenlijk ook gewoon veel aangenamer om zo’n fundamenteel deel van mijn vrouwelijkheid niet te moeten verstoppen. Het mannenlichaam moet niet de standaard van de maatschappij zijn. Wat omgaat in een vrouwenlijf is óók standaard en normaal.

De laatste tijd zag ik op social media regelmatig de opmerking voorbijkomen dat het zicht van bloed in actiefilms en gewelddadige videospelletjes heel normaal is. De spetters druipen van het scherm. Maar menstruatiebloed, dat helemaal vreedzaam en natuurlijk uit vrouwenlijven drupt, wordt nog altijd krampachtig verstopt. En jeetje zeg, inderdaad!

Reclamespotjes voor tampons en maandverbanden zijn gelukkig niet meer zo eufemistisch als in de jaren 50, maar het menstruatiebloed dat zou moeten opgevangen worden, wordt toch maar nog steeds vervangen door een cleane, blauwe vloeistof. Is dat niet bizar? Het is nochtans niet dat onze tere oogjes het zicht van een paar druppels op bloed lijkende vloeistof niet kunnen verdragen, want Quentin-Tarantinofilms gaan er anders vlot genoeg in. Het is gewoon dat het menstruatiebloed is. Op Instagram worden beelden van doorgelekte bloedvlekken zelfs gecensureerd! Want o zo schokkend.

Ik durf in het bijzijn van mijn partner mijn menstruatiecup legen of mijn maandverband vervangen. Niet dat hij dat moet zien, maar als hij passeert en mijn bloody mess te zien krijgt dan kijken we daar allebei niet van op. Oké, heel misschien heb ik hem wel al eens geroepen om te laten zien hoe spectaculair veel bloed er op korte tijd in mijn menstruatiecup was verzameld. Maar dat zal wel niet voor iedereen zijn.

Schokkender vind ik het dan nog dat ik af en toe van een grown ass volwassen man die al verschillende relaties met vrouwen heeft gehad, te horen krijg dat hij nog nooit menstruatiebloed heeft gezien. NOG NOOIT. Of dat mannen bijvoorbeeld denken dat je toch niet door een jeansbroek kan bloeden, want dat is toch superdikke stof? Of dat een man keiverbaasd opkijkt bij de mededeling dat vrouwen vaak subtiel vragen elkaars poep even te checken om te zien of ze niet doorgelekt zijn – wauw, wat een fenomeen!

Bij deze vond ik het dus nodig om alle registers open te trekken en te tonen: zo ziet een menstruatie eruit. De mijne toch, want alle vrouwen zijn verschillend.

Omdat ik zo’n ecowarrior ben, gebruik ik wasbare maandverbanden en een menstruatiecup. Met veel plezier, want wasbare maandverbanden zijn keizacht en comfortabel. Ik heb een super heavy flow dus gebruik ik meestal een cup in combinatie met een maandverbandje. Dit was een maandverbandje op een lichte dag – licht voor mij toch.

Tijdens mijn zwaarste dagen zit mijn menstruatiecup ongeveer drie of vier keer per 24 uur vol. Ik vind het legen ervan best wel bevredigend. Wauw, zo veel bloed, helemaal zelf gedaan! Dan was de pijn toch niet voor niets, zogezegd.

Een paar uur geslapen en net op tijd wakker geworden, want veel kon hier niet meer bij. Tijdens mijn menstruatie slaap ik echt niet lekker. Ten eerste heb ik zo. veel. pijn. en ten tweede ben onrustig omdat ik het bloed voel druppen en nogal krampachtig in een houding probeer te liggen met de minste kans op bloedvlekken in de lakens.

Bloedvlek in onderbroek. Geen nieuws.

Bloedvlekken op de lakens, aaargh, en dan hopen dat het niet ook nog door de matrasbeschermer is.

De wasmachine halverwege mijn menstruatie. Het bloedvlekkenmuseum.

Is dit herkenbaar voor je? Schokkend? Vreemd? Overbodig? Of net fijn om te zien dat jij helemaal normaal bent?