Note to self 4

Note to self 4

To me, if I ever end up there again, and to anyone else, who’s ever been there, or are right now, in the black hole:

It will get better. There is a meaning to what you’re going through.

You will feel like living again.

If you can’t do anything else but breathe, do just that; you don’t have to do anything else.

Don’t fight it. Let it be. It is as it should be and it’s okay. Just be. Don’t judge. Let go.

Look at what’s beautiful. Listen to what gives you peace. Eat what tastes good. Do what feels nice. Even if it feels pointless right now, it’s good for your soul.

Ask for help.

Let other people help you. Let other people take care of you.

Cry. Scream. Wail. Laugh. Sleep. Close your eyes. Do whatever you need to do. Let it out. And embrace.

It will get better. I promise.

Deze tekst van Helena Önneby helpt me tijdens de allermoeilijkste momenten. Ze schreef ook een goeie First Aid Kit for When Life Falls Apart.

Advertenties
10 dingen die ik fijn vind

10 dingen die ik fijn vind

  1. rondlopen op blote voeten
  2. zomaar een monstercourgette krijgen van iemand met een moestuin
  3. dansen
  4. de herfstzon
  5. precies op tijd wakker worden zonder wekker
  6. een stille dag met alle ramen open
  7. gratis eten
  8. collega’s die vrienden worden
  9. wanneer een vegan chocomelk even veel kost als een chocomelk met koemelk
  10. de tandarts die zegt dat ik goed gepoetst heb
Die fokking male gaze

Die fokking male gaze

Ik heb het fokking gehad met die fokking male gaze.

Ha! Kwade vrouwen vinden mensen normaal veel minder fijn dan kwade mannen. Een kwade man is nog steeds mannelijk. Een kwade vrouw is niet vrouwelijk, zorgend, onderdanig, aantrekkelijk, sierlijk of delicaat. Dat is niet oké. Maar hier ben ik veilig, hier ben ik anoniem en hier ben ik kwaad.

Ik denk dat 95% van de mannen geen idee heeft hoe het voelt. Constant bekeken worden, gekeurd worden. Als je er zin in hebt om bekeken te worden, maar vooral ook als je er géén zin in hebt om bekeken te worden.

Een blik is macht. Iemand recht in de ogen kijken en je blik niet afwenden is je dominantie laten gelden. Iemand van top tot teen en weer tot top scannen is bedreigend. Met je ogen iemand vasthouden tot lang nadat je elkaar bent voorbijgestapt, is de persoonlijke ruimte van die persoon binnendringen.

Jaja, blabla, mannen mogen tegenwoordig niets meer. Mogen we nu zelfs al niet meer kijken? Jawel, Ludo, kijken is prima. Ik werp ook weleens een blik. Maar dat kan ook subtiel en respectvol. Ik vind het heel jammer om deze vergelijking te moeten gebruiken, maar probeer dit eens: stel je voor dat alle andere vrouwen op straat je dochter of je vrouw zijn. Werp geen blikken waarvan je niet zou willen dat andere mannen ze werpen op de vrouwen die jou dierbaar zijn. Snap je het zo wel?

En nee, dat iemand zo sappig uitgekleed wordt met de ogen is niet haar eigen schuld. Een décolleté, een short, een rokje, hoge hakken of een grote bos mooi haar zijn geen uitnodiging voor gelijk wat. En ja, misschien wil je wel eens wat beter kijken, maar – Jesus – doe het dan alsjeblieft niet alsof daar een museumstuk zonder eigen gevoelens en innerlijke belevingswereld loopt.

Ik val vrij hard op in het straatbeeld: een jonge blonde vrouw van 1 meter 80. Maar dat is geen excuus voor al die fokking thirsty blikken. Ik ben het beu en ik ben kwaad. Op straat steek ik zoveel energie in het opbouwen van een schild, een verdediging, me sterk en hard opstellen om niet kopje onder te gaan in die zee van starende mannen. Als ik in een stukje straat loop waar toevallig alleen vrouwen lopen, voel ik me weer zacht worden en glijdt de spanning van me af. Dat moet gedaan zijn. Ik wil me gewoon zorgeloos kunnen verplaatsen. Lekker in mijn eigen bubbel. Gaan en staan waar ik wil.

Dus. Echt waar. Ik vind dat we maar eens moeten stoppen met de mensen aan het ontvangende eind van de blikken, de meisjes en vrouwen, diegenen die er het meest onder lijden, aan te manen zich minder opvallend te kleden of gedragen. Leer gewoon eens aan opgroeiende jongens dat ze iedereen met respect moeten benaderen. Laten we onze jongens leren dat van kop tot teen scannen niet oké is. Laten we onze jongens leren dat vrouwen ook mensen zijn.

De illusie van controle

De illusie van controle

Waar hebben we eigenlijk controle over? Er is veel dat we proberen te controleren, maar waar we in de realiteit geen controle over hebben. Misschien maken we ons te veel zorgen. Misschien verspillen we energie aan dingen die we toch niet kunnen veranderen.

Dit vind ik een handig tabelletje:

Jezelf

Niemand heeft controle over welke gedachten haar of zijn hoofd binnenkomen. Niemand heeft controle over welke gevoelens hij of zij nu eens zal gaan voelen. Niemand heeft controle over waar zij of hij pijn heeft, of jeuk, of spanning.

Alles laten binnenkomen, goed observeren, benoemen, ermee werken en erop inspelen: dat kan wel. Maar je controleert niet wat er binnenkomt.

Daar tegenover staat dat je de dingen die je doet en de dingen die je zegt meestal wel onder controle hebt. Niet-helpende gedachten? Je kan jezelf afleiden met iets leuks, of er helpende, positieve gedachten tegenover zetten. Verdrietig? Je kan jezelf opvrolijken, of net uitspreken dat je je triest voelt en hulp zoeken. Pijn? Je kan stretchen, gaan wandelen, een pijnstiller nemen, hulp zoeken. Wat we doen en wat we zeggen, daar zit ons actiedomein.

De anderen

En de anderen? Kunnen we beïnvloeden wat anderen denken over ons? Kunnen we bij anderen gericht emoties opwekken of juist verlichten? Kunnen we iemands pijn wegnemen? Nee. Daar hebben we al helemaal geen controle over.

Dus als we toch niet kunnen vermijden dat iemand gedachten heeft over ons, waarom zouden we dan energie steken in zorgen daarover? Als we, hoe hard we ook proberen, anderen niet kunnen beschermen tegen negatieve emoties, waarom laten we dat dan niet wat meer los? Als het zover komt, zullen we er zijn voor wie ons nodig heeft. En als we iemands pijn toch niet kunnen verzachten door er bezorgd over te zijn, kunnen we dan misschien die energie uitsparen voor wat we wel kunnen veranderen?

Soms lijkt het alsof we wel kunnen controleren wat anderen zeggen over ons of doen voor ons. Maar ook dat is hun beslissing, niet de onze.

Loslaten wat je niet kan controleren

Loslaten is zo moeilijk, maar je kan het wel oefenen. Ik ben in mijn eigen leven dankzij dankzij een hele resem uitdagingen al van loslaatlevel 1 naar level 127 omhooggeschoten. De illusie dat je met hard werken, een scherpe focus en oneindig veel inzet en doorzettingsvermogen alles kan bereiken wat je zelf wil, heb ik gelukkig ook kunnen loslaten. Heerlijk.

Gelezen: Extremely Loud and Incredibly Close (Jonathan Safran Foer)

Gelezen: Extremely Loud and Incredibly Close (Jonathan Safran Foer)

J had het boek uitgeleend uit de bib en ik dacht dat het tijd was geworden dat ik deze klassieker ook eens las. Wauw, wat een boek. Maar zo moeilijk te omschrijven.

Extremely Loud and Incredibly Close : Jonathan Safran Foer ...

Mijn mening over het boek in drie bullet points:

  • aangrijpend – komt zo hard binnen
  • heerlijk origineel en creatief vormgegeven
  • aanrader
Zomaar – en toch

Zomaar – en toch

Voel je je soms zomaar verdrietig? Ik wel.

Verdrietig omwille van het besef dat mijn jeugd mijn hele leven blijft beïnvloeden en dat ik daar niets aan kan veranderen. Ik zou mijn kleine zelf zo graag uit het verleden plukken, haar adopteren, en emmers, zwembaden, oceanen vol onvoorwaardelijke liefde, acceptatie en steun geven. Ik wil haar opnieuw laten beginnen, sterker en tegelijk kwetsbaarder dan ooit.

Verdrietig omdat ik nooit heb kunnen experimenteren. Praten met jongens, of misschien meisjes, flirten, samen dansen, kussen, de eerste stapjes in de spannende, grote wereld van de seks, fouten maken en daaruit leren wat je echt wil, eens dronken worden, een trekje van een joint: voor mijn achttiende was ik lichamelijk en geestelijk te opgekooid om meer dan een paar tenen in dat zwembad te steken.

Verdrietig omwille van alle ploeterjaren die verloren lijken. Ik ben zo snel ziek geworden. Op eigen benen en meteen lam. Veerkracht of mildheid heb ik niet meegekregen, alleen ploeteren. Ploeteren, zwoegen en hard hard hard werken tot je kapot bent. En dan nog blijven ploeteren. Terwijl ik ook carrière had kunnen maken, of de wereld zien, of feesten, of tot diep in de nacht lange filosofische gesprekken voeren in gezellige cafeetjes.

En toch –

Toch vond ik goudklompjes tussen de modder. Iedereen die ik nu zie ploeteren, kan ik tonen hoe ze sneller terug aan wal komen. Waar en hoe ze ondertussen goudklompjes kunnen vinden. Want ik ben de ervaren ploeteraar, de veteraan, de oude wijze modderkoningin. We ploeteren samen, kijken elkaar aan en voelen ons verbonden.