De angst om stil te vallen

De angst om stil te vallen

Deze week was ik extreem moe. Ik voelde me honderd kilo zwaarder. Mijn armen, benen en oogleden leken wel van lood. Af en toe vroeg ik me af of de zwaartekracht van de aarde plots verdubbeld was. Maar er was gelukkig niets mis met de zwaartekracht.

Het begon maandag. Op maandagvoormiddag had ik gewerkt. Daarvan was ik heel moe. Maar mijn partner J zou even op bezoek gaan bij de ouders van mijn metekindje, en die mensen en hun kindje zijn zo leuk, dat ik mezelf er ook heen gesleept heb.

Onderweg voelde ik al dat het niet pluis was. Ik kreeg de ene voet bijna niet meer voor de andere gezet. Als ik een paar treetjes over moest, was ik buiten adem. Die superdeluxe extreme uitputting – niet meer kunnen – wordt piekuitputting genoemd. Echte piekuitputting overkomt me niet veel meer, maar deze keer wel.

De piekuitputting negeren en tóch nog doorgaan: daar is de extreme vermoeidheid begonnen. Ik zou mezelf achteraf vanalles kunnen verwijten, maar dat verandert het verleden niet, en eerlijk gezegd: soms wil ik ook gewoon eens iets doen als een ‘normaal’ mens. Soms heb ik ergens zó veel zin in, dat het alternatief (thuis ontspanningsoefeningen doen, rusten en stretchen) me gewoon niets lijkt. En dat is ook oké. Ik moet het gewoon harder bekopen dan gezonde mensen.

De weerslag kreeg ik dus zeker en vast op mijn bord. En daarin zat deze week de grote uitdaging waar ik nog regelmatig mee worstel: de angst om stil te vallen. Ik ben soms bang voor de gevolgen van echt stilvallen en diepe rust.

Als ik in het rood ben gegaan – net als maandag – dan kost het me een paar dagen tot soms een paar weken om weer in het groen te komen. In de tussentijd staat mijn leven (gelukkig) niet stil: ik ga werken, maar ik probeer ook nog te koken, de was te doen, af en toe een beetje te poetsen, en elke week een beetje sociaal contact op te doen – extra belangrijk in afgezonderde coronatijden.

Maar tot ik weer in het groen ben, ga ik met al die activiteiten in principe over mijn draagkracht. Over de grens. Dat kan gewoon even niet anders. Met micropauzes en goed doseren kan ik dat draaglijk houden, maar mijn lichaam durft goed protesteren: met pijn, tinnitus, rusteloze benen, depressieve of angstige gedachten, you name it.

Ironisch genoeg kom ik tijdens zo’n overbelaste periodes ook véél makkelijker in een adrenalineroes. Als ik een halve dag moet werken, bijvoorbeeld. Of als ik vrienden opzoek. Dan voelt de opstart hels, maar na een tijdje haalt mijn lijf de stresshormonen boven die me een duwtje geven en de uren door helpen.

What goes up, must go down, dus daarna komt de knal, natuurlijk. Als de adrenalineroes stilvalt, komen alle ongemakkelijke gevoelens, die een paar uur onder de radar verdwenen waren, terug. Maar dan extra hard. Extra lang. Extra intens.

Dat is extreem onaangenaam en daar komst mijn angst om stil te vallen vandaan. Want stilvallen, dat betekent vaak: eerst extra veel klachten voelen, voor ze kunnen wegebben. Stilvallen is terug voelen. Stilvallen is ondergedompeld worden in wat er echt speelt.

Ontspannen heb ik al altijd moeilijk gevonden. In mijn thuissituatie had ik niet bepaald gezonde voorbeelden van ontspannen, doseren en voor jezelf zorgen. Als jong kind is de gedachte ‘je moet productief zijn’ er snel ingeslopen. Daar werk nu al jaren aan, op een milde manier, maar het feit dat ontspannen voor mij niet meteen aangenaam is en me niet meteen een goed gevoel geeft, maakt het uitdagend. Gelukkig zijn je grootste uitdagingen ook meteen je grootste leermeesters.

Wat ik vooral geleerd heb? Hoe meer ik denk dat ik móet doorgaan, dat er nog zo veel moet gebeuren, en dat er geen tijd en ruimte is voor ontspanning, hoe meer het nodig is om te ontspannen. Als ik zo opgejaagd ben dat ik de gedachte heb dat ontspanning later wel kan (morgen, volgende week…), dan voel ik mijn lijf niet meer goed aan. Dan is er tijd nodig om mijn aandacht terug op mezelf te richten en opnieuw de juiste prioriteiten te stellen.

En een tweede signaal? De angst te ontspannen. Hoe angstiger ik me voel om stil te vallen, hoe harder die rust nodig is. De angst waarschuwt me voor de onaangename sensaties die het stilvallen zal geven. En hoe groter de angst, hoe duidelijker ik weet dat het onaangenaam zal zijn… Maar ik moet er sowieso door. Van stressmodus in ontspanmodus schieten en de spanning laten ontladen: dat is niet gemakkelijk. Maar hoe langer ik wacht, hoe meer spanning er opbouwt.

Dus ontspannen gaat voor mij om moed. Gezonde mensen met een gezond stresssysteem krijgen zin om stoom af te laten en doen dat dan gewoon. Ze voelen wat ze nodig hebben en komen vanzelf in evenwicht door te ontspannen. Maar voor mij vraagt ontspanning moed. De moed om de confrontatie met de onaangename ontlading aan te gaan. De moed om te voelen. De moed om het over me heen te laten komen en er niet in meegesleept te worden.

Omdat het me deze week minder goed gelukt is om die moed aan te boren, is dat mijn voornemen voor volgende week: de moed zoeken om mezelf elke dag op de eerste plaats te zetten. De moed zoeken om elke dag een paar uur te ontspannen. De moed zoeken om te genezen.

Gelezen: Feminist Fataal (Dorien van Linge)

Gelezen: Feminist Fataal (Dorien van Linge)

Ik ga niet rond de pot draaien: dit boek is retecool. Een echte aanrader.

Feminist fataal

Dit boek vind ik een prachtig startpunt voor iedereen die op zoek is naar een educatief en plezierig leesmoment over intersectioneel feminisme. Intersectioneel feminisme wil zeggen: je ervaringen, voordelen en belemmeringen worden niet alleen gekleurd door je gender, maar ook door je huidskleur, opleidingsniveau, fysieke en mentale gezondheid, sociale achtergrond, gewicht en andere factoren. We mogen er dus niet zomaar van uitgaan dat een zwarte, kansarme vrouw met een beperking te maken krijgt met dezelfde soorten discriminatie als een witte, hoogopgeleide vrouw die het glazen plafond probeert te doorbreken. Feminisme moet ook rekening houden met de vele verschillen tussen vrouwen onderling en tussen mannen onderling. Mij persoonlijk lijkt het gewoon echt heel basis dat we actief rekening houden met die ongelooflijk gevarieerde realiteit. Goed dus dat we de term intersectionaliteit in het Nederlands ook vaker en vaker horen voorbijkomen!

De info in dit boek was niet per se nieuw voor mij. Ik heb tijdens mijn opleiding zo veel mogelijk keuzevakken gender- en diversiteitsstudies in mijn rooster gepropt en je vindt mij sowieso met mijn neus in allerlei feministische boeken en Instagramfeeds. Extra cool dus hoe Dorien van Linge mij toch bleef boeien met haar boek. Ik denk dat het lag aan de anekdotes en persoonlijke verhalen. Daar hou ik wel van, het moet niet te droog zijn. Dorien is zelf biseksueel en dat is ook heel interessant, omdat ze vanuit haar eigen perspectief kan vertellen over bijvoorbeeld de seksualisering van biseksuele en lesbische vrouwen. En ook wel een beetje omdat ik zelf twijfel en zoek of dat label bij mij zou passen. Zo’n badass rolmodel helpt wel bij dat proces.

Cool cool cool dus. En waar gaat het nog allemaal over? Wel, er zijn onder andere hoofdstukken over de geschiedenis van het feminisme in Nederland (helaas niet in België, kleine bummer), gender, mannelijkheid, lichaam, eetstoornissen, dik zijn, lichaamshaar, huidskleur, racisme, make-up, seks, masturberen, slutshaming, anticonceptie en consent (joehoe!). En nog cooler: Dorien van Linge schrijft ook een hoofdstuk over beperkingen. Zo leuk dat ze dit ook meeneemt, want een beperking is ook gewoon keihard doorslaggevend in de kansen die je krijgt in je leven. Ik kan ervan meespreken. Heel erg fijn dus om dat hoofdstuk te lezen.

Wat ik nog leuk vond: op het einde van elk hoofdstuk staat een lijst met andere boeken, documentaires en podcasts over het besproken thema, en de schrijfster tipt ook gigantisch veel interessante Instagramaccounts van mensen die daarmee bezig zijn. Ik vond het zo leuk om mijn Instagrambubbel dankzij dit boek te doorbreken!

Hier zijn nog een paar quotes die bij mij zijn blijven hangen:

Over de vrijheid om zo veel of zo weinig make-up te dragen als je zelf wil:
Vrouwen afrekenen of beoordelen op hun kleding of make-upkeuzes is een manier om ze onder de duim te houden. Door feministen af te schilderen als lelijke wijven in tuinbroeken verleg je de aandacht: je hoeft je niet meer te focussen op wat ze te zeggen hebben, want ze zijn onaantrekkelijk, dus het maakt toch niet uit. Aan de andere kant worden vrouwen die veel aandacht besteden aan hun uiterlijk weggezet als oppervlakkige tutjes die niks te melden hebben.

Over de proportioneel kleine aandacht voor vrouwelijk genot (die we nu gelukkig aan het inhalen zijn!):
Pas sinds 1998 weten we hoe de gehele clitoris eruitziet. […] De mens was al op de maan geland, vloog in Concordes over de oceaan twee keer sneller dan het geluid en verkende met de Hubble-telescoop de ruimte vóór iemand de moeite nam te bekijken hoe het vrouwelijk geslachtsorgaan precies in elkaar stak.

Over het semi-darwinistische cliché dat in onze populaire cultuur als een harde wetenschappelijke waarheid wordt gepresenteerd: dat mannen rondpoepende jagers zijn en vrouwen passief op hun droomprins wachten:
Het zou logisch zijn dat [mannen] mogen rondsletten en vrouwen niet. Mannen zijn jagers, het is een oerbehoefte. […] Vaak wordt daar dan de evolutietheorie bij betrokken (mensen die over seksuele oerbehoeftes beginnen blijken vrijwel altijd opeens héél veel verstand van Darwin te hebben). […] Mannen zijn instinctief aangetrokken tot schoonheid en jeugdigheid, terwijl vrouwen op zoek zijn naar een stabiele relatie en status. Daarnaast hebben mannen de behoefte om (anoniem) hun genen zoveel mogelijk te verspreiden, terwijl vrouwen met één partner een kind willen opvoeden. […] Er zijn zoveel driften die ook uit de oertijd komen die we wel weten te beheersen en daar zijn we trots op. […] Het idee van mannen als actieve, en vrouwen als passieve wezens is een simplificatie en kwam grotendeel voort uit de vooroordelen van mannelijke wetenschappers, in plaats van uit daadwerkelijk bewijs. Sinds de jaren negentig is er namelijk steeds meer onderzoek dat aantoont dat het helemaal niet zo werkt.

Over de echte betekenis van consent:
Wij mogen kiezen wat we dragen: of dat nou van top tot teen bedekt is of slechts een diamanten string. Dit geldt trouwens net zo goed voor mannen. Iemands lichaam is niet beschikbaar tenzij er duidelijk ‘ja’ wordt gezegd. Instemming is niet de afwezigheid van een ‘nee’, het is de aanwezigheid van een actieve ‘ja’.

Bam, knal, pats! Dorien van Linge, vrouw van mijn hart. Goed gedaan!

Wat ik als kind had moeten horen

Wat ik als kind had moeten horen

Je hebt gelijk dat je je rot voelt. Want dit is fucked up. Dit is fout. Jij bent normaal. Ieder kind zou zich hierbij slecht voelen. Ieder kind zou het lastig hebben.

Wat je hierover voelt, is juist. Jouw instinct is juist. De volwassenen praten het goed, minimaliseren het, ontkennen het. Maar wat jij voelt en weet is juist.

Jouw gevoelens mogen er zijn. Jouw signalen mogen gehoord worden, moeten gehoord worden. Jij bent belangrijk.

Ik zie jou. Ik bescherm jou. Ik hou van jou, wat je ook voelt, wat je ook doet. Samen komen we hier uit.

19 dingen die ik kan doen als ik moe ben en niet naar een scherm wil kijken

19 dingen die ik kan doen als ik moe ben en niet naar een scherm wil kijken

Slapen is niet altijd zo gemakkelijk voor mij. Als ik overdag te veel over mijn grenzen ga, kan ik niet meer tot rust komen. Dan blijven mijn spieren gespannen en heb ik last van rusteloze benen. Soms val ik wel in slaap, maar blijft de slaap oppervlakkig en onrustig. Het kan gebeuren dat ik me ’s nachts angstig voel en de nachtmerries elkaar opvolgen. De nacht is ook het moment bij uitstek waarop piekergedachten bovenkomen en alle kleine problemen onoverkomelijk lijken.

Maar als de uitdagingen en de rustmomenten overdag goed met elkaar in evenwicht zijn, en als alles meezit, dan doet de nacht net zo’n deugd. Het is heerlijk als mijn dag kan beginnen met minder pijn en spanning dan op het einde van de vorige dag.

Omdat mijn slaap zo’n belangrijke basis is, probeer ik ze goed te bewaken. Ik heb al een vast avondritueel, dat heel goed werkt, maar ik probeer de laatste tijd nog actiever te experimenteren met het vermijden van schermen. Want het blauw licht dat van je laptop of smartphone afstraalt kan stevig klooien met de productie van de hormonen die ervoor nodig zijn om tot rust te komen en in slaap te vallen, en die hormonen kan ik goed gebruiken.

Daarom maakte ik een lijstje van de activiteiten die ik ’s avonds nog kan doen zonder schermen. Ik moest even goed denken, want ’s avonds kan ik behoorlijk moe zijn. Soms ben ik amper nog in staat om recht te zitten, dus ik vroeg me af wat ik dan nog zou kunnen doen in de plaats. Ik heb toch dingen kunnen vinden, van Z (een beetje moe) tot ZZZ (heel moe).

Z… (een beetje moe)

  1. een boek lezen
  2. een tijdschrift uit de krantenwinkel halen om te lezen
  3. restorative yoga doen
  4. vrienden opbellen
  5. mijn nagels verzorgen
  6. een gezichtsmasker opdoen
  7. breien
  8. rustig bewegen op muziek

ZZ… (moe)

  1. in bad gaan
  2. schilderen
  3. schrijven in mijn zelfzorgboekje
  4. een kort verhaaltje schrijven
  5. een gedicht verzinnen
  6. een mindmap maken
  7. random leuke lijstjes maken

ZZZ… (heel moe)

  1. naar muziek luisteren
  2. luisteren naar een podcast
  3. een ASMR-video beluisteren
  4. fantaseren over aangename of grappige dingen

Soms heb ik helemaal geen zin in de dingen hierboven. Dan ben ik gefrustreerd, omdat ik interessante dingen wil doen, ontdekken, creëren, bewegen, mensen zien en mijn stempel op de wereld drukken, maar het voelt alsof ik me moet beperken tot saaie, rustige dingen. Ik probeer mezelf voor te houden dat de rustige activiteiten uit het lijstje hierboven geen straf zijn. Ik mag ze doen, maar het moet niet.

En ik probeer vooral te onthouden dat leuke, creatieve en speelse activiteiten niet helemaal onmogelijk zijn als ik doodmoe ben. Ik moet niet bang zijn: ik kan gerust alles nog proberen, maar dan op een veel lager tempo. Uitputting hoeft geen gevangenis te zijn, vertragen hoeft geen straf te zijn.

Ik ben goed genoeg precies zoals ik ben

Ik ben goed genoeg precies zoals ik ben

Ook al ben ik veel gevoeliger dan de rest. Ook al ben ik sneller uitgeput. Ook al heb ik een reuzegrote behoefte aan diepgang en betekenisvolle connectie. Ook al worstel ik regelmatig met depressieve klachten. Ook al ben ik soms kwaad omdat het voor anderen zo veel makkelijker lijkt te gaan dankzij factoren die ze niet zelf gekozen hebben. Ook al praat ik zo gemakkelijk over taboe-onderwerpen dat anderen mij soms veroordelen. Ook al kies ik bewust voor een levensstijl die andere mensen en dieren zo weinig mogelijk schaadt. Ook al voel ik me niet thuis in mijn familie.

Ik ben goed genoeg precies zoals ik ben.

En dat ben jij ook.

Een warm terrasje, taboes en grenzen

Een warm terrasje, taboes en grenzen

Vanmiddag ging ik lunchen met H en L, twee collega’s die ondertussen ook mijn vrienden zijn. Het was zonnig, warm en windstil. We zaten buiten op het terras van Life Bar in Leuven en ik voelde mijn zweterige onderbenen aan de stoel kleven. Het voelde een beetje oncomfortabel, maar ook een beetje gezellig, dankzij de schaduw van de parasols en de zomers geklede voorbijgangers.

Tijdens het eten hadden we al een interessant en respectvol gesprek gehad over racisme, Black Lives Matter en het benoemen van die problemen. We luisterden goed naar elkaar. Ik voelde me veilig en geborgen genoeg om een onderwerp aan te halen dat me de voorbije dagen had beziggehouden, maar wel kwetsbaar voelde. Zoiets kunnen delen is voor mij een belangrijk fundament van mijn vriendschappen.

Het ging om een filmpje dat ik deze week zag, waarin aan 100 willekeurige mensen gevraagd werd of ze ooit zelfdoding overwogen hebben. Dat filmpje kwam binnen bij mij, het ontroerde en bleef hangen. Ik vond het goed gemaakt: heel sereen en respectvol, maar toch direct.

Wat mij verbaasde, was dat de grote meerderheid van de 100 mensen in het filmpje in alle openheid antwoordde dat ze inderdaad ooit zelfdoding hadden overwogen. Zelf heb ik in verschillende levensfases ook serieus overwogen zelfmoord te plegen. Voor de eerste keer als tienjarig kind in een disfunctionele en verstikkende opvoedingssituatie. Later als jongvolwassene met een verlammende depressie. Nog later in een voor mij uitzichtloze situatie van zware uitputting en ziekte.

Dat uitspreken is voor mij niet zielig. Het is gewoon een deel van mijn verleden, dat ik niet groot of filmisch wil maken, maar ook niet wil wegstoppen. Het heeft me gevormd en vooral veel begrip en empathie bijgebracht. Toch besefte ik door dit filmpje dat ik nooit open en eerlijk heb gepraat over de suïcidale periodes die ik heb doorgemaakt. En ik besefte dat ik dat wel wil. Dat ik dat graag aan de mensen in mijn cirkel wil kunnen vertellen, als dat aan bod komt.

Dus ik vertelde H en L over het filmpje. Ik vertelde dat ik erdoor geraakt was. Dat de meerderheid van de mensen in het filmpje ooit zelfdoding had overwogen. En ik vroeg hen of zij dat zelf ooit hadden overwogen.

Hun reactie was helemaal niet wat ik had verwacht. De sfeer werd ongemakkelijk. Dat vind ik normaal geen probleem: ik weet dat ik heel openhartig over taboes kan praten. Ik weet ook dat sommige anderen dat niet kunnen. Als anderen aangeven dat ze zich niet comfortabel genoeg voelen bij mijn vraag en dat ze niet willen antwoorden, dan is dat natuurlijk geen probleem! Jij trekt je grens, ik respecteer die, we spreken over iets anders.

Maar H gaf een uitleg die neerkwam op: die vraag is te zwaar, je moet opletten met het stellen van vragen over taboe-onderwerpen. Want als ik voel dat ik niet wil antwoorden, vind ik het moeilijk om zomaar ‘dat wil ik niet zeggen’ te antwoorden, en voel ik me verplicht om me tegenover jou te verantwoorden waarom ik niet op de vraag wil antwoorden. Dus mag jij geen vragen stellen die ik ongemakkelijk zou kunnen vinden. En dat argument vind ik helemaal niet fair. Dat knaagt bij mij.

Natuurlijk is het belangrijk om niet contextblind te zijn en een beetje tact aan de dag te leggen, maar ik vind niet dat het mijn taak is om gedachten te lezen en de gevoeligheden van de ander te voorspellen. Ik vind dat het oké zou moeten zijn om in een veilige omgeving vragen over taboe-onderwerpen te stellen, net zoals ik vind dat het altijd mogelijk moet zijn om te zeggen ‘nee, hierop wil ik niet antwoorden’. Zonder daar een reden voor te moeten geven.

Grenzen zijn belangrijk in de twee richtingen. Voor jezelf is het o zo belangrijk om onder de knie te krijgen hoe je je grenzen stelt. Het is belangrijk te kunnen aangeven: tot hier, en niet verder. En voor een ‘stop’, een ‘nee’, of een ‘ik wil niet’, daarvoor moet je geen reden of verantwoording geven. Stop is stop.

Maar ik vind het even belangrijk om erop te kunnen vertrouwen dat de ander óók hun grenzen aangeeft. Ik vind het belangrijk om te weten dat ik mezelf kan zijn, dat ik vrijuit kan praten en vragen, en dat ik erop aangesproken zal worden als ik een onderwerp aansnijd dat als kwetsend of triggerend ervaren wordt door de ander. Dan zal ik luisteren en mijn uiterste best doen die grens te respecteren. Als ik per ongeluk toch de grens overschrijd, spreek mij dan maar aan, het was zeker niet mijn bedoeling.

In de context van een respectvol gesprek vind ik helemaal het fout dat als iemand zich gekwetst of getriggerd voelt, de verantwoordelijkheid bij de ander gelegd wordt. Dat geeft situaties waarin iedereen constant op hun hoede moet zijn en mogelijk gevoelige onderwerpen censureert, want jij bent verantwoordelijk voor de eventuele ongemakkelijke emoties van de ander. Zo ontstaan taboes: niets meer kunnen vermelden dat mogelijk ongemakkelijk zou kunnen zijn. Op den duur blijven er dan nog maar weinig onderwerpen over buiten het weer.

Dankzij het neerschrijven van mijn gedachten hierover, besef ik waar ik van droom: een wereld waarin niets inherent onbespreekbaar is. Een wereld waarin de volledige openheid bestaat om pijnlijke, confronterende of ongemakkelijke onderwerpen te benoemen en te bespreken. Maar ook een wereld waarin je niets móet benoemen: wie wil meepraten, kan dat. Wie er niet of nog niet over wil praten, geeft dat aan, en dat wordt zonder morren gerespecteerd.

Note to self 11

Note to self 11

Je mag leuke dingen doen. En je mag leuke dingen doen die geld kosten. Het is even wennen, maar nu je weer aan het werk bent, kan je het je veroorloven om te betalen voor heel veel leuke dingen.

Doe maar! Ga lekker iets drinken, neem gerust twee of drie drankjes. Neem het duurste drankje van de kaart en geniet ervan. Ga iets eten en bestel het duurste gerecht. Met twee of drie extra drankjes. Bestel zelfs maar een paar hapjes op voorhand.

Doe maar! Boek eens een pedicure, om te weten hoe dat is. Trakteer jezelf zomaar eens op een massage, want je zal het einde van de maand echt wel halen. Ga maar naar de kapper, ook al is het nog geen half jaar geleden. Want je mag je even heel gelukkig voelen.

Doe maar! Koop maar eens twee beha’s, ook al heb je er maar één nodig. Geniet ervan hoe mooi ze zijn en hoe goed ze voelen, want je bent financieel veilig. En je moet niet kiezen tussen die drie bijpassende onderbroekjes. Als je er gelukkig van wordt, mag je ze alle drie met volle overtuiging kopen.

Ik weet dat je bang bent. Ik weet dat je medische en psychische zorgen nodig hebt. Echt nodig. Ik weet dat je daardoor altijd financieel op je hoede wil blijven, om zeker niet in een gat te moeten vallen. Maar nu je betaald werkt, heb je gewoon elke maand een stukje méér. Dus doe maar!

Geluk is niet te koop, zeggen ze. Maar eigenlijk is dat het toch wel een beetje. Gekochte geluksmomenten zijn niet minder gelukkig dan gratis geluksmomenten.

Je verdient alle geluk die je maar kan krijgen. Want je bent het zo gewoon te ploeteren, keihard te werken en te zwoegen om overeind te blijven, dat je het soms vergeet dat ook jij het waard bent om gelukkig te zijn. Je hebt evenveel recht om je gelukkig te voelen als alle anderen. Ook al heb jij daar een harder zetje voor nodig. Ook al moet je daar soms wat voor uitgeven.

Ik ben goed genoeg

Ik ben goed genoeg

Mei 2020 was mentaal de moeilijkste maand in een hele lange tijd voor mij. Op mijn mood tracker app zie ik maar drie goeie dagen deze maand, en ik herinner me dan nog dat ik twijfelde of ze wel echt goed waren, toen ik ze invoerde.

Ik zat gewoon heel, heel diep in mijn eigen gedachten en emoties, en die kunnen overweldigend zijn. Er waren ook nieuwe lichamelijke klachten, zoals kortademigheid, die veel piekergedachten in gang zetten. En er was een week van quarantaine na een mogelijk coronabesmetting. Ook niet zo licht. Gelukkig was de test negatief.

Maar gisteren zag ik mijn vriend en collega L. Zoals wel vaker gebeurde deze maand, twijfelde ik of ik wel zou gaan. Als ik me zo slecht voel, weet ik niet of ik een afspraak met vrienden wel aankan. Maar uiteindelijk doet het me meestal deugd, zelfs als het een wandeling op afstand is.

Over L heb ik al veel dubbele gevoelens gehad, maar ik ben blij dat ik het contact nog niet opgegeven heb. We hebben al een paar ongemakkelijke gesprekken gehad, waarbij ik duidelijk mijn grenzen stelde en hem probeerde te doen begrijpen waarom sommige dingen die hij om te lachen zegt, wel echt kwetsen. Dat was nieuw voor mij en ik vond dat moeilijk, maar hij heeft mijn vertrouwen niet beschaamd en probeert duidelijk rekening te houden met die grenzen.

L en ik gingen gisteren een kort rondje wandelen bij de Abdij van Park en zonder dat hij het zelf goed besefte, haalde hij me helemaal uit de diepte. De uren voor onze afspraak had ik me zo down en verloren gevoeld. Moedeloos, omdat ik niet meer wist wanneer ik me wél nog eens goed zou voelen, en ook moe van al de energie die ik in zelfzorg stak, die niets leek op te leveren. Maar de uren na ons gesprek voelde ik me weer licht en verwonderd dat het zo gemakkelijk kon zijn om te leven.

Wat hij vooral deed, was goed luisteren. Oprecht geïnteresseerde vragen stellen en gewoon luisteren, tot ik uitgepraat was. Zonder daar meteen eigen ervaringen of adviezen tegenaan te gooien. Dat is zo krachtig. Ik voelde me gehoord en gezien. Ik voelde me serieus genomen. Ik besef nu dat ik me niet zo vaak gehoord of gezien heb gevoeld de laatste tijd en dat ik dat wel nodig had.

Hij gaf me ook zijn perspectief op mijn twijfels en ook dat deed deugd. Ik vertelde hem dat ik me misbaar voelde. Ik werk drie halve dagen per week en dat geeft me vooral in deze gedeconnecteerde tijd het gevoel dat mijn werk er niet echt toe doet. Maar L vertelde me dat hij al mijn output leest. Dat mijn werk een stuk output is dat zonder mij gewoon niet gedaan zou worden. De aard van mijn werk is zo dat ik er niet onmiddellijk resultaat van zie, maar het is er wel.

En L vertelde me vooral dat mijn ervaring waarschijnlijk behoorlijk universeel is in deze tijden van afzondering, thuiswerk en tijdelijke werkloosheid. Want die massa’s mensen die een job deden waarvan ze dachten dat hij zinvol was, en die nu plots al twee maanden tijdelijk werkloos zijn: die moeten zich ook opeens heel misbaar voelen. Want zonder dat zij werken, blijft de wereld blijkbaar toch gewoon draaien.

Op de een of andere manier geeft dat me moed: dat mijn ervaring veel menselijker is dan ik dacht, en dat ik niet alleen ben. Want ik heb me regelmatig eenzaam gevoeld de voorbije maanden. Niet omdat ik fysiek alleen was, maar omdat ik me alleen met mijn struggle voelde. Voor een groot stuk onbegrepen, en ongeholpen, want het was moeilijk om de juiste medische en psychische zorg te krijgen. Het geeft me moed om me daar niet meer alleen in te voelen. Om te beseffen dat ik door iets heel menselijks ga. En dat heel veel mensen vóór mij zich daar ook al door hebben kunnen slaan.

L gaf me ook een boost op een ander vlak. Want ik voel me regelmatig gefrustreerd dat ik niet genoeg werk zou verzetten. Ik heb de gedachte dat mijn output niet groot genoeg zou zijn, terwijl ik echt wel hard en toegewijd werk. Een hele strenge gedachte eigenlijk. Maar L vond mijn output best wel groot, en regelmatig, en kwalitatief. Dat deed heel veel deugd om te horen.

Eigenlijk zijn veel mensen heel streng voor zichzelf. En veel mensen zijn ook een beetje angstig om een oprechte positieve gedachte over iemand anders uit te spreken, merk ik. Complimenten geven kan eng en kwetsbaar zijn. Soms zijn we zelfs bang om over te komen als gladjes. Maar door die feedback van L te krijgen, besef ik weer dat ik meer positiviteit wil blijven verspreiden. We kunnen het allemaal gebruiken.

*

Recap voor mezelf, om te herlezen:

  • Mijn gevoel van eenzaamheid en misbaarheid is misschien universeler dan ik denk. Ik ben niet alleen. Dit zijn gewoon hele moeilijke tijden, zelfs als je het op verschillende andere vlakken goed hebt.
  • Afspreken met mensen doet deugd als je je depressief voelt. Ga er gewoon maar op je gemak naartoe.
  • Mijn professionele output wordt geapprecieerd. Anderen lezen mijn werk. Ze vinden mijn werk aangenaam om te lezen, nauwgezet, en zeker goed genoeg.
  • Ik ben goed genoeg. Ik ben gewoon maar een mens. Ik mag er zijn en mijn struggles mogen er zijn. Het hele pakket mag er gewoon zijn. Ik ben fucking goed genoeg.
10 positieve affirmaties voor momenten van verlatingsangst

10 positieve affirmaties voor momenten van verlatingsangst

  1. Ik ben waardevol, hoe ik me ook voel.
  2. Ik waardeer mezelf, wat anderen ook van me vinden.
  3. Wat er ook gebeurt, ik ben sterk genoeg om ermee om te gaan.
  4. In nieuwe situaties ben ik rustig, zelfzeker en standvastig.
  5. In intimiderende situatie blijven mijn gedachten positief en oplossingsgericht.
  6. Ik geef mezelf wat ik nodig heb.
  7. Ik heb de wereld heel wat te bieden.
  8. Mijn positiviteit en openheid zijn aantrekkelijk.
  9. Ik ben geliefd.
  10. Ik ben goed genoeg.
Hoe ik mildheid gebruik om te stoppen met piekeren

Hoe ik mildheid gebruik om te stoppen met piekeren

Ik ben goed in piekeren. Bestaan daar ook medailles voor? Vooral op de minder goede dagen, wanneer mijn zenuwstelsel sowieso al heel moeilijk in rust- en herstelmodus terugglijdt, ben ik snel angstig en komen er gemakkelijk negatieve gedachten binnen. Dat gebeurt vanzelf. Ik heb er totaal geen controle over. Het is niet dat ik kan zeggen: nu ga ik er eens voor kiezen om enkel leuke gedachten te laten binnenkomen. Het enige waar ik controle over heb, is hoe ik met die piekergedachten omga.

Daarvoor heb ik onder andere in de cognitieve gedragstherapie en in cursussen stressbeheersing al veel tips gekregen. Leid jezelf af met een leuk liedje, met een wandeling of met een andere leuke activiteit. Daag je niet-helpende piekergedachten uit. Verschuif je aandacht naar wat je waarneemt met al je zintuigen. Bel een vriend(in) op. Probeer te denken aan iets dat je gelukkig maakt. Zeg heel luid STOP tegen je piekergedachten. Las een piekerkwartier in en hou het piekeren enkel en alleen voor dat moment.

De meeste van die technieken vind ik niet onhelpend. Zeker wanneer ik de tips net gekregen heb, begin ik er met goede moed aan. Oké, ik ben aan het piekeren: STOOOOP! Oké, ik ben aan het piekeren: wat is een leuk en catchy liedje dat me vrolijk maakt? Oké, ik ben aan het piekeren, misschien kan ik nu beter vijf dingen bedenken die me een dankbaar gevoel geven.

Maar na een tijdje maken die technieken me zo moe. De meeste van die technieken vragen een constante mentale oplettendheid, helderheid en doortastendheid. Het vraagt gewoon heel veel van me om telkens bij het opmerken van piekergedachten mijn geest een andere richting uit te sturen. Want die technieken zijn bijna altijd gebaseerd op het negeren of vervangen van je piekergedachten. Dat is een kenmerk van de old school cognitieve gedragstherapie dat ik persoonlijk als belastend ervaar. Ik wil niet mijn hele leven bezig zijn mezelf af te leiden, wat een werk!

Gelukkig ben ik een echte therapieveteraan en leerde ik al veel meer copingmethodes kennen. En daaruit heb ik geleerd: mildheid is voor mij het beste antwoord. Op alles. We zijn zo vaak zo hard voor elkaar en onszelf, dat mildheid niet per se vanzelf komt: ik kon het vroeger gewoon echt niet, want ik had nooit echte mildheid ervaren. Maar eens ik het vast had, was het voor mij een openbaring. Ik kon mezelf een veilig, geborgen en begrepen gevoel geven: say whaaaaat?!

Het fijne aan reageren met mildheid vind ik dat ik mijn piekergedachten niet meer hoef te forceren of vervangen. Ze mogen er gewoon zijn. Ze krijgen erkenning. Dat doet zo veel deugd: nee, ik hoef niets te verbeteren aan mezelf. Ik moet niet meer werken. ALLES wat er is, mag er zijn. Zo zoals het is, zo mag het zijn, want ik ben goed genoeg. Oh my god wat is dat fantastisch. Dat krijg je toch niet veel te horen in je leven.

Weet je hoe ik dat concreet doe werken, die mildheid? Ik spreek tegen mezelf alsof de meest lieve en zachte moeder, juf of tante tegen mij zou spreken. (Of gewoon een figuur die je een veilig en geborgen gevoel geeft. De figuur waar je als klein kind naartoe zou rennen als je je pijn gedaan hebt.) Dan geef ik mezelf in de eerste plaats erkenning: ‘ik merk dat je je heel triestig voelt’ / ‘je hebt het wel héél moeilijk hé nu’ / ‘eigenlijk is dit wel heel zwaar voor jou, niet?’ / ‘amai dat houdt jou bezig, het moet wel heel belangrijk zijn voor je!’ / ‘wauw dat moet zwaar wegen, die angst’.

En dan merk ik hoe ik mij heb proberen goed houden. Hoe het strenge deel van mezelf ongemerkt de overhand had en heel hard riep dat ik sterk moest zijn. En het is zo crazy, maar als ik die piekergedachten en die angst en die zware klachten erken, dan ben ik gewoon al zo opgelucht. Soms barst ik bijna in tranen uit. Ken je dat, wanneer je je als kind groot hield in een moeilijke situatie, maar dan kwam je lieve juf je troosten en brak de dam en begonnen de tranen te lopen want nu was je veilig en gesteund? Zo voelt dat voor mij.

Eigenlijk is dan het grootste deel van het werk gedaan. Daarna probeer ik ervoor te zorgen dat ik dat milde stuk van mezelf goed bijhoud. Als er dan nog piekergedachten binnenkomen, erken ik ze telkens vanop een afstandje, zo van: daar komt er nog eentje binnen, en daar voel ik me precies heel slecht over. Maar dat is allemaal gewoon oké. Ik ben een feilbaar mens en geen robot. Die piekergedachten zijn op dit moment gewoon een deel van mij en dat is hé-le-maal goed. Ik mag er ook zijn zo. En ik geef mezelf wat ik nodig heb: troost, veiligheid, aandacht.

Die radicale mildheid laat in veel gevallen het piekeren vertragen, uitdoven en stoppen. Want als ik me veilig en geaccepteerd voel, en mezelf geef wat ik nodig heb, hoeft mijn stresssysteem niet meer aan te staan. Het mag rusten en afschakelen. Voor een kwartiertje, voor een uur of voor de rest van de dag: dat heb ik niet onder controle. Maar als ik daar controle over had, zou ik geen mens zijn.

15 positieve affirmaties die me helpen als ik me angstig voel

15 positieve affirmaties die me helpen als ik me angstig voel

  1. Ik ben veilig.
  2. Ik voel me licht.
  3. Ik voel me open.
  4. Ik voel me vrij.
  5. Ik voel me rustig.
  6. Ik neem de tijd om mijn lichaam te voelen.
  7. Ik accepteer mijn emoties.
  8. Ik neem de tijd om me te concentreren op mijn ademhaling.
  9. Ik geef mezelf wat ik nodig heb.
  10. Ik laat los.
  11. Ik ben goed genoeg.
  12. Ook dit gaat weer voorbij.
  13. Alles komt goed.
  14. Ik ben sterk en moedig.
  15. Mijn gedachten zijn rustig. Mijn lichaam is rustig.
Er is heel veel wél goed genoeg

Er is heel veel wél goed genoeg

Momenteel ben ik een beetje gefrustreerd door hoe ik me voel op mijn werk. Ik heb het gevoel dat ik er weinig zelfstandigheid en vertrouwen krijg van de persoon waarmee ik werk. Ik voel me gemicromanaged, al het werk dat ik aflever wordt meticuleus uitgekamd en aangepast aan hoe K het zou willen. De ideeën die ik inbreng, mag ik niet zelfstandig uitwerken, maar worden eerst uitgebreid voorgekauwd. Dat is op dit moment erg frustrerend voor mij en het geeft me een benauwd, en zelfs passief of machteloos gevoel.

Door die situatie loop ik al een paar dagen down rond en voel ik ook lichamelijke klachten opkomen. En dat is jammer, want ik heb een lange weg afgelegd om te komen waar ik nu ben. Ik heb de traditionele manieren geprobeerd om te stoppen met piekeren, maar die zijn nooit zo effectief geweest voor mij (heel hard STOP zeggen in je hoofd, een piekerkwartier inlassen, denken aan iets leuks…). Wat ik wél heel helpen vind, is een slecht gevoel bestrijden met dankbaarheid.

Het gevoel dat het op mijn werk niet goed genoeg gaat? Niet leuk genoeg? Niet uitdagend genoeg? Wel, ik heb nog andere dingen in mijn leven die wél goed genoeg zijn. Want mijn leven bestaat niet alleen uit mijn werk. Om de frustratie in dat ene domein van mijn werk in perspectief te plaatsen, maakte ik een lijstje van alle andere dingen in mijn leven die wél goed genoeg zijn.

  1. Mijn partner is goed genoeg. Hij is zelfs meer dan goed genoeg: hij is de andere helft van de duochoco, de persoon waarbij ik zo hard mezelf kan zijn als ik maar kan, mijn beste maatje in de hele wereld. Hij is interessant en getalenteerd en empathisch en grappig.
  2. Mijn relatie is goed genoeg. Als er een probleem is, kunnen we het bespreken en aanpakken. Ik voel me gehoord.
  3. Mijn seksleven is goed genoeg. Meer nog: ik ben heel gelukkig met de huidige situatie. In mijn seksleven krijg ik wél vertrouwen, het volste vertrouwen. En ik weet dat dit vrij uniek is, daarvoor ben ik dankbaar.
  4. Mijn huis is goed genoeg. J en ik betalen ons huisje ondertussen al drie jaar af. Ik heb gewoon een eigen huis! Veilig en warm, gezellig en geborgen. Als dat geen dankbaarheid verdient.
  5. Mijn kamer is goed genoeg. Omdat ik zo snel overprikkeld ben en dan de nood voel om me in stilte te kunnen afzonderen, heb ik nu zelfs mijn eigen kamer in het huis. Daar voel ik me veilig en kan ik mijn eigen ding doen. Wauw, zo veel om dankbaar over te zijn.
  6. Mijn zus is goed genoeg. Onze relatie is heel fijn: we kunnen vanalles delen in vertrouwen.
  7. Mijn vrienden zijn goed genoeg. Ook op dat vlak ben ik gelukkig. Sinds ik door de omgang met mijn ziekte meer een meer getransformeerd ben in iemand die gewoon zichzelf is en iemand die weet wat ze wilt, heb ik meer behoefte aan diepere contacten. Betekenisvolle gesprekken. En die heb ik nu meer en meer, met vrienden die ik helemaal kan vertrouwen.
  8. Mijn metekindje is goed genoeg. Wat leuk dat ik dit jaar het vertrouwen kreeg om iemands meter te worden.
  9. Mijn financiële situatie is goed genoeg. Ik hoef niet bang te zijn dat ik op het einde van de maand niet meer kan eten. Ik kan alle rekeningen betalen. Af en toe heb ik zelfs ruimte voor iets leuks, zoals een drankje of een etentje.
  10. Mijn vrije tijd is goed genoeg. Ik kan af een toe een wandeling doen, vrienden zien, yoga doen, teksten schrijven, foto’s nemen, films kijken, boeken lezen en de planten verzorgen. Mooi dat ik die vrijheid heb.
  11. Mijn medische hulp is goed genoeg. Ik kan vertrouwen op dokters, specialisten en therapeuten die me goed begeleiden in mijn herstel van CVS en depressie. Fantastisch dat ik in een situatie ben waarin ik de kans en de tijd krijg om aan dat herstel te werken.
  12. En zelfs mijn gezondheid is goed genoeg. Ik weet dat veel mensen niet met me zouden willen ruilen. Ik heb regelmatig zware lichamelijke klachten, weinig recuperatievermogen en de depressieve momenten zijn geen pretje. Maar in vergelijking met drie jaar geleden is mijn gezondheid goed genoeg. Ik voel me goed genoeg om me niet meer eenzaam te voelen. Ik voel me goed genoeg om de kans te hebben voor 30% te gaan werken en nog af en toe vrienden te zien. Ik voel me goed genoeg om de meeste huishoudelijke taken gedaan te krijgen. Ik voel me goed genoeg om dit hier neer te schrijven. Ik voel me goed genoeg om me te concentreren op een boek of een film. Ik voel me goed genoeg om af en toe iets te kunnen doen dat me gelukkig maakt. Mijn gezondheid is goed genoeg.

Wauw, zo veel dingen in mijn leven die wél goed genoeg zijn! Met deze lijst probeer ik mijn werkfrustratie niet weg te duwen. Gevoelens wegduwen brengt je niets. Het is zelfs nuttig om te beseffen dat je je ergens niet lekker bij voelt. Maar tegelijk kon ik het nu in perspectief zetten en zien dat dit niet het enige is dat speelde in mijn leven. Frustraties kunnen héél groot worden, maar je leven is veel meer dan die ene frustratie. Dankbaarheid kan helpen om dat te zien.

Waarover ben jij dankbaar? Wat is in jouw leven goed genoeg?

Leuke dingen die gebeurd zijn sinds ik weer aan het werk ging

Leuke dingen die gebeurd zijn sinds ik weer aan het werk ging

Op 6 januari ging ik na een lange, harde periode van ziekte terug betaald aan het werk. Ik heb nu een aanstelling voor 30%, drie halve dagen: voor veel mensen een kleine prestatie, maar voor mij een grote mijlpaal. Die overgang vroeg om een aanpassing van mijn routines. Routines die mij rechthouden. Ik had me goed voorbereid, maar de weerslag van de overgang was groter dan ik had verwacht.

De voorbije maand was dus best wel mottig. Ik voelde me geradbraakt en wazig. Concentreren was moeilijk. Slapen lukte amper. Mijn stressniveau na een halve dag werken ging through the roof and beyond. Aan de buitenkant zag ik er misschien vrolijk als altijd uit, maar aan de binnenkant was het afzien.

En toch waren er leuke momenten! Toch deed ik dingen die me gelukkig maakten. Omdat ik nu tijdelijk zo uitgeput ben dat ik niet goed dingen kan onthouden, en de pareltjes me soms ontglippen, heb ik mijn agenda erbij gehaald om een lijstje te maken van alle goeie dingen die toch gebeurd zijn sinds 6 januari.

  1. Ik zag mijn supercoole metekindje S twee keer.
  2. Ik had een intiem gesprek met M, de mama van dat metekindje en ondertussen een goeie vriendin. De diepte induiken en zo connectie maken, dat vind ik fantastisch.
  3. Ik deed een escape room met een groepje studievrienden (de Jumanji-kamer bij ExitRoom Leuven, za-lig). En we raakten er nét op tijd uit, victorie!
  4. Ik had voor het eerst in mijn leven seks met iemand anders dan J. You heard it! Ik was te moe om erover te bloggen, maar HET IS GEBEURD. Het was niet perfect, maar heel leuk. Dit wil ik meer doen!
  5. Ik ging naar de leesclub van mijn vriend J. We lazen het kortverhaal Story of Your Life van Ted Chiang, waarop de film Arrival is gebaseerd. Aanrader! En we hadden interessante discussies over de impact van de taal die je spreekt op hoe je de werkelijkheid beleeft.
  6. Ik ging samen met H, één van mijn nieuwste vriendinnen, naar de Jenna in Leuven om oorbellen te laten steken. Voor haar de eerste oorbellen, voor mij tweede gaatjes. We hadden de behoefte om iets spannends en puberachtigs te doen. Ondertussen zijn die gaatjes hier aan het etteren like hell maar toch: worth it.
  7. Ik ging iets drinken met L bij Life Bar (waar ze de beste kurkuma latte’s hebben).
  8. Ik ging heel spontaan even een theetje drinken bij H thuis.
  9. Mijn vriendin Z kwam eten en we hebben heerlijk gechild, gek gedaan, gelachen en vooral goed gepraat. Ik was echt doodmoe die dag, en de volgende dag niet veel waard, maar het heeft me toch deugd gedaan. Gewoon informeel mogen binnenspringen bij elkaar en jezelf zijn en flauwe ongrappige grappen vertellen en de schijn van ‘alles is altijd oké’ niet moeten ophouden: daar leef ik voor.

(En er was ook een andere mijlpaal, die misschien niet direct uitzinnig leuk was, maar wel belangrijk: J en ik bezochten voor de eerste keer een seksuoloog. Onze verschillende seksuele behoeften zijn geen breekpunt, maar we waren nieuwsgierig of een professional daar een ander licht op kon schijnen. Het werd uiteindelijk niets, want de aanpak lag ons niet zo, maar het is toch leuk om die ervaring te hebben.)

Ik ben best wel trots dat ik geleerd heb om leuke dingen voor mezelf in te plannen, net als het heel moeilijk gaat. Net die leuke dingen houden de depressie op een afstand en zorgen ervoor dat je leven de moeite waard blijft. Ze zorgen ervoor dat er méér is dan alleen maar werk en herstel van een ziekte. Leuke dingen zorgen ervoor dat je de tijd en je pijn even vergeet. Ze zorgen ervoor dat je voelt dat je leeft.

Casual seks: mijn angst overstijgen en genieten van het proces

Casual seks: mijn angst overstijgen en genieten van het proces

Sinds een aantal maanden heb ik in mijn vaste relatie met J wat meer seksuele vrijheid om ook met anderen te experimenteren. Dat vind ik een fijn gevoel, en bovendien ben ik heel gelukkig met het vertrouwen dat ik daarin krijg. Maar in de praktijk is er nog niet veel gebeurd. Niet dat ik geen zin heb. De zin druipt er letterlijk en figuurlijk van af. (Haha. Sorry.) Ik word natuurlijk nog steeds beperkt door mijn chronische ziekte en door de depressieve klachten die daarbij komen op lastige dagen. Maar ik merk dat er nog iets is dat me beperkt: angst.

Ik had het er onlangs met mijn vriendin H over. We zaten samen gezellig te ontbijten bij Life Bar, de sfeer was heel fijn en vertrouwelijk. H vroeg me waar ik dan precies bang voor was. En dat vind ik een goeie vraag. Eerlijk gezegd: de angst is groot, maar irrationeel. Want ik heb in mijn leven al zo veel watertjes doorgezwommen. Wat kan er bij de zoektocht naar losse seksuele partners nu zo erg zijn dat ik het ook niet zou kunnen overleven?

Ten eerste is het hele gegeven van casual seks voor mij natuurlijk heel erg nieuw. En deze periode van mijn leven zit al propvol nieuwe ervaringen die ik moet verwerken, zoals de start van mijn eerste betaalde aanstelling na vele jaren ziekte en een hele lijst nieuwe gewoontes na een leven vol zelfdestructieve veeleisendheid en ongezonde patronen. Misschien mag ik op dat vlak ook wel mild zijn voor mezelf: de meeste nieuwe dingen zijn een beetje eng. Ik heb nog maar één seksuele partner gehad, iemand die ik door en door ken én vertrouw. Seks met een vreemde of zelfs een friend with benefits is niet vertrouwd en op veel vlakken compleet onvoorspelbaar. Dat maakt me angstig, maar dat is tegelijk ook het opwindende eraan. Dat is waarom ik het wou. Het is nieuw en spannend.

Ten tweede ben ik volgens mij te hard aan het focussen op de mogelijke negatieve uitkomsten. Ik denk aan de mogelijke afwijzing, de mogelijke zenuwachtige en klunzige seks, de mogelijkheid dat het niet eens lukt, en de mogelijkheid dat een sekspartner achteraf belachelijke details deelt. Maar nu ik dat hier zo neerschrijf: daar kan ik toch allemaal mee dealen? Ik vind het fijn om zulke gedachten eens te expliciteren en stap voor stap te weerleggen om mezelf gerust te stellen:

  • Afgewezen worden (1): ik denk dat ik de kans op afwijzing veel groter maak dan hij is. Ik ben 28, jong, fris, slank, blond, vrolijk en enthousiast. Eerlijk gezegd: denk ik nu echt dat een leger van mannen en vrouwen mij zou afwijzen? Veel mensen willen graag meer seks, veel mensen zijn zelfs seksueel gefrustreerd, en veel mensen zouden blij zijn met iemand die zich zomaar enthousiast aanbiedt voor een potje plezier! Als ik het van die kant bekijk, voel ik me veel moediger.
  • Afgewezen worden (2): en als de persoon aan wie ik het vraag mij dan toch afwijst, zal dat toch in alle waarschijnlijkheid niet zijn met een gevoel van ‘jakkes, wat vraagt dat afstotelijk wijf hier nu’. Als iemand al een relatie heeft, net iemand anders op het oog heeft, liever seks heeft met mensen van het andere geslacht, aseksueel is, of om welke andere reden dan ook niet op zoek is naar seks met mij; dan zal die toch niet walgen van mijn vriendelijke en respectvolle vraag om seks? De kans is groter dat die persoon zich gevleid voelt, en dat zijn of haar dag gemaakt is, want zij of hij ligt blijkbaar goed in de markt!
  • Knullige of nerveuze seks: oké, zou niet iedereen een beetje nerveus zijn bij de eerste keer seks met iemand anders? Waarschijnlijk zullen we met twee nerveus zijn. Waarschijnlijk is de ander even hard bezorgd om haar of zijn zenuwen dan ik. En als die ander dan echt zo ervaren en zelfverzekerd is, dan helpt die er mij wel door, met al die zelfzekerheid. En een extreem ervaren persoon zal ook wel al ervaring hebben met zenuwachtige partners geruststellen, niet?
  • Commentaar achteraf over mijn seksstijl: het zou wel eens kunnen dat een nieuwe sekspartner zijn of haar bedenkingen heeft bij mijn seksstijl. Wat doet ze dit snel, hard, zacht, anders dan ik gewoon ben… Maar de kans is heel groot dat ik dat ook denk van de ander waarmee ik seks heb. Die gedachten horen erbij. Ik weet niet of die persoon dat achteraf dan per se ook allemaal de wijde wereld in ventileert, want uiteindelijk zijn veel mensen extreem ongemakkelijk met gesprekken over seks en gaan maar héél weinig mensen in detail over wat ze allemaal uitgespookt hebben in bed (of de keuken, of de living, you get it). En zelfs als mijn sekspartner zijn vriendengroep uitgebreid zou inlichten over mijn seksstijl: zo raar zal die wel niet zijn zeker? Het is seks, hoeveel manieren zijn er om dat aan te pakken?
  • Commentaar achteraf over mijn lichaam: ik weet niet of ik dat juist inschat, maar sekspartners die ook eind de twintig zijn, zullen wel al een paar lichamen gezien hebben in hun leven. Ik hoop dat zij of hij al rollen, vlekken, haren en striemen heeft gezien. Zo vreemd zie ik er nu ook weer niet uit, ik ben gewoon een mens. En als ik even heel eerlijk mag zijn met mezelf: ik ben een jong en behoorlijk strak mens. Ik denk dat ik wel mag concluderen dat mensen die venijnige commentaren geven op het lichaam van hun sekspartners echte assholes zijn. Daar doen we het geen tweede keer mee.

Oké, die angst hebben we eventjes goed gedeconstrueerd en ontkracht. En ja, er kan vanalles mislopen, maar er kan ook zo veel goed gaan! Dat is misschien nog fijner om te bedenken:

  • Meteen een enthousiaste ‘ja!’ krijgen.
  • Hele spannende, interessante, spectaculaire, heerlijke seks. Genieten!
  • Positieve commentaar op mijn seksstijl: hoe leuk het was, hoe enthousiast ik was. Want ik moet daar eerlijk in zijn, ik ben een behoorlijk enthousiaste persoon in de meeste dingen die ik doe. Ik denk dat ik sneller van overenthousiasme dan van passiviteit zou beschuldigd worden.
  • Positieve commentaar op mijn lichaam: want waarom zou mijn sekspartner niet evengoed kunnen zeggen hoe mooi zij of hij bepaalde dingen vindt?
  • En alle dingen die me bang maken kan ik evengoed zien als spannende, nieuwe belevenissen. Verhalen in de maak. Iemand aanspreken, flirten, de spannende vraag stellen: hoe cool is het niet om dat te kunnen beleven? Ik zou er een boek over kunnen schrijven, een film van kunnen maken. Want dit is gewoon echt spannend en nieuw en avontuurlijk, en vooral heel menselijk. Ik zou kunnen genieten van het proces en de gevoelens die het me geeft.

Voilà, het doet mij altijd deugd om mijn emotie eens helemaal te deconstrueren. Wat voel ik precies? Hoe zou ik dat benoemen? Welke gedachtes zitten erachter? Wat zeggen die gedachtes over mij? En hoe zou ik mezelf beter kunnen voelen? Als ik de tijd en ruimte maak om dat proces te doorlopen en mijn bezorgdheden te erkennen, voel ik me sowieso al veel beter. Want ik mag gewoon voelen wat ik voel, ik hoef mijn angst niet te minimaliseren of weg te drukken. Als je iets voelt, is dat gewoon zo. En het is nog fijner om mijn eigen gedachten te kunnen counteren met een positiever deel van mezelf. Want dat zit er ook. Soms krijgt dat positieve stuk misschien even niet de ruimte en de aandacht die het nodig heeft om te stralen, maar het zit er wel, dat positieve deel. En ik wil het vieren. Yay!

Mijn nieuwe routine nu ik voor 30% betaald aan het werk ga (met CVS)

Mijn nieuwe routine nu ik voor 30% betaald aan het werk ga (met CVS)

Maandag 6 januari is een belangrijke dag voor mij. Dan ga ik voor de eerste keer in drie jaar, na een lange periode van ziekte, zoeken en herstel, terug betaald aan het werk. Ik ga 30% werken in een job die me helemaal ligt: storytelling doen voor een organisatie die werkt rond duurzaamheid. Mijn creativiteit, passie voor duurzaamheid en liefde voor taal krijgen er een uitweg. De rest van het team bestaat uit een gevarieerd groepje van de grootste schatten, die elk ander teamlid accepteren. Ik werkte eigenlijk al een jaar vrijwillig bij de organisatie, wat me toeliet om heel geleidelijk op te bouwen, af en toe weer uit te vallen, en te experimenteren met werkuren en -dagen. Maar nu is het tijd voor dat contract. Heerlijk. Nu voel ik me eindelijk echt deel van het team, en van de maatschappij.

Hoewel ik de werkplek en het takenpakket al goed ken, is een regime van 30% toch een aanpassing voor mij. Ik steun heel zwaar op mijn routine van zelfzorg en rust om de dagen goed door te komen en die routine verandert nu voor het eerst in jaren. Hoewel drie halve dagen werken voor anderen niet zo’n big deal is, is het dat wel voor mij. Dus ik wil graag eens anticiperen op wat er verandert, wat dat zou kunnen betekenen voor mijn CVS-klachten, en hoe ik dat kan opvangen en verzachten. Alles eens mooi op een rijtje zetten en op voorhand doordenken. Dat geeft ook meer rust in mijn hoofd.

Mijn nieuwe routine

Ik merk dat ik in vergelijking met andere mensen die ik ken best wel veel tijd nodig heb voor elke stap in mijn routine. Maar dan is dat maar zo, ik heb ten slotte CVS. Ik kom niet gemakkelijk tot rust en ik geraak niet gemakkelijk terug actief na rust, dus uiteindelijk is het echt nodig dat ik mezelf tijd geef ’s ochtends en ’s avonds.

’s Ochtends sta ik vaak misselijk, stijf of pijnlijk op, dus dan moet ik mezelf ook wat tijd geven om los te komen. Zomaar het bed uit springen, kleren aan, snel ontbijten en op de fiets springen: dat lukt me gewoon niet. Stretchen, diep ademhalen en de tijd nemen om mindful te eten zijn echt belangrijk voor mij. Zo kom ik er ook achter hoe ik me voel die dag: best wel oké, gespannen, heel vermoeid of een beetje depressief. Als ik dat bewust opmerk, kan ik mijn activiteiten van die dag beter afstemmen op mijn behoeftes, zodat ik mezelf niet uitput. Want jezelf voorbijlopen is bijna te gemakkelijk.

’s Avonds blijf ik net heel gemakkelijk in actieve, hyperalerte of overprikkelde modus. Dan klopt mijn hart heel snel, gaan mijn gedachten alle kanten uit, en maak ik van een mug een olifant. Voor de buitenwereld lijkt het soms alsof ik nog heel veel energie over heb van de dag, maar eigenlijk gaat mijn lichaam compleet in overdrive, wat ik later moet bekopen met een crash, want ik heb geen grote energiereserve. Zoals heel typisch is bij CVS, glijdt mijn lichaam niet altijd vanzelf in rust- en herstelmodus. Ondertussen weet ik heel goed dat ik dat ’s avonds zelf een zacht duwtje moet geven.

’s Ochtends

  • 7u30: wekker gaat af – rustig opstaan, naar de wc, mijn nachtbeugel (ja, ik knars) en oordopjes afwassen, mijn warme kruikje legen en terugleggen (in de winter)
  • 7u45: yoga – ademhalingsoefeningen, stretchen, op de dagen dat ik met goed voel misschien een beetje krachtigere poses, goed voelen hoe het gaat, en bewust een intentie kiezen voor de dag, bijvoorbeeld mild zijn, zacht zijn voor mezelf, mijn grenzen aangeven, moedig zijn, lichte gedachten denken, accepteren wat er is…
  • 8u00: ontbijten
  • 8u20: badkamer – nog eens naar de wc, wassen, mijn gezicht, handen en voeten hydrateren, kleren aandoen, mijn haar kammen en, als ik nog tijd heb, vlechten of iets leuks mee doen (ik geniet daar echt van, en dan voel ik me de hele dag mooi), mijn zak maken: tussendoortje, lunch en laptop
  • 8u45: op de fiets naar het werk
  • 9u00: start werkdag

’s Avonds

Ik heb negen en een half uur slaap nodig, dus mijn avondritueel moet ik ook een beetje aanpassen om genoeg slaap te krijgen zodat ik kan blijven functioneren. Dat zal vermoedelijk het moeilijkst worden. Er is een tijd geweest dat ik ’s avonds ten laatste om acht uur mijn bed in ging, omdat ik dan sowieso te uitgeput en misselijk was om zelfs nog recht te kunnen zitten. Dat uur is geleidelijk opgeschoven tot ik nu ongeveer om 22u of 22u30 mijn bed in ga. Ik vind het heerlijk dat ik weer van een avond kan genieten, soms zelfs een volledige film kan uitkijken, dus een half uur daarvan afgeven om mijn werkdag op een normaal uur te kunnen starten, vind ik best wel jammer. Maar een mens kan niet alles hebben, dus ik ga ervoor!

  • 21u00: stoppen met alle schermen zoals films, bloggen of Instagram, rustig een beetje opruimen, mijn ontbijt voor de volgende ochtend klaarmaken, eventueel lunch inpakken, kleren voor de volgende dag klaarleggen – gewoon rustig mijn avondritueel inglijden en mijn lichaam het signaal geven dat alles een versnelling lager mag nu, de hartslag mag lager en de ademhaling trager
  • 21u30: de badkamer in voor mijn avondritueel: flossen en tanden poetsen, gezicht wassen, gezicht en handen hydrateren, pyjama aandoen, warmwaterkruikje vullen en in bed leggen, naar de wc, nog een paar minuten gek doen met J
  • 22u00: bedtijd

Op het moment dat dit stukje online komt, heb ik mijn de eerste avond en ochtend van mijn nieuwe routine achter de rug. Een beetje spannend, een beetje leuk, een beetje een mijlpaal! Eens zien hoe het loopt. Als het goed gaat: fijn! Als het lastig is: ook goed. Ik heb nog maanden en maanden om in mijn routine te vallen, en mocht dat op termijn niet lukken, kan ik nog aanpassingen doen ook. Time will tell!

Mijn powerplaylist van het moment

Mijn powerplaylist van het moment

De laatste twee weken voor de kerstvakantie ging het best goed met mijn CVS-symptomen. Ik sliep regelmatig goed, kwam tot rust na ontspanningsoefeningen, mijn ochtendlijke spierpijn loste op na een rustige yogasessie, en na mijn dagelijkse middagdutje voelde ik me iets beter dan ervoor. Dat zijn allemaal hele goeie tekenen van herstel, joehoe!

Maar het was te verwachten: de feestdagen hebben die balans omvergeworpen. Ik weet dat het maar tijdelijk is, en ik weet dat mijn lichaam die balans weer vindt als ik goed genoeg voor mezelf zorg, ook al duurt dat misschien een aantal dagen of zelfs weken. In de tussentijd probeer ik te vertrouwen op de gedachte dat alles weer makkelijker wordt.

Toch vind ik het niet altijd gemakkelijk om in afwachting van betere tijden opnieuw zwaardere pijnklachten en onrust te dragen. Zeker omdat die onrust niet enkel in mijn lichaam, maar ook in mijn gedachten zit. Die twee hangen zo hard samen. Het vergt behoorlijk veel mentale energie om mijn gedachten telkens bij te sturen richting milde, zachte, liefdevolle en productieve gedachten, en weg van de donkere, angstige rampgedachten die vanzelf opkomen.

Als mijn mentale energie om mezelf er bewust bovenop te houden, laag begint te staan, is daar gelukkig nog de muziek. Haa. Als ik niet te overprikkeld ben om nog extra geluid aan te kunnen, en ik heb nog de oplossingsgerichtheid over om naar de muziek te grijpen, dan verschuift dat veel, heel veel. De juiste muziek kan mijn pijn doen vervagen, mijn spieren weer losmaken en me weer doen lachen.

En baby, ook vandaag. Dus ik maakte een lekkere playlist vol girl power. Ook geschikt voor niet-girls, hoor, maar toch vooral lekker loslaten en shaken voor girls, denk ik. Ik zit hier op mijn matje op de grond, de pijn weg te stretchen, mee te zingen, en me beter en beter te voelen. Dit is hem, misschien vinden jullie hem ook wel leuk:

Over de donkere mist in mijn huis, en heel kwaad en intens verdrietig zijn

Over de donkere mist in mijn huis, en heel kwaad en intens verdrietig zijn

Deze avond voel ik me intens miserabel. Hartverscheurend verdrietig. En ook kwaad, echt kwaad. Ik zou graag het servies in een miljoen stukken kapot gooien, de kussens in flarden rijten met mijn blote handen. Het is echt intens.

Sinds een aantal maanden is J met periodes heel apathisch, compleet onverschillig en volledig willoos. Het lijkt dan alsof hij mij niet meer ziet, de wereld niet meer ziet, en het plezier niet meer ziet. Hij leeft achter een glazen muur en reageert op mij door compleet toe te klappen. Zijn standaard antwoord is ‘weet ik niet’. Hij gaat nog wel naar zijn werk, maar kan de energie niet meer opbrengen om naar alle lessen te gaan van de studie die hij daarnaast volgt. Vroeger had hij te veel ideeën om in een leven te kunnen neerschrijven, maar nu blijven zijn creatieve opdrachten liggen, want hij heeft geen inspiratie. Het lukt hem niet meer om te gaan sporten. Seks wijst hij bijna altijd af, en als we seks hebben, komt hij futloos en ongepassioneerd over.

Voor een depressieveteraan als ik was het snel duidelijk dat J een ellenlange lijst symptomen van depressie heeft. Hoewel het belangrijk is het stellen van diagnoses aan een professional over te laten, zou ik zelf zeggen dat hij afglijdt in een echte depressie. Met af en toe goeie dagen, goeie weken soms. Maar dat had ik tijdens mijn depressies ook. Daarna wordt het weer even somber.

Ik voel mij een beetje schuldig om dit te zeggen, want depressief zijn is natuurlijk eerst en vooral erg voor de depressieve zelf, maar dit weegt af en toe op mij alsof er een olifant op mijn schouders rust. De laatste weken is het me weer eens duidelijk geworden wat hooggevoelig zijn kan inhouden: intens en automatisch aanvoelen wat de ander voelt. De sfeer als een spons in je opnemen. De depressieve gedachten en gevoelens als een dikke mist in het huis voelen hangen. Ik kan er niets aan doen: ik voel zijn somberheid en het vreet ook van mijn energie.

Maar daarbovenop ben ik regelmatig heel kwaad. Ik vind depressief zijn of gewoonweg negatieve emoties ervaren helemaal oké. Dat hoort bij een rijk mensenleven. Positieve emoties kan je niet ervaren als er daarnaast geen plaats is voor de negatieve emoties. Maar waar ik blijkbaar echt niet tegen kan, is het ontkennen van emoties, er geen plaats voor maken, en ze niet erkennen. J zegt soms dat hij oké is, dat het allemaal normaal is, dat een gebrek aan energie en lust en ideeën hoort bij het ouder worden (hij is 28!) en dat alles wel snel weer overwaait.

Nee, fokking nee! Als hij dat zegt, word ik zo kwaad. Ik wil gewoon dat mijn partner, die vroeger altijd bovenmenselijk veel bereikte in een dag en de emotionele stabiliteit van een zenmeester had, toegeeft dat hij een probleem heeft. Ik wil dat hij zijn probleem wilt oplossen. Ik wil dat hij mij betrekt, mij vertelt wat er scheelt, mij vraagt om hem te helpen, en mij zegt wat hij nodig heeft. Ik wil zijn donkere cocon openbreken en hem dwingen de hulp te zoeken die hij nodig heeft en verdient.

Achter die kwaadheid van mij zit een groot verdriet. Want ik kan natuurlijk niet kiezen wat J voelt, zegt of doet. Ik kan hem niet dwingen te erkennen dat hij depressief is. Ik kan hem niet dwingen hulp te vragen. En ik kan hem niet dwingen mij in vertrouwen te nemen. Ik voel me vooral heel erg machteloos. Ik ben zo’n helper, zo’n zorger, die nu niet kan helpen of zorgen. Ik kan alleen machteloos toekijken, tegen J praten en geen antwoord krijgen, enthousiaste anekdotes vertellen en ze op hem zien afkaatsen.

En heel af en toe, dan kan ik door de donkere mist breken en hem doen opleven. Dan krijg ik hoop, denk ik dat alles weer goedkomt, dan voel ik onze unieke band in elke cel van mijn lijf, maar daarna klapt alles opnieuw dicht en vraag ik me weer af wat ik in dit huis met deze persoon doe.

Dus ik denk dat ik extra hard voor mezelf moet zorgen nu. Eens goed uitvogelen wat ik zelf nodig heb. Mijn grenzen bewaken. Leuke dingen doen met leuke mensen. Opletten dat ik niet constant in zorgmodus schiet. Gewoon mezelf bemoederen. Mijn hooggevoeligheid kan ik niet afschakelen, dus ik zal moeten accepteren dat de komende periode er één is van veel verwerking van intense emoties. Maar dat is oké. Ik hoop dat dit een periode wordt van meer inzicht. Als problemen inderdaad je grootste leermeesters zijn, dan ga ik nu naar de universiteit.

Waarom ik geen goede voornemens maak voor het nieuwe jaar

Waarom ik geen goede voornemens maak voor het nieuwe jaar

De goede voornemens zijn nu overal hot en happening: op blogs, op tv, op de radio en zelfs in reclamespotjes. Ik heb eigenlijk nooit de gewoonte gehad voornemens of lijstjes te maken bij het begin van het nieuwe kalenderjaar. Tegelijk ben ik wel iemand die heel erg bezig is met persoonlijke groei, met lichamelijk en psychisch herstel, en met gezonde gewoontes. Dus ik heb er eens over nagedacht waarom die januarivoornemens niets voor mij zijn.

De grootste reden is dat ik het begin van de winter best wel een triestige tijd vind. We zitten in het donkerste putje van het jaar en de koudste periode staat op het punt te beginnen. Ik vind dit een periode van weinig zelfdiscipline en de behoefte om vooral rustig en gezellig aan te doen. Ieders voorraadje opgeslorpte lichtstralen uit de zomer is er bijna doorheen, immuunsystemen staan zwakjes. Crazy shit eigenlijk dat mensen zich net tijdens die donkerste dagen van het jaar massaal voornemen hun leven om te gooien.

En ook dat omgooien vind ik niet zo’n fijn concept. Er zal wel een reden zijn dat er zo veel Zo Houd Jij Je Voornemens Dit Jaar Wél Vol-lijstjes bestaan. Grootse plannen smeden voor een ideaal leven in het nieuwe jaar, is dat überhaupt wel haalbaar? Ik vind het vreemd dat mensen die niet sporten zich voornemen volgend jaar drie keer per week naar de fitness te gaan, dat mensen die elke dag vlees eten zich voornemen om in het nieuwe jaar volledig vegan te gaan, of dat doorgewinterde sloddervossen zich voornemen hun huis in het nieuwe jaar elke avond op te ruimen. Mooie doelen, maar ho, zeg, rustig aan daar, denk ik dan. Persoonlijk denk ik niet dat cold turkey veranderingen de beste manier zijn om je leven beter te maken. Maar you do you natuurlijk, misschien is er een kleine groep mensen voor wie cold turkey wel werkt.

Ik denk dat je beter naar een doel toe kan werken in tussenstappen en met tussentijdse doelen. Op die manier kan je elke tussentijdse overwinning vieren en genieten van elk bereikt tussendoel. Zo voelt je leven niet meteen ontwricht en maak je stap voor stap nieuwe, haalbare gewoontes, zodat je niet terugvalt in de oude patronen als je ene grote voornemen eens hapert omwille van onverwachte stressoren in je leven. Eerst de lift laten en altijd de trap nemen, dan met de fiets naar het werk in plaats van met de auto, dan een paar keer per week een wandeling, en zo heb je na een paar maanden een mooie basisconditie die ervoor zorgt dat je eerste sportlessen niet pijnlijk ontmoedigend en ontnuchterend zijn. En vallen je sportlessen eens een paar weken weg, dan kan je nog terugvallen op die gezonde gewoontes van de trap nemen, de fiets nemen, en af en toe een wandeling.

Zelf ben ik ook zo uit mijn grote CVS-put gekomen. Natuurlijk wilde ik dolgraag terug lopen en zwemmen en groepslessen volgen en dansen! Maar die stap was gewoon onhaalbaar groot. Volgens het wandelschema dat ik samen met mijn kinesist opstelde, begon ik met elke dag een wandeling van tien minuten. Als ik mijn wandeling een week lang elke dag zonder uitputting haalde, deed ik daar een minuut bovenop. Minuut per minuut werd ik beter. Op die manier leerde ik over een periode van maanden terug vlot een half uur wandelen. Ik had de gezonde gewoonte om bijna elke dag even te gaan wandelen. Lukte dat niet, dan deed ik gewoon een korte wandeling, of een rondje om de blok. Het hoeft allemaal niet zwart-wit of meteen nu te zijn, gewoontes kan je ook heel mild opbouwen, want zo blijven ze het langst bij.

En weet je wat ik ten slotte ook gek vind aan goede voornemens voor een volledig jaar? Dat je dan moet wachten tot 1 januari om iets aan je leven te veranderen. Als ik voel dat er iets scheef zit in mijn routine, als ik voel dat ik mijn leven wil veranderen, dan begin ik daar meteen aan. Ik probeer te achterhalen hoe ik me beter zou kunnen voelen, bekijk concreet wat daarvoor nodig is, en begin eraan. Als je tijdens het jaar voelt dat je aan het afglijden bent, maar je stelt elke verandering uit tot 1 januari, is er dan niet al een beetje stront aan de knikker?

Ik probeer dus gewoon het hele jaar door mijn doelen te stellen en die tussentijds bij te sturen. Grote doelen breek ik in kleine tussendoelen, zodat ik om de zoveel tijd een reden heb om te vieren en trots te zijn op mezelf. En tijdens de donkerste, koudste dagen van het jaar, dan ben ik vooral mild en zacht voor mezelf.

En jij, maak jij voornemens bij het begin van het nieuwe jaar? Werkt dat wel goed voor jou? Of vind je dit ook een moeilijke periode om gewoontes te veranderen?

Brief aan K

Brief aan K

K,

Binnenkort ga ik hier voor echt aan de slag. 30%, maar wel officieel, betaald, contract en al. Ik draai al een jaar helemaal vrijwillig mee in het team, en toch heb ik het gevoel dat er met dit contract iets verandert. Daarom vind ik het wel fijn om het daar eens expliciet over te hebben.

Eerst wil ik je graag laten weten hoe ik in elkaar zit. Ik hou ervan alles uit te spreken. Positieve feedback, complimenten, twijfels en dingen die me dwarszitten. Je mag er dus op rekenen dat ik niets tussen de regels probeer mee te geven. Geen dubbele bodems, geen stiekeme boodschappen, geen manipulatie. Transparantie en duidelijkheid zijn waarvoor ik leef.

Ik heb echt alleen maar goeie bedoelingen, dus als er je iets dwarszit bij iets wat ik gezegd of gedaan heb, spreek dat dan maar gewoon uit. Dat zou ik heel graag van je vragen: of je alles wat je nodig hebt en alles wat er wringt gewoon in woorden wilt vatten en eruit wil laten. Het is wel zo fijn als het niet als een scheldtirade geformuleerd is natuurlijk, maar voor de rest moet je niet te veel verbloemen of verantwoorden: I can take it. Ik zou me echt heel goed voelen als ik weet dat alles wat scheef zit gewoon onder woorden gebracht wordt.

Daarnaast is er nog een tweede ding waarvan ik je graag zou vragen of je dat zou willen overwegen. Ik zit vol engagement voor onze organisatie – anders zou ik hier geen jaar gratis en voor niets gewerkt hebben – en ik wil mijn job graag goed doen. Ik ben loyaal, want ik sta keihard achter deze vzw. En ik wil dat onze output zo groot mogelijk is. Tegelijk hecht ik, meer dan ik verwacht had, aan mijn zelfstandigheid en de kans om zelfstandig mijn creativiteit en ideeën te ontplooien en te verkennen.

Ik heb gemerkt dat ik me heel beklemd begin te voelen als iemand me te veel blijft zeggen wat ik precies moet doen, en vooral, hoe ik dat moet doen. Ik vind het fijn om zelf een plan van aanpak op te stellen en die stappen zo efficiënt mogelijk te volgen. Ik vind het fijn een uitdaging te krijgen die niet voorgekauwd is. Ik vind het fijn zelfstandig ideeën te kunnen inbrengen die serieus genomen worden.

Dus ik zou heel graag van je willen vragen of je mij op dat vlak wat vrijheid zou kunnen geven. Net als ik, wil jij je job natuurlijk zo goed mogelijk doen, geen steken laten vallen, en alles op rolletjes laten lopen. En ik merk daarbij dat je mij bij elke opdracht graag goed veel aanwijzingen meegeeft, stap voor stap, heel gedetailleerd, maar dat hoeft voor mij echt niet. Als ik een vraag heb, kom ik die wel stellen. Ik weet dat ik welkom ben bij jou.

Je mag er ook op rekenen dat ik je vragen niet vergeet. Als je mij een mail stuurt, lees ik die. Ik houd rekening met de deadline die we daarvoor moeten volgen en ik breng het in orde. Dat is ook een deel van mijn eer: al mijn taken tot een goed einde brengen. En soms is het op de dag van de deadline, maar dat is ook nog steeds op tijd. Dus je hoeft je geen zorgen te maken, je hoeft me geen reminders te sturen, en je hoeft me niet te vragen of ik dat niet vergeten ben. Ik zou het heel fijn vinden als je erop zou kunnen vertrouwen dat ik mijn werk goed zal doen. Want ook ik wil niets liever.

We’re on the same team. We willen hetzelfde. Dat deze vzw slaagt en dat de communicatie naar de buitenwereld toe zo goed mogelijk verloopt. En ik wil echt héél graag dat we daarbij een team zijn. Dat we elkaar empoweren en steunen en elkaars overwinningen vieren en onder de aandacht brengen. We hebben misschien een heel ander leven, een andere achtergrond, een andere persoonlijkheid en wie weet af en toe een andere visie op bepaalde problemen, maar ik denk dat we nog veel meer gemeenschappelijk hebben. Dus ik hoop dat we daaruit kunnen putten. En knallen met die communicatiestrategie!

Op een knallend nieuw jaar,

O