Rondpoepen (4/7)

Rondpoepen (4/7)

Lees hier deel 1, deel 2 en deel 3 van mijn rondpoepen-reeks.

Ik heb een goeie seksdrive. Of ik meer of minder goesting heb dan gemiddeld kan ik niet zeggen. Wel dat ik meer goesting heb dan mijn partner J, die ik wel dolgraag zie hoor.

Vanaf mijn vijftiende had ik keiveel zin in seksuele experimenten, maar door de manier waarop mijn leven is gelopen, heb ik op mijn 28e maar ervaring met één enkele sekspartner, die nu nog steeds mijn vaste partner is.

In mijn ogen lijken veel mensen met een vaste partner zich goed te kunnen neerleggen bij een toekomst van decennialang seks met dezelfde partner. Maar ik durf eerlijk zeggen dat ik dat één of twee jaar geleden een pijnlijk beklemmend idee begon te vinden.

Iedereen vond het zo fantastisch, mijn relatie met J. Elkaar vinden op je achttiende en meteen zo goed klikken. Samen zo’n cool huisje kopen. Fantastisch. Zo veel singles lijken hartstochtelijk te verlangen naar liefde en gezelschap, naar een toekomst met een vaste partner, en dat had ik gevonden.

Maar ik begon te denken dat ik te snel was geweest. Achttien jaar? Waar was mijn gelegenheid om te experimenteren gebleven? Zo veel interessante mensen, zo veel verlangens, zo veel nieuwsgierigheid had ik gehad.

J en ik zijn reuzeclose, dus natuurlijk konden we daar ook samen over praten. Hij luisterde goed. Na een aantal gesprekken die eerst speels, maar steeds serieuzer werden, zei hij dat hij het wel prima zou vinden als ik wou experimenteren met vrouwen. Mannen niet, dat vond hij net wat te eng. Maar vrouwen, dat waren geen concurrentes voor hem.

Mijn verlangen was zo groot, dat ik meer en meer te vinden was voor het idee. Ik ben best wel bi-curious, dus waarom niet? Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer zin ik had om dat pad op te gaan.

Rondpoepen (3/7)

Rondpoepen (3/7)

Lees hier deel 1 en deel 2 van mijn rondpoepen-reeks.

J en ik waren meteen onafscheidelijk. Wat we hadden voelde bijzonder, als een zeldzame schat. We voelden dat we soulmates waren. Allebei een beetje gek, onconventioneel op verschillende manieren, altijd te vinden voor een flauwe grap, introvert, maar avontuurlijk, en beiden het product van een fucked up familiesituatie, waardoor we elkaar goed begrepen.

Ondertussen delen we al negen jaar en een half lief en leed, en een koophuis, dat ook. Heel snel na de start van onze relatie werd ik ziek. Maar J bleef bij me, doorheen verlammende, gitzwarte depressie, burn-out en CVS. En ik bleef bij hem, doorheen zijn ontredderende verliefdheden op twee andere vrouwen.

De seks veranderde en dat is normaal. We hadden weleens slechte seks, saaie seks. Maar eigenlijk blijft de meerderheid van onze sekssessies echt goed, zeker sinds ik wat minder diep in de CVS-put zit. We blijven nieuwe dingen proberen. Ik verras hem graag af en toe met stomende lingerie, mijn niet-minimalistische zonde. Hij doet echt moeite om me aan te raken zoals ik dat wil. Onze sekssessies zijn uitgebreid en enthousiast en gevarieerd, opwindend. Dat zit wel goed.

Maar we hebben vooral minder seks. Afhankelijk van het punt in mijn menstruatiecyclus kan ik echt ontploffen van de goesting. Maar J is heel beheerst op dat vlak. Twee passionele sekssessies per maand houden hem helemaal tevreden. En wat we ook doen, hij vindt het bijna altijd prima. Goed voor hem, natuurlijk. Ik ben oprecht blij dat mijn partner seksueel volkomen tevreden is. Alleen ben ik dat niet helemaal.

Rondpoepen (2/7)

Rondpoepen (2/7)

Lees hier deel 1 van mijn rondpoepen-reeks.

Ik ben altijd wat matuurder geweest dan mijn leeftijdsgenoten. Misschien omdat mijn ongezonde gezinssituatie me dwong om de rol van de volwassene op mij te nemen. Misschien omdat ik als kind fysiek heel snel gigantisch groot was, daardoor ouder leek en ook zo behandeld werd.

In elk geval verlangde ik er vanaf mijn veertiende of vijftiende heel diep naar om de wereld van relaties en seks te ontdekken. Ik wou het zo zo zó graag. Maar elke stap die in de verste verte die richting uitging, werd in de kiem gesmoord door de genadeloze controledrang van mijn ouders. Vanaf mijn zestiende verlangde ik daardoor onwijs hard naar het studentenleven, naar de vrijheid en de kans om eindelijk de roep van mijn seksualiteit te volgen.

Na een paar maanden studentenleven in Leuven viel ik voor J. Ik was degene die het initiatief nam. Heel spannend. We werden een koppel en we waren meteen onafscheidelijk. Samen hadden we voor de eerste keer seks. De eerste keren waren natuurlijk even zoeken, maar de seks werd fantastisch, stomend, wild. Twee verliefde achttienjarigen, we waren precies twee konijnen. Twee, drie keer seks per dag was niet uitzonderlijk.

Ik was zo blij dat ik deze wereld van eindeloos plezier eindelijk kon verkennen. En ik kon dan nog niet eens klaarkomen! Dat kwam pas later.

Mijn plan om avontuurlijk rond te poepen ging de ijskast in, want J en ik bleken een match made in heaven. Dat vond en vindt iedereen. Ik eigenlijk ook, ondanks de putten en bulten op de weg. Ondertussen zijn we negen jaar en een half samen. Het feit dat we doorheen de grootste crisissen, twijfels en verliefdheden elkaars steun en toeverlaat blijven, vind ik uniek. We kennen elkaar zo goed als dat maar kan, weten wat de ander denkt, hebben genoeg aan een half woord. En we kennen elkaars diepste seksuele verlangens; gekke, onconventionele fantasieën en bijzondere voorkeuren. Want we vertrouwen elkaar 100%.

Rondpoepen (1/7)

Rondpoepen (1/7)

Ik kan dan misschien wel vlot over seks en andere taboes praten, maar ik heb in mijn hele leven nog maar één sekspartner gehad. Dat vind ik aan de ene kant heel fijn en veilig en vertrouwd, maar aan de andere kant een beetje jammer.

Tot mijn achttiende zat ik bij mijn ouders in de gevangenis. Op mijn vijftiende had ik eindelijk een eerste vriendje D, heel onschuldig. Ik dacht helemaal niet aan lange relaties, de toekomst, samenwonen, trouwen of kinderen. Ik dacht gewoon: leuk, spannend, experimenteren, en: wat zou er morgen gebeuren? We gingen samen naar de cinema en gaven elkaar onze eerste kus. Het stelde niet veel voor. We kenden elkaar amper.

Toen ik een paar keer een half uurtje later thuiskwam van school, eisten mijn ouders dat ik vertelde waar ik was geweest. Zoals altijd dwongen en verstikten ze de waarheid uit me, ook al wou ik die wanhopig voor mezelf houden. Toen de jongen in kwestie ter sprake kwam, schrokken ze zich kapot en wilden ze hem ontmoeten. In hun wereld konden ze zich geen plaats inbeelden voor jeugdliefjes, onschuldige spelletjes of experimenteren – überhaupt geen plaats voor activiteiten niet onder hun supervisie. Zij dachten wél meteen aan trouwen en kinderen, en jeetje, vijftien jaar vonden ze toch wel vroeg. De relatie ging uit zonder dat ze D ooit te zien kregen.

Twee jaar later was er heel kort nog een ander liefje dat ze ook nooit te zien kregen, J. Ook dat stelde amper iets voor: een wilde nachtelijke kussessie op schoolreis in de kamer van de jongen. En dat bombardeerde ons zogezegd tot koppel. Of zo moest dat toch, dachten we. Aangezien het enige relatiemodel dat ik ooit had gezien op zijn zachtst gezegd disfunctioneel was, liep mijn tweede ‘relatie’ met J ook erg stroef. Voor mijn geile tienerbrein was die jongen eigenlijk vooral een kans om te experimenteren, maar zelfs als ik een emotionele band met hem had willen opbouwen, had ik niet geweten hoe dat moest. Na twee weken gingen we uit elkaar.

Note to self 5

Note to self 5

Je bent gevoelig aan depressie. Dat is gewoon een onderdeel van je mooie, volledige, menselijke zelf. Jij prachtig wezen.

Je angstig voelen is een typisch deeltje van die depressieve gevoelens. Want de depressie belicht graag de negatieve zaadjes diep in jezelf. Ook al waren ze maar zo klein, die depressie doet ze tijdelijk groot lijken.

Maar die angst is maar een gevoel. Ook dit gaat weer over. Misschien straks al.

Je bent niet alleen. Mensen houden van je. Je mag fouten maken en dan nog zullen er mensen van je houden. Je mag angstig, kwaad en onzeker zijn en dan nog zullen er mensen van je houden. Je levensverhaal is mooi, want wat is nu eigenlijk een verhaal waarin alles zomaar vanzelf gaat? Je doet het zo, zo goed.

Je bent sterk. Je bent slim. Dit kan je aan. Het wordt weer beter.

Go girl!

Note to self 4

Note to self 4

To me, if I ever end up there again, and to anyone else, who’s ever been there, or are right now, in the black hole:

It will get better. There is a meaning to what you’re going through.

You will feel like living again.

If you can’t do anything else but breathe, do just that; you don’t have to do anything else.

Don’t fight it. Let it be. It is as it should be and it’s okay. Just be. Don’t judge. Let go.

Look at what’s beautiful. Listen to what gives you peace. Eat what tastes good. Do what feels nice. Even if it feels pointless right now, it’s good for your soul.

Ask for help.

Let other people help you. Let other people take care of you.

Cry. Scream. Wail. Laugh. Sleep. Close your eyes. Do whatever you need to do. Let it out. And embrace.

It will get better. I promise.

Deze tekst van Helena Önneby helpt me tijdens de allermoeilijkste momenten. Ze schreef ook een goeie First Aid Kit for When Life Falls Apart.

Die fokking male gaze

Die fokking male gaze

Ik heb het fokking gehad met die fokking male gaze.

Ha! Kwade vrouwen vinden mensen normaal veel minder fijn dan kwade mannen. Een kwade man is nog steeds mannelijk. Een kwade vrouw is niet vrouwelijk, zorgend, onderdanig, aantrekkelijk, sierlijk of delicaat. Dat is niet oké. Maar hier ben ik veilig, hier ben ik anoniem en hier ben ik kwaad.

Ik denk dat 95% van de mannen geen idee heeft hoe het voelt. Constant bekeken worden, gekeurd worden. Als je er zin in hebt om bekeken te worden, maar vooral ook als je er géén zin in hebt om bekeken te worden.

Een blik is macht. Iemand recht in de ogen kijken en je blik niet afwenden is je dominantie laten gelden. Iemand van top tot teen en weer tot top scannen is bedreigend. Met je ogen iemand vasthouden tot lang nadat je elkaar bent voorbijgestapt, is de persoonlijke ruimte van die persoon binnendringen.

Jaja, blabla, mannen mogen tegenwoordig niets meer. Mogen we nu zelfs al niet meer kijken? Jawel, Ludo, kijken is prima. Ik werp ook weleens een blik. Maar dat kan ook subtiel en respectvol. Ik vind het heel jammer om deze vergelijking te moeten gebruiken, maar probeer dit eens: stel je voor dat alle andere vrouwen op straat je dochter of je vrouw zijn. Werp geen blikken waarvan je niet zou willen dat andere mannen ze werpen op de vrouwen die jou dierbaar zijn. Snap je het zo wel?

En nee, dat iemand zo sappig uitgekleed wordt met de ogen is niet haar eigen schuld. Een décolleté, een short, een rokje, hoge hakken of een grote bos mooi haar zijn geen uitnodiging voor gelijk wat. En ja, misschien wil je wel eens wat beter kijken, maar – Jesus – doe het dan alsjeblieft niet alsof daar een museumstuk zonder eigen gevoelens en innerlijke belevingswereld loopt.

Ik val vrij hard op in het straatbeeld: een jonge blonde vrouw van 1 meter 80. Maar dat is geen excuus voor al die fokking thirsty blikken. Ik ben het beu en ik ben kwaad. Op straat steek ik zoveel energie in het opbouwen van een schild, een verdediging, me sterk en hard opstellen om niet kopje onder te gaan in die zee van starende mannen. Als ik in een stukje straat loop waar toevallig alleen vrouwen lopen, voel ik me weer zacht worden en glijdt de spanning van me af. Dat moet gedaan zijn. Ik wil me gewoon zorgeloos kunnen verplaatsen. Lekker in mijn eigen bubbel. Gaan en staan waar ik wil.

Dus. Echt waar. Ik vind dat we maar eens moeten stoppen met de mensen aan het ontvangende eind van de blikken, de meisjes en vrouwen, diegenen die er het meest onder lijden, aan te manen zich minder opvallend te kleden of gedragen. Leer gewoon eens aan opgroeiende jongens dat ze iedereen met respect moeten benaderen. Laten we onze jongens leren dat van kop tot teen scannen niet oké is. Laten we onze jongens leren dat vrouwen ook mensen zijn.

De illusie van controle

De illusie van controle

Waar hebben we eigenlijk controle over? Er is veel dat we proberen te controleren, maar waar we in de realiteit geen controle over hebben. Misschien maken we ons te veel zorgen. Misschien verspillen we energie aan dingen die we toch niet kunnen veranderen.

Dit vind ik een handig tabelletje:

Jezelf

Niemand heeft controle over welke gedachten haar of zijn hoofd binnenkomen. Niemand heeft controle over welke gevoelens hij of zij nu eens zal gaan voelen. Niemand heeft controle over waar zij of hij pijn heeft, of jeuk, of spanning.

Alles laten binnenkomen, goed observeren, benoemen, ermee werken en erop inspelen: dat kan wel. Maar je controleert niet wat er binnenkomt.

Daar tegenover staat dat je de dingen die je doet en de dingen die je zegt meestal wel onder controle hebt. Niet-helpende gedachten? Je kan jezelf afleiden met iets leuks, of er helpende, positieve gedachten tegenover zetten. Verdrietig? Je kan jezelf opvrolijken, of net uitspreken dat je je triest voelt en hulp zoeken. Pijn? Je kan stretchen, gaan wandelen, een pijnstiller nemen, hulp zoeken. Wat we doen en wat we zeggen, daar zit ons actiedomein.

De anderen

En de anderen? Kunnen we beïnvloeden wat anderen denken over ons? Kunnen we bij anderen gericht emoties opwekken of juist verlichten? Kunnen we iemands pijn wegnemen? Nee. Daar hebben we al helemaal geen controle over.

Dus als we toch niet kunnen vermijden dat iemand gedachten heeft over ons, waarom zouden we dan energie steken in zorgen daarover? Als we, hoe hard we ook proberen, anderen niet kunnen beschermen tegen negatieve emoties, waarom laten we dat dan niet wat meer los? Als het zover komt, zullen we er zijn voor wie ons nodig heeft. En als we iemands pijn toch niet kunnen verzachten door er bezorgd over te zijn, kunnen we dan misschien die energie uitsparen voor wat we wel kunnen veranderen?

Soms lijkt het alsof we wel kunnen controleren wat anderen zeggen over ons of doen voor ons. Maar ook dat is hun beslissing, niet de onze.

Loslaten wat je niet kan controleren

Loslaten is zo moeilijk, maar je kan het wel oefenen. Ik ben in mijn eigen leven dankzij dankzij een hele resem uitdagingen al van loslaatlevel 1 naar level 127 omhooggeschoten. De illusie dat je met hard werken, een scherpe focus en oneindig veel inzet en doorzettingsvermogen alles kan bereiken wat je zelf wil, heb ik gelukkig ook kunnen loslaten. Heerlijk.

Gelezen: Extremely Loud and Incredibly Close (Jonathan Safran Foer)

Gelezen: Extremely Loud and Incredibly Close (Jonathan Safran Foer)

J had het boek uitgeleend uit de bib en ik dacht dat het tijd was geworden dat ik deze klassieker ook eens las. Wauw, wat een boek. Maar zo moeilijk te omschrijven.

Extremely Loud and Incredibly Close : Jonathan Safran Foer ...

Mijn mening over het boek in drie bullet points:

  • aangrijpend – komt zo hard binnen
  • heerlijk origineel en creatief vormgegeven
  • aanrader
Zomaar – en toch

Zomaar – en toch

Voel je je soms zomaar verdrietig? Ik wel.

Verdrietig omwille van het besef dat mijn jeugd mijn hele leven blijft beïnvloeden en dat ik daar niets aan kan veranderen. Ik zou mijn kleine zelf zo graag uit het verleden plukken, haar adopteren, en emmers, zwembaden, oceanen vol onvoorwaardelijke liefde, acceptatie en steun geven. Ik wil haar opnieuw laten beginnen, sterker en tegelijk kwetsbaarder dan ooit.

Verdrietig omdat ik nooit heb kunnen experimenteren. Praten met jongens, of misschien meisjes, flirten, samen dansen, kussen, de eerste stapjes in de spannende, grote wereld van de seks, fouten maken en daaruit leren wat je echt wil, eens dronken worden, een trekje van een joint: voor mijn achttiende was ik lichamelijk en geestelijk te opgekooid om meer dan een paar tenen in dat zwembad te steken.

Verdrietig omwille van alle ploeterjaren die verloren lijken. Ik ben zo snel ziek geworden. Op eigen benen en meteen lam. Veerkracht of mildheid heb ik niet meegekregen, alleen ploeteren. Ploeteren, zwoegen en hard hard hard werken tot je kapot bent. En dan nog blijven ploeteren. Terwijl ik ook carrière had kunnen maken, of de wereld zien, of feesten, of tot diep in de nacht lange filosofische gesprekken voeren in gezellige cafeetjes.

En toch –

Toch vond ik goudklompjes tussen de modder. Iedereen die ik nu zie ploeteren, kan ik tonen hoe ze sneller terug aan wal komen. Waar en hoe ze ondertussen goudklompjes kunnen vinden. Want ik ben de ervaren ploeteraar, de veteraan, de oude wijze modderkoningin. We ploeteren samen, kijken elkaar aan en voelen ons verbonden.

Mijn top 5 nachtelijke O NEE-momenten

Mijn top 5 nachtelijke O NEE-momenten

O nee…

5: Wakker worden met een bloedneus

4: Naar de wc moeten, denken dat dat wel lukt zonder je bril, en in het donker tegen de deur lopen

3: Wakker worden net voordat je seksdroom echt goed ging worden

2: De onderkant van de dons die niet meer vastzit waardoor je voeten plots griezelig open en bloot liggen

1: Doorlekken in je bed

Mijn 20 beste eigenschappen

Mijn 20 beste eigenschappen

Gisteren ontdekte ik het cafeetje van The School of Life in Antwerpen. Superleuk en gezellig! Op één van de kaartjes of boeken die ze daar verkochten, stond de oefening om je 20 beste eigenschappen op te sommen. In zo’n oefeningen vragen ze er meestal geen 20, maar ik vind dat juist supertof, want eigenlijk heeft iedereen gewoon minstens 20 goede eigenschappen, al zijn het maar kleintjes! Hier is mijn poging.

  1. Nieuwsgierigheid. Ik ben nieuwsgierig naar mensen en hun verhaal, hun achtergrond, nieuwsgierig naar andere en nieuwe manieren om dingen te doen, naar de andere kant van een moeilijke situatie, naar verschillende soorten jobs, naar andere ideeën en filosofieën. Mijn interesseveld is uitzonderlijk breed. Ik ben nieuwsgierig naar popcultuur en celebrity gossip, maar ook naar obscure, culturele fenomenen. Ik lees graag fictie in verschillende talen en genres, maar ik verslind ook non-fictie en populair-wetenschappelijke boeken over bijna alles. Als kind kreeg ik van mijn familie de boodschap dat nieuwsgierigheid ongewenst is, een lastige eigenschap die je best zo veel mogelijk onderdrukt. Stel vooral zo weinig mogelijk vragen, werd me letterlijk ingeprent. Maar nu zie ik nieuwsgierigheid als mijn persoonlijke topper. Ik geniet van mijn nieuwsgierigheid, want het brengt me zo veel!
  2. Humor. Humor is voor mij een life saver. Door een ongemakkelijke situatie met een grapje te benoemen, ontmijn ik de spanning en laat iedereen stoom af. Soms ga ik ervan uit dat iedereen met lastige situaties dealt door humor te gebruiken, maar die lichtheid is helemaal niet zo evident, hoorde ik van mijn vorige supertherapeute E.
  3. Doorzettingsvermogen. Als kind had ik mijn eerste depressie. Een lastige familiesituatie. Burn-out, nog meer depressie, CVS en enkele huis-tuin-en-keukencrisissen tussendoor. Maar ik blijf proberen beter te worden. Ik blijf geloven dat ik het kan, en daarom kan ik het ook. Ik blijf leren, nieuwe technieken uitproberen, hulp zoeken, uit putten klimmen en mezelf heruitvinden. Mijn doorzettingsvermogen mag in de top drie!
  4. Empathie. Soms een last, maar eigenlijk ook een superkracht.
  5. Openheid. De laatste jaren bouw ik snel vertrouwensbanden op omdat ik gewoon radicaal open ben over mijn overwinningen én mijn struggles. Als ik trots ben op mezelf, verstop ik dat niet, maar als ik even niet meer weet hoe ik het moet aanpakken, laat ik dat ook merken. Open zijn over mijn menselijkheid vind ik in de meeste situaties heel helpend en verbindend.
  6. Onconventioneel. Ooit een hele worsteling, nu ben ik blij met wie ik ben. Mijn onconventionaliteit maakt me toegankelijker voor mensen die zelf minder mainstream keuzes willen maken, maar zich er misschien nog wat voor schamen.
  7. Stijl. Ik voel me goed in mijn stijl. Lekker zakelijk op het werk, in mijn vrije tijd een ontploffing van kleuren, structuren en accessoires. Ik zie mijn lichaam als een canvas, een vorm van zelfexpressie.
  8. Talent voor taal. Nieuwe talen leren en spreken gaat me goed af. Het blijft een beetje eng, maar als ik me in een nieuwe taal smijt, pik ik heel snel subtiele wendingen en stopwoorden op die moedertaalsprekers spontaan gebruiken. En Nederlandse teksten schrijven, dat gaat gewoon vanzelf. Mezelf uitdrukken en precies de juiste woorden vinden, daar geniet ik van.
  9. Hoe snel ik lach. Misschien is dit in mijn kindertijd gestart als een copingstrategie, maar nu vind ik het fijn hoe ik vanzelf snel lach. Iemand begroeten doet me vanzelf stralen en op straat loop ik regelmatig te glimlachen van de binnenpretjes.
  10. Lenigheid. Als kind deed ik zes jaar ballet. Nu doe ik elke dag een beetje yoga. Daardoor zit alles lekker los. Lenig zijn is de max!
  11. Creativiteit. Ik bruis van de ideeën en de projecten en daar geniet ik van.
  12. Zin voor initiatief. Ik ben niet beschaamd om te kijken hoe ik een zot idee binnen mijn eigen beperkte grenzen zou kunnen omzetten in een haalbaar doel. Bijna al mijn vrijwilligerswerk heb ik op eigen initiatief gevonden. De superorganisatie waar ik nu werk, had helemaal geen vacature voor een vrijwilliger. Ik heb gewoon gebeld en gemaild en uitgelegd wat mijn sterke punten zijn, en nu doe ik daar het leukste werk dat ik ooit gedaan heb!
  13. Het beste in anderen zien. Mild zijn voor mezelf heb ik met veel vallen en opstaan moeten leren. Maar als bijwerking daarvan heb ik ook leren mild zijn voor anderen, wat nog fijner is dan ik verwacht had. Ik ben volgens sommigen misschien een beetje een naïeve eenhoorn-regenboog-sprookjesfiguur, maar persoonlijk vind ik het net leuk om er oprecht van overtuigd te zijn dat iedereen vele kwaliteiten heeft.
  14. Sociaal vlot en betrokken. Contacten leggen en onderhouden vind ik fijn. Ik onthoud welke belangrijke gebeurtenissen mijn vrienden gaan meemaken, leef mee, en vraag hoe het is geweest.
  15. Zelfzorg. Als ik zie hoe ik ben omgegaan met depressie, zware vermoeidheid, verlammende pijn, spanning en angst, dan mag mijn vermogen tot zelfzorg ook in het lijstje!
  16. Optimisme. Natuurlijk vertroebelt de depressie mijn roze bril soms eens, maar daarbuiten kan ik behoorlijk goed positief denken. Dat geeft veel kracht.
  17. Doordacht en bewust leven. Ik neem geen beslissingen meer ‘omdat iedereen dat zo doet’ of omdat dat zo van mij verwacht wordt. Ik probeer volgens mijn eigen normen en waarden te leven en mijn beslissingen te nemen in functie van wat ik zie als moreel/ethisch goed én juist voor mezelf. Tegen de stroom ingaan is soms wel lastig hoor, maar ik weet wél zeker dat ik spijt zal hebben op het einde van mijn leven, want over mijn beslissingen heb ik bewust nagedacht.
  18. Zachtheid. In vergelijking met het gemiddelde ben ik best wel een pussy. Of een eenhoorn, of een troetelbeer, afhankelijk van wie het zegt. Maar soft zijn betekent niet dat je over je heen laat lopen. Je kan ook vriendelijk aangeven wat je wel of niet wil. Ik vind lief, zacht en compassievol zijn gewoon het best bij mij passen. En mezelf zijn, dat maakt me gelukkig.
  19. Koken op het gevoel. Een praktisch talentje dat ik in de loop van de jaren vergaard heb, is zelf recepten maken. Ik kook veel en graag, en zo heb ik leren inschatten wat wel of niet zal werken in een recept. Dus meestal smijt ik een hoop ingrediënten en kruiden samen en dat werkt heel goed! Ik kan er best wel trots op zijn als mensen me vragen waar ik een recept heb gehaald, en ik heb het zonet uit mijn duim gezogen.
  20. Problemen oplossen. Een voordeel van veel problemen hebben, is dat je ze goed leert oplossen. Misschien gaat dat ook wel vanzelf met ouder te worden, maar ik kan steeds beter en beter oplossingsgericht denken. Alle mogelijke opties op een rijtje zetten, out of the box denken, en ook gewoon hulp durven vragen aan de juiste persoon: daarvoor mag ik mezelf ook wel een schouderklopje geven.

Voilà! Het was even denken, maar uiteindelijk vond ik gewoon 20 goede eigenschappen aan mezelf!

En waarom zouden we onze goede eigenschappen niet mogen erkennen? Iets goed vinden aan jezelf wordt al te vaak gezien als arrogant. Denk maar niet dat je beter bent dan de anderen! Maar met het vieren van je successen en talenten stel je jezelf toch niet boven de anderen? Erkennen wat je goed kan, betekent toch niet dat je niet meer openstaat voor verandering en evolutie? Ik denk zelfs dat je steviger in je schoenen staat en constructiever omgaat met kritiek als je je bewust bent van je sterke punten. Ik weet maar al te goed waar ik net níet goed in ben, ik ken mijn verbeterpunten, maar ik wil ook mijn beste eigenschappen meer in het achterhoofd houden.

Wat zijn jouw 20 beste eigenschappen? Lijst ze gerust op, ik vind je niet arrogant! Vind je het moeilijk om er 20 te vinden? Of gaat het net vlot?

Note to self 3

Note to self 3

Stabilisatie is belangrijk.

Natuurlijk wil je graag naar een volgend niveau. Meer werken, meer bewegen, meer vrienden zien, meer leuke dingen doen.

Maar het is veel productiever pas over te gaan tot de volgende stap als je energieniveau nu oké is. Als dit activiteitenpatroon draaglijk is. Als je genoeg levens hebt verzameld in dit level.

Eerst stabiliseren. Dan het volgende level.

Aanrader: Doe het! (Hannah Witton)

Aanrader: Doe het! (Hannah Witton)

Ik heb net een voorlichtingsboek over seks uitgelezen. Ik ben 28 en goed geïnformeerd, dus eigenlijk heb ik geen voorlichtingsboeken meer nodig, maar ik vind het gewoon zo cool welke fantastische boeken over seks er tegenwoordig op de markt komen! Hannah Wittons boek heb ik in een paar dagen verslonden. Het is gewoon ZO’N EFFING GOED voorlichtingsboek.

Mijn seksuele voorlichting:

  • Mijn ouders, mompelend: seks is dat de penis van een man in de vagina van een vrouw gaat. Zo komt het zaadje bij het eitje. Vrouwen hebben elke maand hun maandstonden en daarom gebruiken ze maandverbanden en tampons. Kijk, dit is een tampon.
  • De school toen ik 11 was: als een man en een vrouw getrouwd (!) zijn en een kindje willen, hebben ze seks. Van seks word je zwanger. Kijk, dit is een foetus. Het is heel erg om een foetus te doden.
  • De school toen ik 12 was: dit is de anatomie van de man en de vrouw. Hier is een beetje uitleg over penetratieve heteroseks. Hier is een beetje uitleg over soa’s.
  • De school toen ik 15 was: hier is nog wat meer gedetailleerde anatomie van de man en de vrouw. Hier is wat uitleg over contraceptie. En hier is een shitload foto’s van vreselijke geslachtsziekten.

Het boek van Hannah Witton:

  • Gezonde relaties, jaloezie, single zijn, een crush hebben, uit elkaar gaan, bedrogen worden, alternatieven voor monogamie
  • Mythes rond seks en ontmaagding, mythes rond relaties in Hollywoodfilms
  • LGBTQ+ (jaaaaaa! eindelijk! holebi’s hebben ook seks!), uitleg over biologisch geslacht, gender, geaardheid, aseksualiteit, uit de kast komen (oef zeg, dat mogen alle hetero’s toch ook eens horen?!)
  • Instemming (ooooooo wat een opluchting! iemand heeft het over seks en consent!), alcohol/drugs en seks, mythes rond verkrachting (eindelijk die stomme victim blaming ontkracht!)
  • Masturberen, orgasmes, genieten van je eigen lichaam en genieten van seks (ja! ja! JA! hoera voor genieten van je lichaam! boe voor dat aangepraat schuldgevoel!)
  • De voor- en nadelen van porno, pornoverslaving, en de onrealistisch verwachtingen die porno bij jongeren doet ontstaan (dankjewel, Hannah Witton, om het daar eens over te hebben)
  • Een beetje anatomie ook ja
  • Verschillende anticonceptiemethodes en hoe je ze best kiest, wat te doen als je anticonceptie op een of andere manier niet heeft gewerkt en je toch zwanger bent
  • Houden van jezelf, lichaamsbeeld, zelfvertrouwen
  • En ja, ook iets over soa’s, maar geen afstotelijke foto’s
  • Sexting
  • Slut shaming, virgin shaming en freak shaming (ooo ein-de-lijk!)

Het boek is bedoeld voor jongeren vanaf 14 jaar, maar ik weet zeker dat er in België alleen al tienduizenden 20+-ers zijn die hier nog wat aan zouden hebben. En voor verstandige 12- of 13-jarigen lijkt het me ook wel al geschikt. Wat een boek. Hier heb ik op zitten wachten, kan je wel zeggen. Hannah Witton: eindelijk iemand die aanknoopt bij de realiteit. Lees het!

(En voor de Leuvenaars: ze hebben het in bibliotheek Tweebronnen – ook in de minicollectie tijdens de verbouwingen!)

Een oude geit lust ook nog wel eens een groen blaadje

Een oude geit lust ook nog wel eens een groen blaadje

“Mannen vallen nu eenmaal op jonge vrouwen. Dat is gewoon zo.”

Veralgemenende uitspraken op basis van gender werken meestal triggerend op mij. Bovenstaande zogenaamd wetenschappelijke wetmatigheid ook, heb ik vandaag gemerkt. Want daarmee wordt verondersteld:

  • Dat mannen zich in de regel seksueel aangetrokken voelen door jongere vrouwen. (Want: jeugdige vruchtbaarheid.)
  • Dat vrouwen oudere mannen aantrekkelijk vinden. (Want: status, macht en geld.)
  • Dat we slaven zijn van die simpele biologische wet.

Ik wil eerst iets kwijt over die zogenaamde biologische wetmatigheden in het algemeen: ik vind het heel vervelend dat het extreem simplistische en wetenschappelijk al lang gecontesteerde vrouwen-komen-van-Venus-en-mannen-van-Mars-verhaal maatschappelijk zo breed als de waarheid aangenomen wordt. Terwijl dat Venus/Mars-verhaal vooral een product is van onze cultuur en onze tijd.

Mannen, die rationeel en praktisch zouden zijn, zouden vooral in functie van het verspreiden van hun zaad leven. Het zijn geboren jagers, ook op seksueel vlak. Veel poepen met vruchtbare jonge vrouwen, zo weinig mogelijk verantwoordelijkheid en emotionele betrokkenheid, dat zou in de oertijd het succesrecept geweest zijn voor mannelijke mensen. Verspreiden, die genen! En met die bagage, ja, daar zouden ze nog steeds mee zitten, die mannen. Kunnen ze niets aan doen.

Vrouwen, die van nature emotioneel en zorgend zouden zijn, houden hun benen dichtgeknepen tot ze een geschikte partner vinden die het kroost goed kan onderhouden en beschermen. Seksueel zouden ze dan ook veel terughoudender zijn. Want oei, oei, oei, de investering in een kind.

Er is zo veel fout met dat overgesimplificeerde verhaal. In de eerste plaats al de veronderstelling dat het zorgmodel in de oertijd het kerngezin van man, vrouw en kinderen was, waarbij de vrouw moest zorgen en de man jagen – een onterechte projectie van onze culturele en (oorspronkelijk) religieuze normen en waarden op een heel andere tijd. Nee, ondertussen weten we dat er in groep voor de kinderen werd gezorgd en dat jagen geen exclusief mannelijke bezigheid was.

Ook de idee dat vrouwen seksueel minder promiscue of avontuurlijk zouden zijn dan mannen, is ondertussen van de baan. O ja, vrouwen willen ook. En ja, vrouwen gaan ook vreemd. Vrouwen zijn niet minder ranzig of gevarieerd of stout in hun seksualiteit dan mannen. Hun seksualiteit is wel eeuwenlang, en in sommige culturen vandaag nog steeds, als gevaarlijk bestempeld en onderdrukt. Dat laat sporen na. En, minstens even belangrijk: mannen hebben echt niet altijd goesting. Er zijn heel wat zorgende, zachte mannen en mannen met een laag libido.

En nog een belangrijke: de laag van ieders seksualiteit die bepaald wordt door de maatschappij en de omgeving waarin iemand opgroeit is niet zomaar een dun vernislaagje, maar is gi-gan-tisch dik en heel bepalend. Wie werd als kind niet seksueel getriggerd door een film, boek of reclamebeeld? En die dingen veranderen in de loop van de tijd. Films, boeken en reclame die normaal waren in de jaren 50 vinden velen nu reuzeseksistisch en niet sexy.

Daarbovenop zijn er nog eens al die vreemde seksuele voorkeuren en parafilieën. Er wordt amper over gerept, want heus niet alle taboes zijn al doorbroken, maar ze zijn er wel en talrijker dan je zou denken: fetisjisme voor leer, rubber, voeten, schoenen, gips, geamputeerde ledematen, ondergoed, panty’s of roken. Enkel of vooral opgewonden raken van exhibitionisme, voyeurisme, sadisme of masochisme, rollenspelen, bondage, kietelen, rollenspelen, plassen, oude mensen (gerontofilie) of dieren (zoöfilie). Ik ben op straat eens aangesproken door iemand die vroeg of ik wilde kijken hoe hij masturbeerde in de bosjes, want dat was voor hem het toppunt van seksueel genot. En dan hebben we nog de razend populaire categorie van de MILF-porno. Booming business. Allemaal héél moeilijk te verklaren vanuit de beperkte seksualiteit van dat mannen-vallen-op-jonge-vrouwen-model. Ik weet zeker dat bovenstaande afwijkingen daarvan helemaal niet zo uitzonderlijk zijn.

Wat ik wil zeggen, is: veel mannen zijn seksueel aangetrokken tot jonge vrouwen, maar écht niet allemaal. En een bedenking daarbij: die mannen die op jonge vrouwen vallen, is dat dan omdat ze daarvoor biologisch voorbestemd zijn of ook voor een groot deel omdat jonge vrouwen bijna de enige vrouwen zijn die in de media als seksuele wezens voorgesteld worden? Oudere vrouwen (en dat start al bij 30, 35 jaar) worden opvallend buitengesloten uit de hokjes ‘seksueel actief’ en ‘begeerlijk’. En is dat zo omdat mannen hen gewoon niet willen zien? Of omdat mannen dat niet gewoon zijn en nooit hebben léren seksualiseren? Naar mijn mening is het een vicieuze cirkel die in de beide richtingen werkt.

Maar als je je totaal niet kan vinden in het vorige argument, laten we het dan eens over de vrouwen hebben. Volgens mij vinden de meeste vrouwen jongere mannen gewoon óók razend aantrekkelijk. Ik ben 28 en ik zou zelfs niet protesteren mocht er hypothetisch gezien per ongeluk een gewillige, tien jaar jongere knapperd in mijn bed belanden (je weet maar nooit). Volgens mij is dit de waarheid: MENSEN vinden jonge, jeugdige, fitte mensen aantrekkelijk. Niet enkel mannen. Ook vrouwen. Natuurlijk zouden veel (niet alle) 60-jarige mannen graag eens rampetampen met een 25-jarige vrouw. Maar denk maar niet dat 60-jarige vrouwen niet fantaseren over wilde avonturen met een 25-jarige hunk.

Het is gewoon een reuzegroot taboe voor vrouwen om een jongere man te hebben, in tegenstelling tot mannen met een jongere vrouw, onder andere omdat mannen eeuwenlang duizend keer meer seksuele vrijheid hebben gehad dan vrouwen, en dat speelt nog steeds. Ik zou nogal monden laten openvallen mocht ik plots een relatie krijgen met een twintigjarige man, acht jaar jonger dus. Maar een acht jaar oudere man? Geen al te grote shocker. Ook die verwachtingen spelen mee in onze seksuele en relationele beslissingen.

Nog een laatste theorietje van mij: waarom horen we vaak over jongere vrouwen die aanpappen met oude mannen, maar zelden over jonge mannen die aanpappen met oude vrouwen? Ten eerste denk ik dat maatschappelijk acceptatie daar een dikke vette vinger in de pap te brokken heeft. Jeetje, wat zouden mensen schrikken als Thomas de eerstejaarsstudent er openlijk een sugar mommy op nahoudt. NOT. DONE. Kan hij geen leeftijdsgenoten krijgen misschien?

Ten tweede gaat het dikwijls over relaties met mannen met meer aanzien of geld. Zouden jonge mannen dan niet aangetrokken worden door vrouwen met meer aanzien of geld? Dat kan. Of misschien is die mogelijkheid ook gewoon niet zo voorhanden? Want raad eens wie er met dank aan het hardnekkig voortbestaande glazen plafond vooral aan de top staat? Beetje een kwestie van verhoudingen ook dus? Als er plots massa’s vrouwen aan de macht zouden komen, waarvan zelfs maar een minderheid aan de toyboys zou gaan, zou ook dat fenomeen na verloop van tijd meer bekendheid en zichtbaarheid krijgen, denk je niet? Ik drop hier maar een paar bommetjes.

PS Ik heb een achtergrond in de gender studies en verdiep me graag in de meest recente literatuur rond gender, identiteit en seksualiteit. Maar ik heb geen zin om mijn verhaal wetenschappelijke referenties meer te geven. Ik wil hier vooral eens goed filosoferen en ventileren, snap je? Zonder pressure. En misschien verander ik later nog wel van mening ook, want dat kan gewoon! Dus ga gewoon zelf eens op zoek naar recente publicaties, als je daar zin in hebt. Is reuze-interessant hoor, dat wel!

PPS Over publicaties gesproken, dat zou nogal eens een interessant onderzoek zijn: het kwantificeren van de aantrekkingskracht van jonge vrouwen/mannen in verschillende leeftijdscategorieën op oudere mannen/vrouwen. Oooooh, mocht ik energie genoeg hebben, ik zou me zo kandidaat stellen voor een PhD in de gender studies. Boeiend boeiend boeiend!

Tattoo

Tattoo

Ik vind het zo vreemd.

Waarom vinden zo veel mensen toch dat het helemaal oké is om het uiterlijk van anderen te bekritiseren?

(Hoewel ik dat vroeger zelf ook deed. Dat heb ik zo geleerd. Dat er types mensen zijn: goeie, slechte, rare, normale, veilige, gevaarlijke. Maar ondertussen heb ik gelukkig ook kritisch leren nadenken over wat ik denk en zeg.)

Goed gekleed is goed. Te goed gekleed is kak. Te slecht gekleed is gepeupel.

Tattoos zijn marginaal. Valse nagels zijn vies. Gaatjes in je lijf zijn onnatuurlijk. Te veel make-up is lelijk. Maar die wallen mogen toch een beetje gecamoufleerd worden.

Te dun: let toch maar een beetje op zeg, dat is toch ook niet goed. Te dik: ik zeg het maar voor je eigen gezondheid hé, dat er toch een paar kilo’s af mogen. Maar vooral niet te snel afvallen ook. Dat komt niet goed.

*

Maar zeg. Soms vind ik het zo vreemd. Hoe mensen hun prioriteiten op zo een vreemd rijtje hebben. Hun ethische en morele prioriteiten. (Zware, maar belangrijke woorden.)

Want wie doe je pijn met een kakkerige kledingstijl? Wie lijdt er onder je valse nagels? Welk leed komt er voort uit een tekeningetje op je huid? Wie kwets je met je love handles?

Zolang het geen hakenkruis is, die tattoo van je, dan doe je toch gewoon lekker wat je wil met je lichaam? Ik ben vast de extreem progressieve van de familie, maar ik vind dat iedereen lekker zijn zin mag doen. Binnen de grenzen van de wet. En het professionele. Je snapt het wel.

Voor mijn part gaan mannen én vrouwen lekker wild met die make-up, nagels, tattoos, kleren en haarstijl. Of helemaal niet. Voor mijn part mag iedereen lekker dik of mager, strak of uitgezakt, gespierd of kwabberig zijn. Als je dat al zelf kiest.

*

En voor mijn part verandert die tattoo helemaal niets aan wie ik ben.