Op het tandvlees

Op het tandvlees

Ik vind het zo, zo jammer hoe ongelooflijk veel mensen op hun tandvlees zitten op het werk. Plichtsbewust ploegen en ploeteren ze maar door. Ze doen hun best en blijven zichzelf voorhouden dat er nog wel wat werk bij kan. Extra projectje hier, extra taak daar. En er zijn zo veel mensen aan het ploeteren, dat ploeteren bijna het nieuwe normaal is. Wie niet ploetert, heeft werk te weinig, zeggen ze.

‘Zeg, die J, die loopt er altijd zo vrolijk en ontspannen bij. Zouden we hem niet een beetje meer werk moeten geven?’ hoorde ik de voorbije maand op de werkvloer. Dat raakte me recht in mijn hart en mijn brein. Hoezo is het niet meer normaal dat je ontspannen kan zijn op je werk?

Ik was vroeger ook een deel van het ploeterleger. In mijn eerste job, waar mijn lichaam het compleet begaf, en die achteraf gezien extreem uitdagend was voor één enkele persoon, hoorde ik constant collega’s klagen hoeveel werk ze hadden. Dus ik ging ervan uit dat het normaal was om van ’s ochtends tot ’s avonds niets anders te doen dan hyperalert achter je scherm op topmodus full speed te zitten presteren. En dat elke dag overuren draaien compleet normaal was. En dat je op je werk bleef tot het werk gedaan was. Ik heb me zo hard kapotgeploeterd, dat ik het nu Niet. Meer. Wil. En die vastberadenheid houdt me recht in de tornado van stress die me nu af en toe komt voorbijwaaien.

Maar ik zie dat veel mensen die absolute vastberadenheid om hun eigen gezondheid met hand en tand te bewaken niet hebben. Of nog niet. Want die krijg je meestal pas als het al eens te laat geweest is. Als je draagkracht niet meer is wat ze eens geweest is. Als je al extra kwetsbaar bent geworden na de crash.

Dus, alstublieft: zorg voor jezelf. Zorg verdorie goed voor jezelf. Alsof jij je allerbeste vriend of vriendin in de hele wereld bent. Want zonder jou kan je leven niet verder. Zonder je gezonde lijf, geen job. Zonder een gezond hoofd, geen werk.

Het is bijna magisch hoeveel opgeslagen kracht je lichaam kan vrijmaken in tijden van stress. Het is wonderlijk dat we voorraden kunnen uitputten waarvan we niet eens wisten dat we ze hadden. Je zou er bijna overmoedig van worden. Zo van: ja, blijkbaar kan ik dit allemaal aan, blijkbaar kan ik blijven gaan!

Maar op een dag, als de allerlaatste druppel energie uit de allerlaatste schuilplaats van je lichaam is geperst, heb je plots niets meer. Niets. Geen extra duwtje. Niets. Heel, heel lang n.i.e.t.s meer.

Dat punt lijkt zomaar ineens te komen, maar toch is het dat niet. Want telkens je voelt dat je rust nodig hebt en je neemt ze niet, negeer je een kleine waarschuwing. Je bijna altijd opgefokt voelen op je werk, niet meer rustig en diep kunnen ademen, je werk niet kunnen loslaten als je thuiskomt, slecht of woelig slapen, altijd prikkelbaar zijn of jezelf niet meer herkennen, rusteloze benen, constant hoofdpijn: het zijn allemaal signalen van je lieve lijf dat je vertelt dat je beter even rust neemt.

Neem regelmatig micropauzes. Sta elk half uur eens recht. Ga naar de wc. Stretch. Haal elk uur een lekker drankje bij de automaat. Wandel naar die collega, in plaats van te mailen. Kijk een paar minuten uit het raam. Verzorg de kantoorplant. Dat zijn kleine momenten van zelfzorg, die betekenisvoller zijn dan je denkt. Ze geven je lichaam het signaal dat het even in herstelmodus mag. Ze maken je hoofd weer helder.

En maak ook plaats voor grote rustmomenten. Je hebt het recht om elke week een dag of een halve dag vrij te maken. Geen activiteiten, geen familiefeesten, geen vrienden. Rust, lummelen, wandelingetjes, creatieve, maar ‘nutteloze’ activiteiten. Cocoonen met je gezin. Als je heel plichtsbewust bent, en het gaat om de grote rust, dan is de regel waarschijnlijk: neem de rust waarvan je vindt dat je ze nodig hebt. En dan nog wat extra.

En als je niet meer tot rust komt van dat dutje of die dag vrijaf, maar je voelt je juist nog beroerder; dan heb je nóg meer rust nodig. Want dat betekent dat je zenuwstelsel niet meer op tijd in recuperatiemodus komt en dat je stressniveau niet meer genoeg daalt tussen de pieken.

Ik hou zo hard van jullie. Mensen. Honderden, duizenden, miljoenen prachtexemplaren zijn er op de wereld. En ik wou dat ik jullie dit allemaal kon duidelijk maken: het is niet je eigen schuld. Als je je werk niet gedaan krijgt, is er te veel werk. Jij doet het goed genoeg. Je bent goed genoeg. Dus zorg voor die goeie zelf.

De illusie van controle

De illusie van controle

Waar hebben we eigenlijk controle over? Er is veel dat we proberen te controleren, maar waar we in de realiteit geen controle over hebben. Misschien maken we ons te veel zorgen. Misschien verspillen we energie aan dingen die we toch niet kunnen veranderen.

Dit vind ik een handig tabelletje:

Jezelf

Niemand heeft controle over welke gedachten haar of zijn hoofd binnenkomen. Niemand heeft controle over welke gevoelens hij of zij nu eens zal gaan voelen. Niemand heeft controle over waar zij of hij pijn heeft, of jeuk, of spanning.

Alles laten binnenkomen, goed observeren, benoemen, ermee werken en erop inspelen: dat kan wel. Maar je controleert niet wat er binnenkomt.

Daar tegenover staat dat je de dingen die je doet en de dingen die je zegt meestal wel onder controle hebt. Niet-helpende gedachten? Je kan jezelf afleiden met iets leuks, of er helpende, positieve gedachten tegenover zetten. Verdrietig? Je kan jezelf opvrolijken, of net uitspreken dat je je triest voelt en hulp zoeken. Pijn? Je kan stretchen, gaan wandelen, een pijnstiller nemen, hulp zoeken. Wat we doen en wat we zeggen, daar zit ons actiedomein.

De anderen

En de anderen? Kunnen we beïnvloeden wat anderen denken over ons? Kunnen we bij anderen gericht emoties opwekken of juist verlichten? Kunnen we iemands pijn wegnemen? Nee. Daar hebben we al helemaal geen controle over.

Dus als we toch niet kunnen vermijden dat iemand gedachten heeft over ons, waarom zouden we dan energie steken in zorgen daarover? Als we, hoe hard we ook proberen, anderen niet kunnen beschermen tegen negatieve emoties, waarom laten we dat dan niet wat meer los? Als het zover komt, zullen we er zijn voor wie ons nodig heeft. En als we iemands pijn toch niet kunnen verzachten door er bezorgd over te zijn, kunnen we dan misschien die energie uitsparen voor wat we wel kunnen veranderen?

Soms lijkt het alsof we wel kunnen controleren wat anderen zeggen over ons of doen voor ons. Maar ook dat is hun beslissing, niet de onze.

Loslaten wat je niet kan controleren

Loslaten is zo moeilijk, maar je kan het wel oefenen. Ik ben in mijn eigen leven dankzij dankzij een hele resem uitdagingen al van loslaatlevel 1 naar level 127 omhooggeschoten. De illusie dat je met hard werken, een scherpe focus en oneindig veel inzet en doorzettingsvermogen alles kan bereiken wat je zelf wil, heb ik gelukkig ook kunnen loslaten. Heerlijk.

Zomaar – en toch

Zomaar – en toch

Voel je je soms zomaar verdrietig? Ik wel.

Verdrietig omwille van het besef dat mijn jeugd mijn hele leven blijft beïnvloeden en dat ik daar niets aan kan veranderen. Ik zou mijn kleine zelf zo graag uit het verleden plukken, haar adopteren, en emmers, zwembaden, oceanen vol onvoorwaardelijke liefde, acceptatie en steun geven. Ik wil haar opnieuw laten beginnen, sterker en tegelijk kwetsbaarder dan ooit.

Verdrietig omdat ik nooit heb kunnen experimenteren. Praten met jongens, of misschien meisjes, flirten, samen dansen, kussen, de eerste stapjes in de spannende, grote wereld van de seks, fouten maken en daaruit leren wat je echt wil, eens dronken worden, een trekje van een joint: voor mijn achttiende was ik lichamelijk en geestelijk te opgekooid om meer dan een paar tenen in dat zwembad te steken.

Verdrietig omwille van alle ploeterjaren die verloren lijken. Ik ben zo snel ziek geworden. Op eigen benen en meteen lam. Veerkracht of mildheid heb ik niet meegekregen, alleen ploeteren. Ploeteren, zwoegen en hard hard hard werken tot je kapot bent. En dan nog blijven ploeteren. Terwijl ik ook carrière had kunnen maken, of de wereld zien, of feesten, of tot diep in de nacht lange filosofische gesprekken voeren in gezellige cafeetjes.

En toch –

Toch vond ik goudklompjes tussen de modder. Iedereen die ik nu zie ploeteren, kan ik tonen hoe ze sneller terug aan wal komen. Waar en hoe ze ondertussen goudklompjes kunnen vinden. Want ik ben de ervaren ploeteraar, de veteraan, de oude wijze modderkoningin. We ploeteren samen, kijken elkaar aan en voelen ons verbonden.

Mijn 20 beste eigenschappen

Mijn 20 beste eigenschappen

Gisteren ontdekte ik het cafeetje van The School of Life in Antwerpen. Superleuk en gezellig! Op één van de kaartjes of boeken die ze daar verkochten, stond de oefening om je 20 beste eigenschappen op te sommen. In zo’n oefeningen vragen ze er meestal geen 20, maar ik vind dat juist supertof, want eigenlijk heeft iedereen gewoon minstens 20 goede eigenschappen, al zijn het maar kleintjes! Hier is mijn poging.

  1. Nieuwsgierigheid. Ik ben nieuwsgierig naar mensen en hun verhaal, hun achtergrond, nieuwsgierig naar andere en nieuwe manieren om dingen te doen, naar de andere kant van een moeilijke situatie, naar verschillende soorten jobs, naar andere ideeën en filosofieën. Mijn interesseveld is uitzonderlijk breed. Ik ben nieuwsgierig naar popcultuur en celebrity gossip, maar ook naar obscure, culturele fenomenen. Ik lees graag fictie in verschillende talen en genres, maar ik verslind ook non-fictie en populair-wetenschappelijke boeken over bijna alles. Als kind kreeg ik van mijn familie de boodschap dat nieuwsgierigheid ongewenst is, een lastige eigenschap die je best zo veel mogelijk onderdrukt. Stel vooral zo weinig mogelijk vragen, werd me letterlijk ingeprent. Maar nu zie ik nieuwsgierigheid als mijn persoonlijke topper. Ik geniet van mijn nieuwsgierigheid, want het brengt me zo veel!
  2. Humor. Humor is voor mij een life saver. Door een ongemakkelijke situatie met een grapje te benoemen, ontmijn ik de spanning en laat iedereen stoom af. Soms ga ik ervan uit dat iedereen met lastige situaties dealt door humor te gebruiken, maar die lichtheid is helemaal niet zo evident, hoorde ik van mijn vorige supertherapeute E.
  3. Doorzettingsvermogen. Als kind had ik mijn eerste depressie. Een lastige familiesituatie. Burn-out, nog meer depressie, CVS en enkele huis-tuin-en-keukencrisissen tussendoor. Maar ik blijf proberen beter te worden. Ik blijf geloven dat ik het kan, en daarom kan ik het ook. Ik blijf leren, nieuwe technieken uitproberen, hulp zoeken, uit putten klimmen en mezelf heruitvinden. Mijn doorzettingsvermogen mag in de top drie!
  4. Empathie. Soms een last, maar eigenlijk ook een superkracht.
  5. Openheid. De laatste jaren bouw ik snel vertrouwensbanden op omdat ik gewoon radicaal open ben over mijn overwinningen én mijn struggles. Als ik trots ben op mezelf, verstop ik dat niet, maar als ik even niet meer weet hoe ik het moet aanpakken, laat ik dat ook merken. Open zijn over mijn menselijkheid vind ik in de meeste situaties heel helpend en verbindend.
  6. Onconventioneel. Ooit een hele worsteling, nu ben ik blij met wie ik ben. Mijn onconventionaliteit maakt me toegankelijker voor mensen die zelf minder mainstream keuzes willen maken, maar zich er misschien nog wat voor schamen.
  7. Stijl. Ik voel me goed in mijn stijl. Lekker zakelijk op het werk, in mijn vrije tijd een ontploffing van kleuren, structuren en accessoires. Ik zie mijn lichaam als een canvas, een vorm van zelfexpressie.
  8. Talent voor taal. Nieuwe talen leren en spreken gaat me goed af. Het blijft een beetje eng, maar als ik me in een nieuwe taal smijt, pik ik heel snel subtiele wendingen en stopwoorden op die moedertaalsprekers spontaan gebruiken. En Nederlandse teksten schrijven, dat gaat gewoon vanzelf. Mezelf uitdrukken en precies de juiste woorden vinden, daar geniet ik van.
  9. Hoe snel ik lach. Misschien is dit in mijn kindertijd gestart als een copingstrategie, maar nu vind ik het fijn hoe ik vanzelf snel lach. Iemand begroeten doet me vanzelf stralen en op straat loop ik regelmatig te glimlachen van de binnenpretjes.
  10. Lenigheid. Als kind deed ik zes jaar ballet. Nu doe ik elke dag een beetje yoga. Daardoor zit alles lekker los. Lenig zijn is de max!
  11. Creativiteit. Ik bruis van de ideeën en de projecten en daar geniet ik van.
  12. Zin voor initiatief. Ik ben niet beschaamd om te kijken hoe ik een zot idee binnen mijn eigen beperkte grenzen zou kunnen omzetten in een haalbaar doel. Bijna al mijn vrijwilligerswerk heb ik op eigen initiatief gevonden. De superorganisatie waar ik nu werk, had helemaal geen vacature voor een vrijwilliger. Ik heb gewoon gebeld en gemaild en uitgelegd wat mijn sterke punten zijn, en nu doe ik daar het leukste werk dat ik ooit gedaan heb!
  13. Het beste in anderen zien. Mild zijn voor mezelf heb ik met veel vallen en opstaan moeten leren. Maar als bijwerking daarvan heb ik ook leren mild zijn voor anderen, wat nog fijner is dan ik verwacht had. Ik ben volgens sommigen misschien een beetje een naïeve eenhoorn-regenboog-sprookjesfiguur, maar persoonlijk vind ik het net leuk om er oprecht van overtuigd te zijn dat iedereen vele kwaliteiten heeft.
  14. Sociaal vlot en betrokken. Contacten leggen en onderhouden vind ik fijn. Ik onthoud welke belangrijke gebeurtenissen mijn vrienden gaan meemaken, leef mee, en vraag hoe het is geweest.
  15. Zelfzorg. Als ik zie hoe ik ben omgegaan met depressie, zware vermoeidheid, verlammende pijn, spanning en angst, dan mag mijn vermogen tot zelfzorg ook in het lijstje!
  16. Optimisme. Natuurlijk vertroebelt de depressie mijn roze bril soms eens, maar daarbuiten kan ik behoorlijk goed positief denken. Dat geeft veel kracht.
  17. Doordacht en bewust leven. Ik neem geen beslissingen meer ‘omdat iedereen dat zo doet’ of omdat dat zo van mij verwacht wordt. Ik probeer volgens mijn eigen normen en waarden te leven en mijn beslissingen te nemen in functie van wat ik zie als moreel/ethisch goed én juist voor mezelf. Tegen de stroom ingaan is soms wel lastig hoor, maar ik weet wél zeker dat ik spijt zal hebben op het einde van mijn leven, want over mijn beslissingen heb ik bewust nagedacht.
  18. Zachtheid. In vergelijking met het gemiddelde ben ik best wel een pussy. Of een eenhoorn, of een troetelbeer, afhankelijk van wie het zegt. Maar soft zijn betekent niet dat je over je heen laat lopen. Je kan ook vriendelijk aangeven wat je wel of niet wil. Ik vind lief, zacht en compassievol zijn gewoon het best bij mij passen. En mezelf zijn, dat maakt me gelukkig.
  19. Koken op het gevoel. Een praktisch talentje dat ik in de loop van de jaren vergaard heb, is zelf recepten maken. Ik kook veel en graag, en zo heb ik leren inschatten wat wel of niet zal werken in een recept. Dus meestal smijt ik een hoop ingrediënten en kruiden samen en dat werkt heel goed! Ik kan er best wel trots op zijn als mensen me vragen waar ik een recept heb gehaald, en ik heb het zonet uit mijn duim gezogen.
  20. Problemen oplossen. Een voordeel van veel problemen hebben, is dat je ze goed leert oplossen. Misschien gaat dat ook wel vanzelf met ouder te worden, maar ik kan steeds beter en beter oplossingsgericht denken. Alle mogelijke opties op een rijtje zetten, out of the box denken, en ook gewoon hulp durven vragen aan de juiste persoon: daarvoor mag ik mezelf ook wel een schouderklopje geven.

Voilà! Het was even denken, maar uiteindelijk vond ik gewoon 20 goede eigenschappen aan mezelf!

En waarom zouden we onze goede eigenschappen niet mogen erkennen? Iets goed vinden aan jezelf wordt al te vaak gezien als arrogant. Denk maar niet dat je beter bent dan de anderen! Maar met het vieren van je successen en talenten stel je jezelf toch niet boven de anderen? Erkennen wat je goed kan, betekent toch niet dat je niet meer openstaat voor verandering en evolutie? Ik denk zelfs dat je steviger in je schoenen staat en constructiever omgaat met kritiek als je je bewust bent van je sterke punten. Ik weet maar al te goed waar ik net níet goed in ben, ik ken mijn verbeterpunten, maar ik wil ook mijn beste eigenschappen meer in het achterhoofd houden.

Wat zijn jouw 20 beste eigenschappen? Lijst ze gerust op, ik vind je niet arrogant! Vind je het moeilijk om er 20 te vinden? Of gaat het net vlot?

Note to self 3

Note to self 3

Stabilisatie is belangrijk.

Natuurlijk wil je graag naar een volgend niveau. Meer werken, meer bewegen, meer vrienden zien, meer leuke dingen doen.

Maar het is veel productiever pas over te gaan tot de volgende stap als je energieniveau nu oké is. Als dit activiteitenpatroon draaglijk is. Als je genoeg levens hebt verzameld in dit level.

Eerst stabiliseren. Dan het volgende level.

Tattoo

Tattoo

Ik vind het zo vreemd.

Waarom vinden zo veel mensen toch dat het helemaal oké is om het uiterlijk van anderen te bekritiseren?

(Hoewel ik dat vroeger zelf ook deed. Dat heb ik zo geleerd. Dat er types mensen zijn: goeie, slechte, rare, normale, veilige, gevaarlijke. Maar ondertussen heb ik gelukkig ook kritisch leren nadenken over wat ik denk en zeg.)

Goed gekleed is goed. Te goed gekleed is kak. Te slecht gekleed is gepeupel.

Tattoos zijn marginaal. Valse nagels zijn vies. Gaatjes in je lijf zijn onnatuurlijk. Te veel make-up is lelijk. Maar die wallen mogen toch een beetje gecamoufleerd worden.

Te dun: let toch maar een beetje op zeg, dat is toch ook niet goed. Te dik: ik zeg het maar voor je eigen gezondheid hé, dat er toch een paar kilo’s af mogen. Maar vooral niet te snel afvallen ook. Dat komt niet goed.

*

Maar zeg. Soms vind ik het zo vreemd. Hoe mensen hun prioriteiten op zo een vreemd rijtje hebben. Hun ethische en morele prioriteiten. (Zware, maar belangrijke woorden.)

Want wie doe je pijn met een kakkerige kledingstijl? Wie lijdt er onder je valse nagels? Welk leed komt er voort uit een tekeningetje op je huid? Wie kwets je met je love handles?

Zolang het geen hakenkruis is, die tattoo van je, dan doe je toch gewoon lekker wat je wil met je lichaam? Ik ben vast de extreem progressieve van de familie, maar ik vind dat iedereen lekker zijn zin mag doen. Binnen de grenzen van de wet. En het professionele. Je snapt het wel.

Voor mijn part gaan mannen én vrouwen lekker wild met die make-up, nagels, tattoos, kleren en haarstijl. Of helemaal niet. Voor mijn part mag iedereen lekker dik of mager, strak of uitgezakt, gespierd of kwabberig zijn. Als je dat al zelf kiest.

*

En voor mijn part verandert die tattoo helemaal niets aan wie ik ben.

25 positieve affirmaties

25 positieve affirmaties

  1. Ik ben sterk.
  2. Ik ben mild.
  3. Ik ben moedig.
  4. Ik blijf zacht voor mezelf.
  5. Mijn gevoeligheid is mijn kracht.
  6. Ik zorg goed voor mezelf en dat straal ik uit.
  7. Ik straal.
  8. Ik ben tevreden over mezelf.
  9. Ik zie al het goede in mezelf.
  10. Ik zie het goede in mijn leven.
  11. Ik doe mijn best en dat is goed genoeg.
  12. Ik probeer het en dat is goed genoeg.
  13. Ik mag zo veel fouten maken als ik wil.
  14. Ik mag de tijd nemen die ik nodig heb.
  15. Ik ben goed genoeg.
  16. Mijn leven is goed genoeg.
  17. Ik ben trots op mezelf.
  18. Ik heb geduld.
  19. Ik ben creatief.
  20. Ik vind oplossingen.
  21. Ik denk oplossingsgericht.
  22. Mijn gedachten zijn licht en positief. Mijn woorden zijn licht en positief. Mijn daden zijn licht en positief.
  23. Ik maak een verschil.
  24. Ik voel wat ik nodig heb.
  25. Mijn doorzettingsvermogen is inspirerend AF.
Licht

Licht

G en ik zijn alleen in ons stukje kantoortuin. Alle andere collega’s zitten in meetings of zijn op vakantie.

We praten wat en hebben het over het teamappreciatiestation dat ik op de kast heb geïnstalleerd. Negen envelopjes met de namen van alle teamleden erop, voor wie graag wat appreciatie kwijt wil op een briefje aan een andere collega.

En dan komt daar plots dat compliment.

‘Ge zijt een lichte. Op alle vlakken. Niet licht dat je niet zwaar doorweegt of weinig betekent, dat niet. Letterlijk licht van kleur, maar ook licht van humeur, van sfeer. Licht en jong, vrolijk en licht.’

Wat een prachtige omschrijving, wat prachtig dat iemand zoiets uitdrukt. Ik adem het compliment in en voel dat het mij oppept tot in mijn vingertoppen. Mijn ruggengraat tintelt en ik voel me ook echt licht worden.

*

Licht zijn, licht leven, licht denken: dat probeer ik ook echt te doen. De meeste zorgen zijn je zwaarmoedigheid niet waard. Over vijf jaar stellen ze niet veel meer voor.

En meestal lukt het me ook om licht te kijken en te zien hoe relatief alles is: zelfs chronisch ziek zijn is toch maar een klein detail in de hele geschiedenis van deze aardkloot in dit gigantische heelal. We doen gewoon allemaal wat we kunnen, prutsen ons een weg door het leven, en dan kan alles maar beter licht dan zwaar zijn.

Maar toen ik vanmorgen op kantoor aankwam, voelde ik me zwaar. Het deeltje binnen in mij dat mijn lichtheid uitdaagt en blijft uitdagen is al een aantal weken flink aan het roepen en schreeuwen om aandacht.

Maar vandaag niet meer, nee, vandaag niet meer. Vandaag ben ik weer licht.

Gedachten op de werkvloer

Gedachten op de werkvloer

Dit gevoel is vervelend. Maar het is er gewoon.

Het maakt deel uit van een rijk leven vol interessante ervaringen. Ervaringen die ik aangenaam of onaangenaam vind.

Ik laat alles binnen. Goed. Slecht. Neutraal. En ik laat het weer buiten.

Want ook dit gaat weer voorbij. Misschien straks al. Misschien pas over jaren.

Mens zijn is mooi: we lopen hier wat rond, prutsen een beetje en hopen op het beste. Onderweg voelen we vanalles.

En dat is prachtig.

10 dingen waarvan ik kan genieten

10 dingen waarvan ik kan genieten

  1. mijn lievelingsonderbroek dragen
  2. koud wortelsap op een warme dag
  3. een verse harde handdoek
  4. rondsnuffelen bij Dille & Kamille
  5. de tijd nemen om op mijn eentje een theetje te gaan drinken
  6. verdiepende gesprekken met vrienden
  7. collega’s die grappen maken
  8. op een bankje liggen in het Groot Begijnhof
  9. zo’n spinneding om je hoofd te masseren
  10. me keihard uitrekken
9 dingen die ik niet leuk vind aan hooggevoelig zijn

9 dingen die ik niet leuk vind aan hooggevoelig zijn

Een lage pijngrens hebben. En daar niets aan kunnen doen.

Mensen die denken dat hoogsensitiviteit een term is die uitgevonden is door auralezende hippies. Omdat de term hoogsensitiviteit daadwerkelijk wordt gekaapt door auralezende hippies. Terwijl het hoogsensitieve zenuwstelsel objectief en wetenschappelijk meetbaar anders werkt, dat is absoluut geen occult verzinsel.

Extreem gevoelig zijn aan cafeïne, suiker en alcohol.

Gevoelig zijn wordt in onze maatschappij niet gewaardeerd. Je moet je erover zetten. Het succes is aan wie doorbijt, pusht, verder blijft ploeteren, nooit ‘klaagt’ en hard blijft. Gevoelig? Je wíl gewoon niet hard genoeg.

Veel meer moeite dan anderen om te werken in een drukke omgeving vol prikkels. Alles komt binnen. Kantoortuinen: de Hunger Games voor HSP’ers.

Overgevoelig zijn aan geweld. Schindler’s List gekeken? Een jaar lang wakker worden uit gruwelijke nachtmerries.

De kanarie in de koolmijn zijn. HSP’ers zijn de eersten die bezwijken aan burn-outs, depressie en CVS.

Moeilijk overeind blijven in een harde werk- of familieomgeving. Je eigenheid moeten camoufleren vraagt tonnen energie.

De emoties van andere mensen zo hard meevoelen dat je jezelf kwijtraakt.

11 dingen die ik leuk vind aan hooggevoelig zijn

11 dingen die ik leuk vind aan hooggevoelig zijn

Mensen echt begrijpen. Diep meeleven.

Intens genieten van lekker eten.

Subtiele signalen kunnen benoemen.

Intens genieten van aanrakingen.

Diepe connecties en betekenisvolle gesprekken.

Details opmerken die anderen missen.

Diep geraakt worden door muziek, films, boeken en andere kunst.

Tranen van intens geluk om het alledaagse leven.

Snel het vertrouwen van anderen winnen.

Diepgewortelde creativiteit.

De meest intense seks.

Apetrots

Apetrots

Toen ik in de lagere school altijd bij de beste leerlingen van de klas was, was mijn familie apetrots.

Toen ik meer dan tien jaar aan een stuk uitblonk met mijn pianospel, was mijn familie apetrots.

Toen ik als kleine ballerina op het podium stond, was mijn familie apetrots.

Toen ik de middelbare school in de meest prestigieuze studierichting doorzwom, was mijn familie apetrots.

Toen ik mijn universitaire studies met grote onderscheiding afrondde, was mijn familie apetrots.

*

Afglijden. Burn-out. Spartelen. Chronische ziekte. En een lange, lange stilte. Waar moesten ze nu trots op zijn?

*

Nu ik zie wat ik in mijn leven doorgemaakt heb en hoe ik me toch sterker dan ooit voel, ben ik apetrots.

Nu ik zie hoe ik twee depressies helemaal alleen te boven ben gekomen, ben ik apetrots.

Nu ik zie hoe goed ik over mijn noden en gevoelens kan communiceren, ben ik apetrots.

Nu ik zie hoe goed ik voor mijn lichaam zorg, ben apetrots.

Nu ik zie hoe ik mezelf heb opgewerkt uit een onmetelijk diepe put van vermoeidheid, spanning en pijn, ben ik apetrots.

Moeten

Moeten

Je moet helemaal niets. Maar al je daden hebben gevolgen.

*

Soms kom ik nog eens terecht in dat oude cirkeltje van moeten. Sommige mensen zitten hun hele leven in een gevangenis van moeten.

Je moet hard werken. Je moet je huis proper houden. Je moet de was doen. Je moet sporten. Je moet opruimen. Je moet alle familiefeesten bezoeken. Je moet verjaardagskaartjes sturen. Je moet meedoen met de rest. Je moet naar het personeelsfeest. Je moet sterk zijn. Je moet doorzetten. Je moet vriendelijk zijn. Je moet de vrede bewaren.

Maar je moet helemaal niets. Echt waar.

Je kan de was perfect drie weken laten staan. Maar op een bepaald moment heb je misschien geen propere onderbroeken meer.

Je kan je huis gemakkelijk een maand niet poetsen. Maar dan krijg je mogelijks eens een scheve blik dat het wat vuil ligt.

Je kan een jaar helemaal niet sporten. Maar dan gaan ook je conditie en kracht er waarschijnlijk op achteruit.

Je kan het personeelsfeest zeker en vast een skippen. Maar dan is er misschien hier en daar een collega met negatieve commentaar.

Je kan lekker thuisblijven op de dag van het familiefeest. Maar je kan daardoor wel de vraag krijgen waarom je er niet was.

Je kan gerust eens een dag rondlopen met een vieze muil. Maar dan word je misschien door sommige mensen minder open onthaald.

Het is maar wat je zelf belangrijk vindt. Waar je zelf behoefte aan hebt op dat moment. En dan maak je de afweging wat je gaat doen. Misschien is het niet zo erg als je denkt om eens een scheve blik of wat commentaar te krijgen. Misschien is dat zelfs veel draaglijker dan jezelf in allerlei bochten te wringen om toch maar te doen wat je zou moeten doen van je omgeving of de maatschappij. En misschien worden mensen het wel gewoon dat je soms eens een onconventionele keuze maakt. Bij mij is dat in elk geval zo. Maar het vraagt wel wat tijd. Mensen moeten eraan wennen. En als ze dat niet doen, is het ook maar zo.

*

Je moet helemaal niets. Maar al je daden hebben gevolgen.

Bedankt, lichaam

Bedankt, lichaam

Bedankt, voeten. Dankzij jullie sta ik stabiel.

Bedankt, benen. Jullie helpen me vooruit.

Bedankt, handen. Voor het grijpen, strelen, reiken, schrijven, krabben, typen, wijzen, prutsen.

Bedankt, armen. Zonder jullie kreeg ik mijn lasten nooit gedragen.

Bedankt, rug. Je houdt me letterlijk recht in het leven.

Bedankt, borsten. Dankzij jullie voel ik me vrouw.

Bedankt, hoofd. Je leidt het allemaal in goede banen.

Bedankt, darmen. Dag in dag uit staan jullie klaar om energie en voedingsstoffen te mijnen uit elke snelle of trage hap.

Bedankt, stembanden. Met jullie hulp kan ik uitdrukking geven aan wat ik wil.

Bedankt, baarmoeder. Je houdt me jong en paraat, ook al gebruik ik je niet.

Bedankt, ogen. Voor het binnenlaten van de ontroerende kleurenpracht en de levensnoodzakelijke informatie.

Bedankt, lijf, bedankt.

*

Ons lichaam lijkt niet snel goed genoeg. Flubberende bandjes, lillende billen, gestriemde buiken, hangende borsten. Pijn en ongemak. Zweten, trillen, te koud, te warm, jeuk, duizelig, moe. Dat trekt onze aandacht.

En dat moet het ook. Je lijf spreekt met je en waarschuwt je. Het werkt voor je. Dag en nacht.

CVS heeft me na al die jaren doen inzien: wat een prachtlijf heb ik toch. Als ik pijn heb, probeer ik te voelen wat er nóg allemaal is naast de pijn. En daarvoor ben ik dankbaar.

Niet-helpende gedachten

Niet-helpende gedachten

Stel je voor dat iemand een gedachte heeft. De gedachte “Ik ben een zebra”. En stel je voor dat die persoon die gedachte zo vaak heeft gehoord, dat ze nu helemaal overtuigd is van die gedachte. Ze weet zeker dat ze een zebra is.

Waarschijnlijk zal die persoon zich als een zebra beginnen gedragen. Misschien draagt ze vanaf nu enkel nog gestreepte kledij. Misschien gaat ze op handen en voeten lopen. Misschien begint ze te denken als een zebra. En misschien wordt ze aangetrokken tot andere zebra’s.

Maar wordt ze daardoor ook een zebra? Is ze nu echt een zebra? Nee. De gedachte dat ze een zebra is, maakt haar geen zebra.

*

Stel je voor dat iemand een gedachte heeft. De gedachte “Ik ben niet goed genoeg”. En stel je voor dat die persoon die gedachte zo vaak heeft gehoord, dat ze nu helemaal overtuigd is van die gedachte. Ze weet zeker dat ze niet goed genoeg is.

Waarschijnlijk zal die persoon zich beginnen te gedragen alsof ze niet goed genoeg is. Misschien voelt ze zich minderwaardig. Misschien ziet ze enkel nog de anderen die meer en beter presteren dan zij. Misschien begint ze te ploeteren en te pushen omdat niets wat ze doet ooit goed genoeg is. Misschien begint ze zich slecht te voelen.

Maar wordt ze daardoor ook minderwaardig? Is ze nu ook niet goed genoeg? Nee. De gedachte dat ze niet goed genoeg is, maakt haar nog niet niet goed genoeg.

*

De gedachte een zebra te zijn en de gedachte niet goed genoeg te zijn, zijn niet-helpende gedachten.

Niet-helpende gedachten zijn typisch:

  • automatisch. Ze komen vanzelf bij je op, als een ingesleten gewoonte. Misschien weet je niet eens dat je ze denkt. Je ervan bewust worden is een prachtige eerste stap.
  • overdrijvend. Geen nuance. Je bent een mislukkeling. Je bent niet goed genoeg. Je bent niet geliefd. Niet: je bent misschien iets minder goed in dat ene aspect van die taak. Niet: er zijn sommige mensen die dat deel van je persoonlijkheid minder appreciëren. Niet-helpende gedachten gaan full out.
  • instandhoudend. Niet-helpende gedachten houden zichzelf in stand. Als je denkt dat je niet geliefd bent, loop je niet vol enthousiasme de kamer binnen. Als je denkt dat je nooit goed genoeg presteert, toon je je werk niet vol trots aan de wereld. Dat houdt de cyclus in stand en weerhoudt je ervan positieve ervaringen op te doen.
  • En ze lijken echt. Angstaanjagend echt. Maar je gedachten zijn maar gedachten. Ze bepalen je waarde als persoon niet. Wat je ouders, familie of leraars vroeger over je zeiden, bepaalt je waarde als persoon niet. Elke mens heeft waarde. En sterke punten.

*

Mijn niet-helpende gedachte van het moment? Ik zou beter productief zijn. Ik MOET productief zijn. Niet de waarheid. Geen natuurwet. Gewoon een gedachte.