Ik vind het belangrijk mijn eigen capaciteiten te vertrouwen en me bewust te zijn van mijn sterktes, maar toch vind ik het fijn als anderen je af en toe meegeven wat ze leuk vinden aan je. Daarvan genieten vind ik helemaal oké, zeker als ik niet al mijn bevestiging uit complimenten van anderen moet halen. Op elkaar vertrouwen voor steun en motivatie is zeker niet verkeerd, denk ik. We zijn uiteindelijk allemaal met elkaar verbonden. We kunnen niet zonder elkaar. De wereld zou zo leuk zijn als we durfden benoemen wat we aan elkaar appreciëren.
En dat deed M daarnet, tijdens ons skypegesprek. Zo hartverwarmend. Omdat mijn partner J door zijn eigen struggles al een lange tijd meestal niet in staat is zijn appreciatie voor mij uit te drukken, ben ik al lang afhankelijk van mijn eigen interne validatie. Dat lukt me meestal aardig, maar tegelijk voelt het soms alsof ik in een complimentenwoestijn leef. En daarnet begon het even te regenen in de woestijn.
Weet je wat M zei?
Dat ik misschien minder energie heb dan gemiddeld, maar dat ik daardoor bewuster nadenk over wat ik doe en dat dat bewustzijn me in het moment doet leven. Dat ik daardoor iemand ben die goed en oprecht kan luisteren en meeleven. Dat ik misschien minder energie heb dan gemiddeld, maar dat ik toch veel geef en veel energie uitstraal naar de buitenwereld.
Oeh, als dat niet gelukkig maakt. Ik moest het gewoon even neerschrijven, voor mezelf. Voilà, nu is het onsterfelijk.
Ik vind leven niet altijd zo gemakkelijk. Ik voel me best wel vaak een beetje kut. Soms vind ik mezelf zielig. Dan zie ik alle dingen die me niet lukken en denk ik alleen aan de dingen die mijn lichaam niet kan. Maar dat helpt me natuurlijk niet vooruit. Wat wel helpt? Dankbaarheid. Ik wil mezelf vooruit helpen, dus dankbaarheid is the way to go voor vandaag. Om mijn dag dankbaar af te sluiten zijn hier tien specifieke dingen waar ik vandaag dankbaar voor ben.
Het moment waarop J de keiharde, pijnlijke bulten spanning in mijn kuitspieren losser kneedde
Mijn gezellige geurkaars
Het bezoekje van M, die ik al vele maanden niet meer één op één had gesproken
In de Kerstvakantie neem ik de volle twee weken vrijaf. Yes. Ik werk graag, maar het voelt ook goed om eens afstand te kunnen nemen. Ik heb de laatste maanden meestal het gevoel dat het werk zo veel van me vraagt dat ik constant op het randje zit – wat die pandemie met ons doet, zeg – dus het is in alle opzichten misschien niet slecht de pauzeknop in te drukken.
Omdat ik in het verleden vaak de indruk had dat een vrije dag of een vakantie niet echt voelde als de pauzeknop indrukken, maar gevuld was met allerlei ‘moetens’, wil ik nu eens bewust denken over wat ik eigenlijk wil van mijn twee weken Kerstvakantie. De dagen die overblijven, die mogen dan eens een ‘moetje’ hebben, of iets dat matig tot leuk is, maar ik wil bewust aan de energiegevers gaan.
Wat ik wil doen in de Kerstvakantie:
Yoga. Ik wil elke ochtend tijd maken voor een uitgebreidere yogasessie. Ik wil zo graag mijn spieren weer eens goed voelen werken en stretchen, zonder de angst om te ver te gaan en misschien al te veel energie te gebruiken om de werkdag nog te kunnen doorkomen. Ja, yoga zie ik helemaal zitten.
Schrijven. Ik wil elke dag een half uur schrijven. Met een pen in mijn boekje, of hier op de blog, of op de andere blog. Gewoon schrijven, ook als ik geen inspiratie heb, want het voelt goed om de tekst uit mijn vingers te zien vloeien.
Mijn zus zien. Twee chronisch zieke zussen, die begrijpen elkaar goed, maar geraken niet gemakkelijk tot bij elkaar. Ik wil dus deze vakantie een keer tot bij mijn zus treinen en gewoon lekker babbelen, zonder een scherm of telefoon ertussen.
Gaan wandelen met de vrienden waar ik me het allerbest bij voel. Ik zou B graag zien, want zij is zo empathisch en geïnteresseerd. Ik zou H graag zien, want we delen onze gevoeligheid en onze rare humor. En ik zou E graag zien, omdat zij geestig en creatief is.
Skypen met leuke, verre mensen. Ik vind skypen eigenlijk heel vermoeiend, maar het is toch fijn om nog eens de banden gezellig aan te halen met mensen die momenteel niet gemakkelijk bereikbaar zijn. M woont in Berlijn. B woont in Brussel. Een gezellige babbel zou fijn zijn.
Een paar dagen laten komen wat er komt. Niets inplannen, ik vind dat soms moeilijk. Niet alleen om mijn agenda leeg te laten, maar ook om om te gaan met die leegte. Soms voel ik me op zo’n dag eerst depressief, maar als ik dan in mijn creatieve groove kom, vliegt de dag voorbij en heb ik er spijt van dat ik het niet vaker doe. Dus dat cadeau wil ik mezelf doen: laten komen wat er komt. En ervan genieten.
Piekeren over hoe ik mijn familie kan samenbrengen tijdens de feestdagen, terwijl de kans heel klein is dat ik daarvoor erkenning of een fijn gevoel in de plaats zal krijgen
Eindeloze scrollsessies op Instagram
De was
Perfecte resultaten willen afleveren op mijn werk, zowel op het vlak van kwantiteit, als op het vlak van kwaliteit
Piekeren over mijn relatie
Overdreven veel to-do-lijstjes maken, die me dan stress geven
Sociale angst
Me ergeren over hoe vuil het huis is
Mijn mailbox met een te grote dosis perfectionisme willen benaderen
In mijn hoofd imaginaire, defensieve gesprekken voeren met mensen die het niet eens zijn met mijn normen en waarden
Mijn energiegevers:
Wandelingetjes met vertrouwde vrienden
Binnenkomen bij B
Mezelf toelaten te genieten van een wekelijkse portie trash tv op vtm (Free Love Paradise!)
Tijdens de werkuren informeel videobellen met een collega om een beetje bij te praten
Zo mindful mogelijk door de dag gaan
Rustig in de zetel hangen met J en filosoferen over wat ons bezighoudt
Mild zijn voor mezelf
Mezelf elke dag een vrij half uur geven om te schrijven over wat er maar in me opkomt
Zonder verwachtingen en vol enthousiasme een praatje beginnen met een vage bekende
Rondsnuffelen in de kringloopwinkel
Wat fijn om deze oefening eens te maken. Ik vreesde ervoor dat ik veel negativiteit zou voelen bij het opsommen van mijn energievreters, maar het is net een eye opener. Nu besef ik dat ik mezelf op verschillende niveaus onbewust tegenwerk en kan ik er de komende week extra op letten die momenten om te buigen tot iets dat me wel vooruit helpt. Leve de introspectie!
Bedankt voor je liefde, je mildheid en je aanhoudende geduld. Bedankt dat je er nog steeds bent voor mij. Bedankt dat je ondanks al je pijn blijft proberen. Bedankt om ruimte te maken voor mijn pad. Ik weet dat het veel van je vraagt, maar ik ben dankbaar dat je er nog steeds bent.
Vier:
Jij verdient liefde, aandacht en intimiteit.
Vijf:
Het is verdomd zwaar voor jou. Ik zie dat. Je draagt het ongelooflijk goed.
Je hebt gelijk dat je je rot voelt. Want dit is fucked up. Dit is fout. Jij bent normaal. Ieder kind zou zich hierbij slecht voelen. Ieder kind zou het lastig hebben.
Wat je hierover voelt, is juist. Jouw instinct is juist. De volwassenen praten het goed, minimaliseren het, ontkennen het. Maar wat jij voelt en weet is juist.
Jouw gevoelens mogen er zijn. Jouw signalen mogen gehoord worden, moeten gehoord worden. Jij bent belangrijk.
Ik zie jou. Ik bescherm jou. Ik hou van jou, wat je ook voelt, wat je ook doet. Samen komen we hier uit.
Slapen is niet altijd zo gemakkelijk voor mij. Als ik overdag te veel over mijn grenzen ga, kan ik niet meer tot rust komen. Dan blijven mijn spieren gespannen en heb ik last van rusteloze benen. Soms val ik wel in slaap, maar blijft de slaap oppervlakkig en onrustig. Het kan gebeuren dat ik me ’s nachts angstig voel en de nachtmerries elkaar opvolgen. De nacht is ook het moment bij uitstek waarop piekergedachten bovenkomen en alle kleine problemen onoverkomelijk lijken.
Maar als de uitdagingen en de rustmomenten overdag goed met elkaar in evenwicht zijn, en als alles meezit, dan doet de nacht net zo’n deugd. Het is heerlijk als mijn dag kan beginnen met minder pijn en spanning dan op het einde van de vorige dag.
Omdat mijn slaap zo’n belangrijke basis is, probeer ik ze goed te bewaken. Ik heb al een vast avondritueel, dat heel goed werkt, maar ik probeer de laatste tijd nog actiever te experimenteren met het vermijden van schermen. Want het blauw licht dat van je laptop of smartphone afstraalt kan stevig klooien met de productie van de hormonen die ervoor nodig zijn om tot rust te komen en in slaap te vallen, en die hormonen kan ik goed gebruiken.
Daarom maakte ik een lijstje van de activiteiten die ik ’s avonds nog kan doen zonder schermen. Ik moest even goed denken, want ’s avonds kan ik behoorlijk moe zijn. Soms ben ik amper nog in staat om recht te zitten, dus ik vroeg me af wat ik dan nog zou kunnen doen in de plaats. Ik heb toch dingen kunnen vinden, van Z (een beetje moe) tot ZZZ (heel moe).
Z… (een beetje moe)
een boek lezen
een tijdschrift uit de krantenwinkel halen om te lezen
restorative yoga doen
vrienden opbellen
mijn nagels verzorgen
een gezichtsmasker opdoen
breien
rustig bewegen op muziek
ZZ… (moe)
in bad gaan
schilderen
schrijven in mijn zelfzorgboekje
een kort verhaaltje schrijven
een gedicht verzinnen
een mindmap maken
random leuke lijstjes maken
ZZZ… (heel moe)
naar muziek luisteren
luisteren naar een podcast
een ASMR-video beluisteren
fantaseren over aangename of grappige dingen
Soms heb ik helemaal geen zin in de dingen hierboven. Dan ben ik gefrustreerd, omdat ik interessante dingen wil doen, ontdekken, creëren, bewegen, mensen zien en mijn stempel op de wereld drukken, maar het voelt alsof ik me moet beperken tot saaie, rustige dingen. Ik probeer mezelf voor te houden dat de rustige activiteiten uit het lijstje hierboven geen straf zijn. Ik mag ze doen, maar het moet niet.
En ik probeer vooral te onthouden dat leuke, creatieve en speelse activiteiten niet helemaal onmogelijk zijn als ik doodmoe ben. Ik moet niet bang zijn: ik kan gerust alles nog proberen, maar dan op een veel lager tempo. Uitputting hoeft geen gevangenis te zijn, vertragen hoeft geen straf te zijn.
Ook al ben ik veel gevoeliger dan de rest. Ook al ben ik sneller uitgeput. Ook al heb ik een reuzegrote behoefte aan diepgang en betekenisvolle connectie. Ook al worstel ik regelmatig met depressieve klachten. Ook al ben ik soms kwaad omdat het voor anderen zo veel makkelijker lijkt te gaan dankzij factoren die ze niet zelf gekozen hebben. Ook al praat ik zo gemakkelijk over taboe-onderwerpen dat anderen mij soms veroordelen. Ook al kies ik bewust voor een levensstijl die andere mensen en dieren zo weinig mogelijk schaadt. Ook al voel ik me niet thuis in mijn familie.
Vanmiddag ging ik lunchen met H en L, twee collega’s die ondertussen ook mijn vrienden zijn. Het was zonnig, warm en windstil. We zaten buiten op het terras van Life Bar in Leuven en ik voelde mijn zweterige onderbenen aan de stoel kleven. Het voelde een beetje oncomfortabel, maar ook een beetje gezellig, dankzij de schaduw van de parasols en de zomers geklede voorbijgangers.
Tijdens het eten hadden we al een interessant en respectvol gesprek gehad over racisme, Black Lives Matter en het benoemen van die problemen. We luisterden goed naar elkaar. Ik voelde me veilig en geborgen genoeg om een onderwerp aan te halen dat me de voorbije dagen had beziggehouden, maar wel kwetsbaar voelde. Zoiets kunnen delen is voor mij een belangrijk fundament van mijn vriendschappen.
Het ging om een filmpje dat ik deze week zag, waarin aan 100 willekeurige mensen gevraagd werd of ze ooit zelfdoding overwogen hebben. Dat filmpje kwam binnen bij mij, het ontroerde en bleef hangen. Ik vond het goed gemaakt: heel sereen en respectvol, maar toch direct.
Wat mij verbaasde, was dat de grote meerderheid van de 100 mensen in het filmpje in alle openheid antwoordde dat ze inderdaad ooit zelfdoding hadden overwogen. Zelf heb ik in verschillende levensfases ook serieus overwogen zelfmoord te plegen. Voor de eerste keer als tienjarig kind in een disfunctionele en verstikkende opvoedingssituatie. Later als jongvolwassene met een verlammende depressie. Nog later in een voor mij uitzichtloze situatie van zware uitputting en ziekte.
Dat uitspreken is voor mij niet zielig. Het is gewoon een deel van mijn verleden, dat ik niet groot of filmisch wil maken, maar ook niet wil wegstoppen. Het heeft me gevormd en vooral veel begrip en empathie bijgebracht. Toch besefte ik door dit filmpje dat ik nooit open en eerlijk heb gepraat over de suïcidale periodes die ik heb doorgemaakt. En ik besefte dat ik dat wel wil. Dat ik dat graag aan de mensen in mijn cirkel wil kunnen vertellen, als dat aan bod komt.
Dus ik vertelde H en L over het filmpje. Ik vertelde dat ik erdoor geraakt was. Dat de meerderheid van de mensen in het filmpje ooit zelfdoding had overwogen. En ik vroeg hen of zij dat zelf ooit hadden overwogen.
Hun reactie was helemaal niet wat ik had verwacht. De sfeer werd ongemakkelijk. Dat vind ik normaal geen probleem: ik weet dat ik heel openhartig over taboes kan praten. Ik weet ook dat sommige anderen dat niet kunnen. Als anderen aangeven dat ze zich niet comfortabel genoeg voelen bij mijn vraag en dat ze niet willen antwoorden, dan is dat natuurlijk geen probleem! Jij trekt je grens, ik respecteer die, we spreken over iets anders.
Maar H gaf een uitleg die neerkwam op: die vraag is te zwaar, je moet opletten met het stellen van vragen over taboe-onderwerpen. Want als ik voel dat ik niet wil antwoorden, vind ik het moeilijk om zomaar ‘dat wil ik niet zeggen’ te antwoorden, en voel ik me verplicht om me tegenover jou te verantwoorden waarom ik niet op de vraag wil antwoorden. Dus mag jij geen vragen stellen die ik ongemakkelijk zou kunnen vinden. En dat argument vind ik helemaal niet fair. Dat knaagt bij mij.
Natuurlijk is het belangrijk om niet contextblind te zijn en een beetje tact aan de dag te leggen, maar ik vind niet dat het mijn taak is om gedachten te lezen en de gevoeligheden van de ander te voorspellen. Ik vind dat het oké zou moeten zijn om in een veilige omgeving vragen over taboe-onderwerpen te stellen, net zoals ik vind dat het altijd mogelijk moet zijn om te zeggen ‘nee, hierop wil ik niet antwoorden’. Zonder daar een reden voor te moeten geven.
Grenzen zijn belangrijk in de twee richtingen. Voor jezelf is het o zo belangrijk om onder de knie te krijgen hoe je je grenzen stelt. Het is belangrijk te kunnen aangeven: tot hier, en niet verder. En voor een ‘stop’, een ‘nee’, of een ‘ik wil niet’, daarvoor moet je geen reden of verantwoording geven. Stop is stop.
Maar ik vind het even belangrijk om erop te kunnen vertrouwen dat de ander óók hun grenzen aangeeft. Ik vind het belangrijk om te weten dat ik mezelf kan zijn, dat ik vrijuit kan praten en vragen, en dat ik erop aangesproken zal worden als ik een onderwerp aansnijd dat als kwetsend of triggerend ervaren wordt door de ander. Dan zal ik luisteren en mijn uiterste best doen die grens te respecteren. Als ik per ongeluk toch de grens overschrijd, spreek mij dan maar aan, het was zeker niet mijn bedoeling.
In de context van een respectvol gesprek vind ik helemaal het fout dat als iemand zich gekwetst of getriggerd voelt, de verantwoordelijkheid bij de ander gelegd wordt. Dat geeft situaties waarin iedereen constant op hun hoede moet zijn en mogelijk gevoelige onderwerpen censureert, want jij bent verantwoordelijk voor de eventuele ongemakkelijke emoties van de ander. Zo ontstaan taboes: niets meer kunnen vermelden dat mogelijk ongemakkelijk zou kunnen zijn. Op den duur blijven er dan nog maar weinig onderwerpen over buiten het weer.
Dankzij het neerschrijven van mijn gedachten hierover, besef ik waar ik van droom: een wereld waarin niets inherent onbespreekbaar is. Een wereld waarin de volledige openheid bestaat om pijnlijke, confronterende of ongemakkelijke onderwerpen te benoemen en te bespreken. Maar ook een wereld waarin je niets móet benoemen: wie wil meepraten, kan dat. Wie er niet of nog niet over wil praten, geeft dat aan, en dat wordt zonder morren gerespecteerd.
Ik ben goed in piekeren. Bestaan daar ook medailles voor? Vooral op de minder goede dagen, wanneer mijn zenuwstelsel sowieso al heel moeilijk in rust- en herstelmodus terugglijdt, ben ik snel angstig en komen er gemakkelijk negatieve gedachten binnen. Dat gebeurt vanzelf. Ik heb er totaal geen controle over. Het is niet dat ik kan zeggen: nu ga ik er eens voor kiezen om enkel leuke gedachten te laten binnenkomen. Het enige waar ik controle over heb, is hoe ik met die piekergedachten omga.
Daarvoor heb ik onder andere in de cognitieve gedragstherapie en in cursussen stressbeheersing al veel tips gekregen. Leid jezelf af met een leuk liedje, met een wandeling of met een andere leuke activiteit. Daag je niet-helpende piekergedachten uit. Verschuif je aandacht naar wat je waarneemt met al je zintuigen. Bel een vriend(in) op. Probeer te denken aan iets dat je gelukkig maakt. Zeg heel luid STOP tegen je piekergedachten. Las een piekerkwartier in en hou het piekeren enkel en alleen voor dat moment.
De meeste van die technieken vind ik niet onhelpend. Zeker wanneer ik de tips net gekregen heb, begin ik er met goede moed aan. Oké, ik ben aan het piekeren: STOOOOP! Oké, ik ben aan het piekeren: wat is een leuk en catchy liedje dat me vrolijk maakt? Oké, ik ben aan het piekeren, misschien kan ik nu beter vijf dingen bedenken die me een dankbaar gevoel geven.
Maar na een tijdje maken die technieken me zo moe. De meeste van die technieken vragen een constante mentale oplettendheid, helderheid en doortastendheid. Het vraagt gewoon heel veel van me om telkens bij het opmerken van piekergedachten mijn geest een andere richting uit te sturen. Want die technieken zijn bijna altijd gebaseerd op het negeren of vervangen van je piekergedachten. Dat is een kenmerk van de old school cognitieve gedragstherapie dat ik persoonlijk als belastend ervaar. Ik wil niet mijn hele leven bezig zijn mezelf af te leiden, wat een werk!
Gelukkig ben ik een echte therapieveteraan en leerde ik al veel meer copingmethodes kennen. En daaruit heb ik geleerd: mildheid is voor mij het beste antwoord. Op alles. We zijn zo vaak zo hard voor elkaar en onszelf, dat mildheid niet per se vanzelf komt: ik kon het vroeger gewoon echt niet, want ik had nooit echte mildheid ervaren. Maar eens ik het vast had, was het voor mij een openbaring. Ik kon mezelf een veilig, geborgen en begrepen gevoel geven: say whaaaaat?!
Het fijne aan reageren met mildheid vind ik dat ik mijn piekergedachten niet meer hoef te forceren of vervangen. Ze mogen er gewoon zijn. Ze krijgen erkenning. Dat doet zo veel deugd: nee, ik hoef niets te verbeteren aan mezelf. Ik moet niet meer werken. ALLES wat er is, mag er zijn. Zo zoals het is, zo mag het zijn, want ik ben goed genoeg. Oh my god wat is dat fantastisch. Dat krijg je toch niet veel te horen in je leven.
Weet je hoe ik dat concreet doe werken, die mildheid? Ik spreek tegen mezelf alsof de meest lieve en zachte moeder, juf of tante tegen mij zou spreken. (Of gewoon een figuur die je een veilig en geborgen gevoel geeft. De figuur waar je als klein kind naartoe zou rennen als je je pijn gedaan hebt.) Dan geef ik mezelf in de eerste plaats erkenning: ‘ik merk dat je je heel triestig voelt’ / ‘je hebt het wel héél moeilijk hé nu’ / ‘eigenlijk is dit wel heel zwaar voor jou, niet?’ / ‘amai dat houdt jou bezig, het moet wel heel belangrijk zijn voor je!’ / ‘wauw dat moet zwaar wegen, die angst’.
En dan merk ik hoe ik mij heb proberen goed houden. Hoe het strenge deel van mezelf ongemerkt de overhand had en heel hard riep dat ik sterk moest zijn. En het is zo crazy, maar als ik die piekergedachten en die angst en die zware klachten erken, dan ben ik gewoon al zo opgelucht. Soms barst ik bijna in tranen uit. Ken je dat, wanneer je je als kind groot hield in een moeilijke situatie, maar dan kwam je lieve juf je troosten en brak de dam en begonnen de tranen te lopen want nu was je veilig en gesteund? Zo voelt dat voor mij.
Eigenlijk is dan het grootste deel van het werk gedaan. Daarna probeer ik ervoor te zorgen dat ik dat milde stuk van mezelf goed bijhoud. Als er dan nog piekergedachten binnenkomen, erken ik ze telkens vanop een afstandje, zo van: daar komt er nog eentje binnen, en daar voel ik me precies heel slecht over. Maar dat is allemaal gewoon oké. Ik ben een feilbaar mens en geen robot. Die piekergedachten zijn op dit moment gewoon een deel van mij en dat is hé-le-maal goed. Ik mag er ook zijn zo. En ik geef mezelf wat ik nodig heb: troost, veiligheid, aandacht.
Die radicale mildheid laat in veel gevallen het piekeren vertragen, uitdoven en stoppen. Want als ik me veilig en geaccepteerd voel, en mezelf geef wat ik nodig heb, hoeft mijn stresssysteem niet meer aan te staan. Het mag rusten en afschakelen. Voor een kwartiertje, voor een uur of voor de rest van de dag: dat heb ik niet onder controle. Maar als ik daar controle over had, zou ik geen mens zijn.
Momenteel ben ik een beetje gefrustreerd door hoe ik me voel op mijn werk. Ik heb het gevoel dat ik er weinig zelfstandigheid en vertrouwen krijg van de persoon waarmee ik werk. Ik voel me gemicromanaged, al het werk dat ik aflever wordt meticuleus uitgekamd en aangepast aan hoe K het zou willen. De ideeën die ik inbreng, mag ik niet zelfstandig uitwerken, maar worden eerst uitgebreid voorgekauwd. Dat is op dit moment erg frustrerend voor mij en het geeft me een benauwd, en zelfs passief of machteloos gevoel.
Door die situatie loop ik al een paar dagen down rond en voel ik ook lichamelijke klachten opkomen. En dat is jammer, want ik heb een lange weg afgelegd om te komen waar ik nu ben. Ik heb de traditionele manieren geprobeerd om te stoppen met piekeren, maar die zijn nooit zo effectief geweest voor mij (heel hard STOP zeggen in je hoofd, een piekerkwartier inlassen, denken aan iets leuks…). Wat ik wél heel helpen vind, is een slecht gevoel bestrijden met dankbaarheid.
Het gevoel dat het op mijn werk niet goed genoeg gaat? Niet leuk genoeg? Niet uitdagend genoeg? Wel, ik heb nog andere dingen in mijn leven die wél goed genoeg zijn. Want mijn leven bestaat niet alleen uit mijn werk. Om de frustratie in dat ene domein van mijn werk in perspectief te plaatsen, maakte ik een lijstje van alle andere dingen in mijn leven die wél goed genoeg zijn.
Mijn partner is goed genoeg. Hij is zelfs meer dan goed genoeg: hij is de andere helft van de duochoco, de persoon waarbij ik zo hard mezelf kan zijn als ik maar kan, mijn beste maatje in de hele wereld. Hij is interessant en getalenteerd en empathisch en grappig.
Mijn relatie is goed genoeg. Als er een probleem is, kunnen we het bespreken en aanpakken. Ik voel me gehoord.
Mijn seksleven is goed genoeg. Meer nog: ik ben heel gelukkig met de huidige situatie. In mijn seksleven krijg ik wél vertrouwen, het volste vertrouwen. En ik weet dat dit vrij uniek is, daarvoor ben ik dankbaar.
Mijn huis is goed genoeg. J en ik betalen ons huisje ondertussen al drie jaar af. Ik heb gewoon een eigen huis! Veilig en warm, gezellig en geborgen. Als dat geen dankbaarheid verdient.
Mijn kamer is goed genoeg. Omdat ik zo snel overprikkeld ben en dan de nood voel om me in stilte te kunnen afzonderen, heb ik nu zelfs mijn eigen kamer in het huis. Daar voel ik me veilig en kan ik mijn eigen ding doen. Wauw, zo veel om dankbaar over te zijn.
Mijn zus is goed genoeg. Onze relatie is heel fijn: we kunnen vanalles delen in vertrouwen.
Mijn vrienden zijn goed genoeg. Ook op dat vlak ben ik gelukkig. Sinds ik door de omgang met mijn ziekte meer een meer getransformeerd ben in iemand die gewoon zichzelf is en iemand die weet wat ze wilt, heb ik meer behoefte aan diepere contacten. Betekenisvolle gesprekken. En die heb ik nu meer en meer, met vrienden die ik helemaal kan vertrouwen.
Mijn metekindje is goed genoeg. Wat leuk dat ik dit jaar het vertrouwen kreeg om iemands meter te worden.
Mijn financiële situatie is goed genoeg. Ik hoef niet bang te zijn dat ik op het einde van de maand niet meer kan eten. Ik kan alle rekeningen betalen. Af en toe heb ik zelfs ruimte voor iets leuks, zoals een drankje of een etentje.
Mijn vrije tijd is goed genoeg. Ik kan af een toe een wandeling doen, vrienden zien, yoga doen, teksten schrijven, foto’s nemen, films kijken, boeken lezen en de planten verzorgen. Mooi dat ik die vrijheid heb.
Mijn medische hulp is goed genoeg. Ik kan vertrouwen op dokters, specialisten en therapeuten die me goed begeleiden in mijn herstel van CVS en depressie. Fantastisch dat ik in een situatie ben waarin ik de kans en de tijd krijg om aan dat herstel te werken.
En zelfs mijn gezondheid is goed genoeg. Ik weet dat veel mensen niet met me zouden willen ruilen. Ik heb regelmatig zware lichamelijke klachten, weinig recuperatievermogen en de depressieve momenten zijn geen pretje. Maar in vergelijking met drie jaar geleden is mijn gezondheid goed genoeg. Ik voel me goed genoeg om me niet meer eenzaam te voelen. Ik voel me goed genoeg om de kans te hebben voor 30% te gaan werken en nog af en toe vrienden te zien. Ik voel me goed genoeg om de meeste huishoudelijke taken gedaan te krijgen. Ik voel me goed genoeg om dit hier neer te schrijven. Ik voel me goed genoeg om me te concentreren op een boek of een film. Ik voel me goed genoeg om af en toe iets te kunnen doen dat me gelukkig maakt. Mijn gezondheid is goed genoeg.
Wauw, zo veel dingen in mijn leven die wél goed genoeg zijn! Met deze lijst probeer ik mijn werkfrustratie niet weg te duwen. Gevoelens wegduwen brengt je niets. Het is zelfs nuttig om te beseffen dat je je ergens niet lekker bij voelt. Maar tegelijk kon ik het nu in perspectief zetten en zien dat dit niet het enige is dat speelde in mijn leven. Frustraties kunnen héél groot worden, maar je leven is veel meer dan die ene frustratie. Dankbaarheid kan helpen om dat te zien.
Waarover ben jij dankbaar? Wat is in jouw leven goed genoeg?
De goede voornemens zijn nu overal hot en happening: op blogs, op tv, op de radio en zelfs in reclamespotjes. Ik heb eigenlijk nooit de gewoonte gehad voornemens of lijstjes te maken bij het begin van het nieuwe kalenderjaar. Tegelijk ben ik wel iemand die heel erg bezig is met persoonlijke groei, met lichamelijk en psychisch herstel, en met gezonde gewoontes. Dus ik heb er eens over nagedacht waarom die januarivoornemens niets voor mij zijn.
De grootste reden is dat ik het begin van de winter best wel een triestige tijd vind. We zitten in het donkerste putje van het jaar en de koudste periode staat op het punt te beginnen. Ik vind dit een periode van weinig zelfdiscipline en de behoefte om vooral rustig en gezellig aan te doen. Ieders voorraadje opgeslorpte lichtstralen uit de zomer is er bijna doorheen, immuunsystemen staan zwakjes. Crazy shit eigenlijk dat mensen zich net tijdens die donkerste dagen van het jaar massaal voornemen hun leven om te gooien.
En ook dat omgooien vind ik niet zo’n fijn concept. Er zal wel een reden zijn dat er zo veel Zo Houd Jij Je Voornemens Dit Jaar Wél Vol-lijstjes bestaan. Grootse plannen smeden voor een ideaal leven in het nieuwe jaar, is dat überhaupt wel haalbaar? Ik vind het vreemd dat mensen die niet sporten zich voornemen volgend jaar drie keer per week naar de fitness te gaan, dat mensen die elke dag vlees eten zich voornemen om in het nieuwe jaar volledig vegan te gaan, of dat doorgewinterde sloddervossen zich voornemen hun huis in het nieuwe jaar elke avond op te ruimen. Mooie doelen, maar ho, zeg, rustig aan daar, denk ik dan. Persoonlijk denk ik niet dat cold turkey veranderingen de beste manier zijn om je leven beter te maken. Maar you do you natuurlijk, misschien is er een kleine groep mensen voor wie cold turkey wel werkt.
Ik denk dat je beter naar een doel toe kan werken in tussenstappen en met tussentijdse doelen. Op die manier kan je elke tussentijdse overwinning vieren en genieten van elk bereikt tussendoel. Zo voelt je leven niet meteen ontwricht en maak je stap voor stap nieuwe, haalbare gewoontes, zodat je niet terugvalt in de oude patronen als je ene grote voornemen eens hapert omwille van onverwachte stressoren in je leven. Eerst de lift laten en altijd de trap nemen, dan met de fiets naar het werk in plaats van met de auto, dan een paar keer per week een wandeling, en zo heb je na een paar maanden een mooie basisconditie die ervoor zorgt dat je eerste sportlessen niet pijnlijk ontmoedigend en ontnuchterend zijn. En vallen je sportlessen eens een paar weken weg, dan kan je nog terugvallen op die gezonde gewoontes van de trap nemen, de fiets nemen, en af en toe een wandeling.
Zelf ben ik ook zo uit mijn grote CVS-put gekomen. Natuurlijk wilde ik dolgraag terug lopen en zwemmen en groepslessen volgen en dansen! Maar die stap was gewoon onhaalbaar groot. Volgens het wandelschema dat ik samen met mijn kinesist opstelde, begon ik met elke dag een wandeling van tien minuten. Als ik mijn wandeling een week lang elke dag zonder uitputting haalde, deed ik daar een minuut bovenop. Minuut per minuut werd ik beter. Op die manier leerde ik over een periode van maanden terug vlot een half uur wandelen. Ik had de gezonde gewoonte om bijna elke dag even te gaan wandelen. Lukte dat niet, dan deed ik gewoon een korte wandeling, of een rondje om de blok. Het hoeft allemaal niet zwart-wit of meteen nu te zijn, gewoontes kan je ook heel mild opbouwen, want zo blijven ze het langst bij.
En weet je wat ik ten slotte ook gek vind aan goede voornemens voor een volledig jaar? Dat je dan moet wachten tot 1 januari om iets aan je leven te veranderen. Als ik voel dat er iets scheef zit in mijn routine, als ik voel dat ik mijn leven wil veranderen, dan begin ik daar meteen aan. Ik probeer te achterhalen hoe ik me beter zou kunnen voelen, bekijk concreet wat daarvoor nodig is, en begin eraan. Als je tijdens het jaar voelt dat je aan het afglijden bent, maar je stelt elke verandering uit tot 1 januari, is er dan niet al een beetje stront aan de knikker?
Ik probeer dus gewoon het hele jaar door mijn doelen te stellen en die tussentijds bij te sturen. Grote doelen breek ik in kleine tussendoelen, zodat ik om de zoveel tijd een reden heb om te vieren en trots te zijn op mezelf. En tijdens de donkerste, koudste dagen van het jaar, dan ben ik vooral mild en zacht voor mezelf.
En jij, maak jij voornemens bij het begin van het nieuwe jaar? Werkt dat wel goed voor jou? Of vind je dit ook een moeilijke periode om gewoontes te veranderen?
Binnenkort ga ik hier voor echt aan de slag. 30%, maar wel officieel, betaald, contract en al. Ik draai al een jaar helemaal vrijwillig mee in het team, en toch heb ik het gevoel dat er met dit contract iets verandert. Daarom vind ik het wel fijn om het daar eens expliciet over te hebben.
Eerst wil ik je graag laten weten hoe ik in elkaar zit. Ik hou ervan alles uit te spreken. Positieve feedback, complimenten, twijfels en dingen die me dwarszitten. Je mag er dus op rekenen dat ik niets tussen de regels probeer mee te geven. Geen dubbele bodems, geen stiekeme boodschappen, geen manipulatie. Transparantie en duidelijkheid zijn waarvoor ik leef.
Ik heb echt alleen maar goeie bedoelingen, dus als er je iets dwarszit bij iets wat ik gezegd of gedaan heb, spreek dat dan maar gewoon uit. Dat zou ik heel graag van je vragen: of je alles wat je nodig hebt en alles wat er wringt gewoon in woorden wilt vatten en eruit wil laten. Het is wel zo fijn als het niet als een scheldtirade geformuleerd is natuurlijk, maar voor de rest moet je niet te veel verbloemen of verantwoorden: I can take it. Ik zou me echt heel goed voelen als ik weet dat alles wat scheef zit gewoon onder woorden gebracht wordt.
Daarnaast is er nog een tweede ding waarvan ik je graag zou vragen of je dat zou willen overwegen. Ik zit vol engagement voor onze organisatie – anders zou ik hier geen jaar gratis en voor niets gewerkt hebben – en ik wil mijn job graag goed doen. Ik ben loyaal, want ik sta keihard achter deze vzw. En ik wil dat onze output zo groot mogelijk is. Tegelijk hecht ik, meer dan ik verwacht had, aan mijn zelfstandigheid en de kans om zelfstandig mijn creativiteit en ideeën te ontplooien en te verkennen.
Ik heb gemerkt dat ik me heel beklemd begin te voelen als iemand me te veel blijft zeggen wat ik precies moet doen, en vooral, hoe ik dat moet doen. Ik vind het fijn om zelf een plan van aanpak op te stellen en die stappen zo efficiënt mogelijk te volgen. Ik vind het fijn een uitdaging te krijgen die niet voorgekauwd is. Ik vind het fijn zelfstandig ideeën te kunnen inbrengen die serieus genomen worden.
Dus ik zou heel graag van je willen vragen of je mij op dat vlak wat vrijheid zou kunnen geven. Net als ik, wil jij je job natuurlijk zo goed mogelijk doen, geen steken laten vallen, en alles op rolletjes laten lopen. En ik merk daarbij dat je mij bij elke opdracht graag goed veel aanwijzingen meegeeft, stap voor stap, heel gedetailleerd, maar dat hoeft voor mij echt niet. Als ik een vraag heb, kom ik die wel stellen. Ik weet dat ik welkom ben bij jou.
Je mag er ook op rekenen dat ik je vragen niet vergeet. Als je mij een mail stuurt, lees ik die. Ik houd rekening met de deadline die we daarvoor moeten volgen en ik breng het in orde. Dat is ook een deel van mijn eer: al mijn taken tot een goed einde brengen. En soms is het op de dag van de deadline, maar dat is ook nog steeds op tijd. Dus je hoeft je geen zorgen te maken, je hoeft me geen reminders te sturen, en je hoeft me niet te vragen of ik dat niet vergeten ben. Ik zou het heel fijn vinden als je erop zou kunnen vertrouwen dat ik mijn werk goed zal doen. Want ook ik wil niets liever.
We’re on the same team. We willen hetzelfde. Dat deze vzw slaagt en dat de communicatie naar de buitenwereld toe zo goed mogelijk verloopt. En ik wil echt héél graag dat we daarbij een team zijn. Dat we elkaar empoweren en steunen en elkaars overwinningen vieren en onder de aandacht brengen. We hebben misschien een heel ander leven, een andere achtergrond, een andere persoonlijkheid en wie weet af en toe een andere visie op bepaalde problemen, maar ik denk dat we nog veel meer gemeenschappelijk hebben. Dus ik hoop dat we daaruit kunnen putten. En knallen met die communicatiestrategie!
Tijdens de feestdagen voel ik dat ik extra hard voor mezelf moet zorgen om te kunnen blijven functioneren. Ik heb heel wat woelige familiefeesten te doorzwemmen. Soms hoor ik mensen vol enthousiasme en genegenheid praten over familiefeesten en familieweekends. Voor mij klinkt dat vreemd, bijna buitenaards. Ik ervaar de familiefeesten niet als een gezellig ankerpunt in de donkere dagen. Mijn familie en schoonfamilie hangen niet hecht aan elkaar. Hoewel ze hun best doen, vliegen de verbinding, warme communicatie of geïnteresseerde vragen je niet om de oren op zo’n feest. Voor mij als gevoelige persoon is het een hele struggle om me het hele feest recht te houden en op het einde van de avond niet ineen te storten als een uitgewrongen spons.
Gisteren had ik ook een familiefeest, en ook vandaag voel ik me nog extra overprikkeld. Ik wil niet ongezellig doen, maar zelfs de hele kerstvakantie voelt voor mij heel ontwrichtend aan. Geen routine, geen (vrijwilligers)werk, extra drukte en stressende shoppers in de stad, veel lange, zware feesten, veel opmerkingen en onbegrijpende vragen, en veel ander eten dat mijn buik in de war stuurt.
Momenteel zit ik in Life Bar in Leuven, een gezellig plekje, om mezelf een veilig gevoel te geven. Toch voel ik me hier onrustig en overprikkeld. Elk geluidje komt hard mijn hoofd binnen. Echt, die feestdagen, dat hakt er toch elke keer in. Ik ben heel dankbaar voor mijn situatie van materiële veiligheid en goede medische begeleiding, maar toch vind ik het ook belangrijk om te kunnen benoemen dat bepaalde geromantiseerde periodes zoals de feestdagen echt niet allemaal koek en ei zijn.
Tijdens de feestdagen geef ik vooral heel veel en krijg ik naar mijn gevoel weinig terug. Als je tijdens bepaalde periodes tijdelijk niet veel energie krijgt van de buitenwereld, moet je zorgen dat je jezelf zorg en liefde geeft. Dus de voorbije dagen heb ik een nieuw lijstje met positieve affirmaties voor mezelf verzameld. Vroeger maakte ik ook al eens een eerste lijstje affirmaties.
Affirmaties vond ik vroeger heel zweverig, maar nu heel helpend en fijn. Of je je er nu bewust van bent of niet, iedereen zegt dingen tegen zichzelf. Die zelfspraak kan positief zijn, of mild, of motiverend, maar is bij veel mensen ook erg hard, kritisch, en anticiperend op alles wat zou kunnen fout gaan. Zelf merk ik bijvoorbeeld dat ik het mezelf vaak verwijt dat ik niet hard genoeg mijn best doe of iemand per ongeluk gekwetst heb. Niet productief natuurlijk. Positieve affirmaties zijn heel handig om bewust tegen jezelf te herhalen en zo meer positieve zelfspraak te oefenen. Want hoe milder je tegen jezelf bent, hoe beter en veiliger je je in je vel kan voelen. En als je je veilig en zelfzeker voelt, is het makkelijker om je doelen te bereiken.
Hier zijn mijn affirmaties:
Ik ben veilig.
Ik voel wat ik nodig heb.
Ik blijf mezelf trouw.
Ik sta in contact met mijn eigen normen en waarden.
Ik sta in contact met mijn doelen.
Ik ben liefde waard.
Ik ben respect waard.
Ik ben vriendschap waard.
Ik mag vragen om wat ik nodig heb.
Ik vergeef mezelf.
Ik vertrouw mezelf.
Ik mag imperfect zijn.
Ik kies ervoor om me goed te voelen over mezelf.
Ik hou van elke cel in mijn lijf.
Ik voel wat er in mijn lichaam speelt.
Ik denk milde en lichte gedachten.
Ik ben standvastig.
Ik ben enkel verantwoordelijk voor mijn eigen geluk.
Ik ben uniek en waardevol.
Mijn gevoeligheid is mijn kracht.
Misschien vind jij het ook wel fijn om tijdens de feestdagen één of meerdere affirmaties voor jezelf te herhalen? Je zou ondertussen diep kunnen ademhalen, tot in je buik, of je een ontspannende situatie voorstellen, of een beetje stretchen.
Als het nu ook wat moeilijker is voor jou: stay soft, buddy. Je bent niet alleen goed genoeg: je bent gewoon een ongelooflijke knaller, vergeet dat niet.
Weet je wat een goede remedie is tegen perfectionisme? Dingen de wereld insturen waar je niet 100% tevreden mee bent.
Hier post ik soms teksten waar ik een slecht gevoel bij heb. Teksten waarvan ik denk dat ik ze maar beter nog een keer of drie herwerk. Teksten die ik veel te hard vind, of net te soft, of te generisch.
Op het werk stuur ik soms eens een e-mail die ik niet heb herlezen. Of maar één keer. Of ik stuur een tekst in die ik niet gevarieerd en interessant genoeg vind. Tijdens vergaderingen stel ik soms een vraag die me dom lijkt of waarop ik het antwoord misschien had moeten weten.
In gesprekken met vrienden en onbekenden flap ik er gewoon spontane reacties uit. Ook als ik ze al veel te stom of hard of oordelend vind op het moment dat ze mijn mond verlaten. Ook als ik me waardeloos voel en het gevoel heb dat ik met mijn opmerking toch niets bijdraag.
En eerlijk? Soms sla ik zo’n harde flaters. Soms zijn mijn teksten inderdaad wat flauwtjes. Soms staat er eens een spelfout in een e-mail. Soms beledig ik per ongeluk iemand. Maar niet altijd, en zelfs niet meestal. Want perfectionisten als ik overdramatiseren de kans dat er iets grandioos misloopt als we geen perfectie afleveren. En perfectionisten als ik grijpen ook één misgelopen situatie aan om ons controleniveau nóg verder op te drijven, zodat het zeker niet nog eens gebeurt. En dat kost véél te veel energie in vergelijking met wat het oplevert.
Dus ik probeer het met opzet los te laten. En ja, auw, wat doet dat soms pijn, de controle loslaten. Maar ondertussen heb ik geleerd door dat gevoel heen te gaan. Ik heb ermee leren leven om iets af te leveren dat ik 6/10 zou geven, en ik heb gemerkt dat wat ik zie als 6/10 dikwijls al veel beter is dan wat er eigenlijk gevraagd wordt.
Ik heb geleerd los te laten, energie te besparen, en een imperfect mens te zijn. Net als iedereen.
Hoge gebouwen die veel wind vangen of in aardbevingsgevoelige gebieden staan, moeten kunnen meebewegen met de elementen. Doorheen orkanen, regenvlagen en sneeuwstormen moeten ze flexibel heen en weer kunnen wuiven om rechtop te blijven staan. De staalconstructies zijn erop gebouwd om te kunnen meegeven. Door mee te bewegen blijven ze bestaan. Na de storm springt het gebouw weer mooi rechtop.
Als iemand het idee zou krijgen dat een sterk gebouw niet mag zwalpen, niet mag toegeven aan de elementen, maar compleet onbeweeglijk, standvastig en rigide moet blijven staan, zou die persoon heel veel moeite moeten doen om een wolkenkrabber te bouwen volgens die definitie van sterk. Er is een ongelooflijke hoeveelheid energie en materialen nodig om een hoog gebouw te bouwen dat compleet onbeweeglijk én veilig is. De constructie zou niet zo hoog kunnen worden als bij een gebouw dat wel meegeeft. En dan nog bestaat de kans dat de rigide manier van bouwen ervoor zorgt dat het gebouw tijdens een aardbeving of een hevige storm zou barsten als een dode twijg, want buigen is geen optie.
*
Voor mij betekent sterk zijn niet dat je niet beïnvloed wordt door de wervelwinden in je leven. Sterk zijn is voor mij niet je best doen om de beukende storm buiten te houden en er niet door geraakt te worden. Sterk zijn is niet stram, stroef en krampachtig proberen op een afstand te houden wat je zou kunnen raken. Je verkrampte best doen om tijdens alle mogelijk emotionele situaties stokstijf en onbewogen te blijven staan, vind ik niet sterk. Een gevoelloze en afstandelijke I don’t care is voor mij niet sterk zijn.
Want I do care. Ik voel, diep. En dat is niet altijd aangenaam of gemakkelijk. Maar ik veer telkens weer recht, en dat vind ik sterk zijn. Sterk zijn is accepteren dat er nu eenmaal stormen zijn. Alles kunnen laten waaien, voelen, meebewegen, de storm rustig laten voorbijgaan, en opnieuw rechtveren. Klaar voor de volgende storm, of misschien de volgende zonnige dag, want wie weet wat er op je afkomt?
Jezelf flexibel openstellen voor het weer van de dag, erop vertrouwend dat je het allemaal weer te boven kan komen, is sterk. Vertrouwen op je eigen veerkracht is sterk. Sterk zijn door telkens weer recht te veren vraagt veel meer moed dan het zogenaamde ‘gehard zijn door het leven’, waarbij je alle emoties koel en krampachtig op een afstand houdt, zodat je zeker niet geraakt wordt.
*
Sterk zijn is de storm laten waaien en daarna weer rechtveren.
Jezelf laten zien, je echte zelf, is zo eng. Maar het is het waard.
Ik had met Z afgesproken om een interessante documentaire te gaan kijken in Cinema ZED. De film was afgelast, dus gingen we gezellig een warm drankje drinken in de plaats. Ik ken Z al een paar jaar. Ze is heerlijk excentriek en doet lekker haar eigen ding. Dat doe ik ook een beetje, denk ik, dus daarom klikt het zo mooi. Ah, wat kunnen we goed zeveren, zonder filter, en wat kunnen we goed serieus de diepte in duiken, ook zonder filter.
Ik voel me goed bij Z, ik voel vriendschap, warmte en acceptatie. Zoveel van mezelf heb ik in het verleden nooit durven tonen: miserie en dwaze zottigheid, onzekerheden en onpopulaire meningen. Dus besloot ik haar in een opwelling de link naar deze blog te vertellen.
Big deal voor mij.
Alleen mijn beste maatje voor altijd, J, kent de link hiernaartoe. Mijn andere lezers ken ik niet rechtstreeks. Ik heb nog een andere blog, maar met deze ben ik gestart vanuit het verlangen naar een nieuwe start, waar mijn conservatieve familie niet meeleest en waar de nieuwe ik contact kan leggen met fijne, nieuwe lezers. Mensen die openstaan voor kwetsbaarheid en imperfectie. Anoniem schrijven leek me logisch en nam de druk weg om dingen te moeten verbloemen of wegdrukken.
Maar nu kan Z meelezen. Big, big deal.
Op weg naar huis na mijn afspraak met Z voelde ik een golf blinde paniek over me heen spoelen. Wat heb ik gedaan? Dit kan ik niet terugnemen. Iemand die mijn ongecensureerde gedachten en de kern van mijn echte zelf zomaar kan zien: wat eng.
Maar toen ik thuiskwam, voelde ik berusting, en geluk. En trots. Ik, die in mijn disfunctionele gezin de kunst van het jezelf wegstoppen geperfectioneerd had, durfde mijn kwetsbare kern te laten zien aan één van mijn allerbeste vrienden. Wat een stap. Wat een prestatie. En natuurlijk vond ik dat eng! Een stap in het onbekende is altijd eng.
Kan ik gekwetst worden door Z, nu ze meeleest doorheen mijn crazy goeie en abominabel slechte dagen? Ja. Kan ze mijn vertrouwen misbruiken? Ja. Maar het is niet omdat mijn ouders mijn vertrouwen hebben misbruikt tot er zelfs in de duisterste hoeken geen greintje meer van overbleef, dat iedereen dat zal doen. En het is niet omdat een diepe band aangaan eng is en heel misschien fout kan lopen, dat het niet meer de moeite is om te proberen.
Want de mooiste verhalen worden op kwetsbaarheid gebouwd.
Telkens je iets wil doen en je zo angstig voelt dat je ermee wilt ophouden, maar je doet het toch, weet dan dat je iets dappers aan het doen bent. Je bent moedig.
Misschien zeg je jezelf dat anderen het niet spannend zouden vinden, wat jij nu doet. Misschien heb je het vroeger al gedaan. Misschien gaat het maar over iets kleins.
Maar je bent bang, je voelt je angst, erkent die, en zet toch door met wat je wilt doen. Dat is moed. Je angst overwinnen is dapper.