Ik heb zo’n vreemde gevoelens bij de feestdagen dit jaar. De tijd lijkt al vele maanden onopvallend voorbij te gaan, zonder speciale mijlpalen, zonder terugkerende patronen. Elke week lijkt op de vorige. Als het donkerder wordt, begin ik normaal uit te kijken naar kerstigheid: kerstmuziek, een creatief versierde boom, kaartjes krijgen en kaartjes terugschrijven… Maar dit jaar voel ik niet veel in die richting. Mijn gevoel is sowieso al meer afgevlakt dan anders, door het ontbreken van energiegevers en menselijkheid rondom mij, maar toch: geen kerstverlangen. Er lijken behoorlijk veel inzichten op te komen ook, vooral rond het thema familie.
Toen ik nog een kind was, dacht ik op de Hollywood/family-is-the-most-important-thing-there-is-manier over mijn gezin en familie en de feestperiode. Ik voelde me in mijn familie niet gehoord en gezien, ik wrong me in allerlei bochten om goed in de groep te vallen, maar ik dacht dat dat normaal was. Zo was het toch overal? Dat zeiden mijn ouders toch. Wij waren normaal. Anyway, je hoorde overal dat familie héél belangrijk was, en dat de feestdagen zó bijzonder zijn, en dat mensen het leuk vinden om Kerstmis door te brengen met familie, dus zo moest het zijn, toch?
Als perfectionistisch, hard werkend en altijd lachend kind viel ik ook gewoon goed in de groep. Ik heb dan ook best goeie herinneringen aan het kerstfeest bij mijn familie, vooral de toxische familie van mijn papa. Veel cadeaus, veel harde lachbuien en veel felicitaties op dat fantastische schoolrapport. De feesten bij de familie van mijn mama, die ironisch genoeg veel gezonder, gevoeliger en minder toxisch is, vond ik toch maar wat saai.
Toen ik met J ging samenwonen, wou ik dat kerstgevoel vasthouden. J had zelf helemaal niets met kerst: zijn mama vond dat allemaal te veel werk, denk ik, en is niet actief gericht op welzijn en gezelligheid. Haar persoonlijkheid is heel passief. Als het niet vanzelf haar kant uitkomt, hoeft het niet. Dat maakte dat J amper verwachtingen had bij de feestdagen. Voor hem zijn dat gewoon maar dagen. Lekker eten en een boom? Prima wel. Maar helemaal niets van feestelijkheden? Ook prima. Dat was wel even een shocker hoor, voor mij. Hoe kan je nu kerst voorbij laten gaan zonder boom, zonder ballen, slingers en lichtjes? Zonder kaartjes en zonder wensen?
Zo kwam het dat ik tien jaar de kerstsfeer helemaal zelf heb getrokken. Met slingers en ballen op ons gemeenschappelijke studentenkot, met een kerstboom en een krans in ons huis. Met een kerstmenu en een kerstfilm. Met kaartjes naar mijn familie én kaartjes naar zijn familie. Met cadeautjes voor mijn kant én zijn kant.
Tegelijk brokkelde mijn aangename kerstgevoel jaar na jaar af. Toen ik mijn eigen waarden begon te ontdekken en mijn hoofd boven het maaiveld van mijn familie uitstak, door bijvoorbeeld geen vlees meer te eten en bewust kinderloos te blijven, vond mijn familie mij plots niet meer zo gezellig. Nee, ik was niet meer één van hen. Ik was vreemd en gevaarlijk. Hoewel we nog precies dezelfde mensen waren, hoewel we nog steeds openstonden voor grappen en gekkigheid en gezelligheid en verbinding en een goed gesprek, kon mijn familie er niet goed mee om dat we een beetje anders waren.
Of misschien vul ik dat te veel in voor hen en besefte ik plots welke dynamieken er speelden. Dat kan ook. In elk geval raakte mijn kerstervaring stukje bij beetje gevuld met een ander, vervelend gevoel, naast die oude gezelligheid. Het gevoel van: we móeten daar gaan zitten, maar we gaan er gewoon maar even door. Als ik mijn mond niet te veel opentrek en de pijnlijke opmerkingen van me laat afkaatsen, is het zo voorbij. Als ik me maar goed voorbereid, me schrap zet en een extra sessie bij de psycholoog inlas, zal ik hopelijk niet te gebroken zijn na de familiefeesten. Niet goed hé?
2020 is zo anders en zo beperkt, maar dat doet me beseffen dat er nog maar een klein stukje kerstverlangen overblijft. En als ik dat kleine stukje kerstverlangen uitpak, vraag ik me af of het nog wel iets betekent. Mijn familie zien? Eigenlijk doe ik dat vooral uit schuldgevoel. Omdat het moet. Omdat ik ze toch iets verschuldigd ben, of niet? Omdat ze mij een centje in een enveloppe willen geven en ik in ruil daarvoor een dag moet doen alsof ik iemand ben die ik niet ben. Omdat ze vroeger goed voor mij hebben gezorgd.
Dat geeft gemengde gevoelens dit jaar. Het is zo vreemd: rationeel gezien zou ik heel blij kunnen zijn dat het dit jaar allemaal niet hoeft. Dat ik mijn Kerstmis mag vormgeven zoals ik zelf wil. Aan de andere kant voel ik me gigantisch schuldig dat ik mijn familie niet kan zien. En dat zegt misschien al veel: ik mis ze niet. Ik voel me alleen schuldig. Alsof ik ze mijn toneeltje verschuldigd ben. Het schuldgevoel zit echt in mijn lijf en op mijn adem. Na al die jaren voelt het dus nog steeds alsof ik ze het zogenaamde allerbeste van mezelf moet geven, met een grote blinkende strik errond. Het schuldgevoel is zo groot en vermoeiend dat ik zelfs geen ruimte meer heb om zelf een goed gevoel te maken bij de feestdagen. Dus hier staat geen boom dit jaar. Geen lichtjes en geen krans. Vreemd, maar ook oké. Het lijkt me fijn om een opgelucht gevoel te kunnen ervaren, maar dat is er dus voorlopig niet.
Misschien hoef ik hier voorlopig niets mee. Misschien mogen die verwarrende, gemengde gevoelens er gewoon even zijn dit jaar. Ik neem ze mee. Ze worden gezien en gehoord, maar ze zitten niet aan het stuur. Dat is precies wat zij én ik nodig hebben. Uiteindelijk moeten we helemaal niets met kerst. Ik blijf dicht bij mezelf en ik zie wel wat de volgende jaren me brengen.