Ik ben goed in piekeren. Bestaan daar ook medailles voor? Vooral op de minder goede dagen, wanneer mijn zenuwstelsel sowieso al heel moeilijk in rust- en herstelmodus terugglijdt, ben ik snel angstig en komen er gemakkelijk negatieve gedachten binnen. Dat gebeurt vanzelf. Ik heb er totaal geen controle over. Het is niet dat ik kan zeggen: nu ga ik er eens voor kiezen om enkel leuke gedachten te laten binnenkomen. Het enige waar ik controle over heb, is hoe ik met die piekergedachten omga.
Daarvoor heb ik onder andere in de cognitieve gedragstherapie en in cursussen stressbeheersing al veel tips gekregen. Leid jezelf af met een leuk liedje, met een wandeling of met een andere leuke activiteit. Daag je niet-helpende piekergedachten uit. Verschuif je aandacht naar wat je waarneemt met al je zintuigen. Bel een vriend(in) op. Probeer te denken aan iets dat je gelukkig maakt. Zeg heel luid STOP tegen je piekergedachten. Las een piekerkwartier in en hou het piekeren enkel en alleen voor dat moment.
De meeste van die technieken vind ik niet onhelpend. Zeker wanneer ik de tips net gekregen heb, begin ik er met goede moed aan. Oké, ik ben aan het piekeren: STOOOOP! Oké, ik ben aan het piekeren: wat is een leuk en catchy liedje dat me vrolijk maakt? Oké, ik ben aan het piekeren, misschien kan ik nu beter vijf dingen bedenken die me een dankbaar gevoel geven.
Maar na een tijdje maken die technieken me zo moe. De meeste van die technieken vragen een constante mentale oplettendheid, helderheid en doortastendheid. Het vraagt gewoon heel veel van me om telkens bij het opmerken van piekergedachten mijn geest een andere richting uit te sturen. Want die technieken zijn bijna altijd gebaseerd op het negeren of vervangen van je piekergedachten. Dat is een kenmerk van de old school cognitieve gedragstherapie dat ik persoonlijk als belastend ervaar. Ik wil niet mijn hele leven bezig zijn mezelf af te leiden, wat een werk!
Gelukkig ben ik een echte therapieveteraan en leerde ik al veel meer copingmethodes kennen. En daaruit heb ik geleerd: mildheid is voor mij het beste antwoord. Op alles. We zijn zo vaak zo hard voor elkaar en onszelf, dat mildheid niet per se vanzelf komt: ik kon het vroeger gewoon echt niet, want ik had nooit echte mildheid ervaren. Maar eens ik het vast had, was het voor mij een openbaring. Ik kon mezelf een veilig, geborgen en begrepen gevoel geven: say whaaaaat?!
Het fijne aan reageren met mildheid vind ik dat ik mijn piekergedachten niet meer hoef te forceren of vervangen. Ze mogen er gewoon zijn. Ze krijgen erkenning. Dat doet zo veel deugd: nee, ik hoef niets te verbeteren aan mezelf. Ik moet niet meer werken. ALLES wat er is, mag er zijn. Zo zoals het is, zo mag het zijn, want ik ben goed genoeg. Oh my god wat is dat fantastisch. Dat krijg je toch niet veel te horen in je leven.
Weet je hoe ik dat concreet doe werken, die mildheid? Ik spreek tegen mezelf alsof de meest lieve en zachte moeder, juf of tante tegen mij zou spreken. (Of gewoon een figuur die je een veilig en geborgen gevoel geeft. De figuur waar je als klein kind naartoe zou rennen als je je pijn gedaan hebt.) Dan geef ik mezelf in de eerste plaats erkenning: ‘ik merk dat je je heel triestig voelt’ / ‘je hebt het wel héél moeilijk hé nu’ / ‘eigenlijk is dit wel heel zwaar voor jou, niet?’ / ‘amai dat houdt jou bezig, het moet wel heel belangrijk zijn voor je!’ / ‘wauw dat moet zwaar wegen, die angst’.
En dan merk ik hoe ik mij heb proberen goed houden. Hoe het strenge deel van mezelf ongemerkt de overhand had en heel hard riep dat ik sterk moest zijn. En het is zo crazy, maar als ik die piekergedachten en die angst en die zware klachten erken, dan ben ik gewoon al zo opgelucht. Soms barst ik bijna in tranen uit. Ken je dat, wanneer je je als kind groot hield in een moeilijke situatie, maar dan kwam je lieve juf je troosten en brak de dam en begonnen de tranen te lopen want nu was je veilig en gesteund? Zo voelt dat voor mij.
Eigenlijk is dan het grootste deel van het werk gedaan. Daarna probeer ik ervoor te zorgen dat ik dat milde stuk van mezelf goed bijhoud. Als er dan nog piekergedachten binnenkomen, erken ik ze telkens vanop een afstandje, zo van: daar komt er nog eentje binnen, en daar voel ik me precies heel slecht over. Maar dat is allemaal gewoon oké. Ik ben een feilbaar mens en geen robot. Die piekergedachten zijn op dit moment gewoon een deel van mij en dat is hé-le-maal goed. Ik mag er ook zijn zo. En ik geef mezelf wat ik nodig heb: troost, veiligheid, aandacht.
Die radicale mildheid laat in veel gevallen het piekeren vertragen, uitdoven en stoppen. Want als ik me veilig en geaccepteerd voel, en mezelf geef wat ik nodig heb, hoeft mijn stresssysteem niet meer aan te staan. Het mag rusten en afschakelen. Voor een kwartiertje, voor een uur of voor de rest van de dag: dat heb ik niet onder controle. Maar als ik daar controle over had, zou ik geen mens zijn.
